vrijdag, december 28, 2007

Verdwijnt er opnieuw een kostbaar manuscript uit Vlaanderen?


Volgens de webstek van het weekblad Knack, dreigt er na het Gruuthuse-handschrift vorig jaar, opnieuw een bijzonder kostbaar en cultuurhistorisch belangrijk manuscript naar het buitenland te verdwijnen. Het topstuk in kwestie, het Antifonarium Tsgrooten, werd rond 1500 besteld door abt Tsgrooten van de abdij van Tongerlo. Het was de Leuvense scribent Franciscus van Weert die de opdracht tot een goed einde bracht en een meesterwerk van Brabantse miniatuurkunst afleverde.

Dit meesterwerk dreigt evenwel naar het buitenland te verdwijnen voor een veilingverkoop. Nochtans koos de huidige eigenaar, de familie De Mérode, ervoor om het manuscript in eerste instantie aan te bieden aan de culturele instellingen in eigen land. Vooralsnog echter zonder positief gevolg. Ook het aankoopdossier dat al geruime tijd bij Vlaams minister Anciaux ligt, bleef tot heden zonder duidelijk antwoord waardoor het manuscript wellicht begin volgend jaar naar Londen verhuist voor een veilingverkoop door Christies. Volgens Vlaams parlementslid De Bruyn zou het een grote vergissing zijn ook dit kostbaar meesterwerk uit Vlaanderen te laten vertrekken: Het Antifonarium biedt Vlaanderen de laatste kans om een van de werken die in opdracht van abt Tsgrooten werden vervaardigd, te verwerven. Na de spijtige verkoop van het Gruuthuse-handschrift aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, beloofde de minister een proactief beleid in het kader van het topstukkendecreet. Blijkbaar heeft deze belofte niet kunnen voorkomen dat alweer een uniek stuk uit ons cultuurhistorisch patrimonium naar het buitenland verdwijnt?

De Bruyn zal de minister zo spoedig mogelijk interpelleren over dit dreigend vertrek van alweer een topstuk uit Vlaanderen.


donderdag, december 27, 2007

Spirit gaat naar het Octopusoverleg



Wie Spirit zal afvaardigen moet nog worden uitgemaakt. Dat kan Bert Anciaux zelf zijn of gewezen voorzitter Geert Lambert (foto).

Spirit mag een vertegenwoordiger sturen naar het Octopusoverleg, dat tegen Pasen een staatshervorming moet uittekenen. Dat verneemt De Morgen uit goede bron. Over de aanwezigheid van de partij bestond overigens al een akkoord voor Bert Anciaux erom vroeg (DM 24/12).

Anciaux beloofde "een lastige minister" in de Vlaamse regering te zullen worden, als sp.a zonder zijn kartelpartner naar het overleg zou trekken. Een nodeloos dreigement dus. Wie Spirit zal afvaardigen moet nog worden uitgemaakt. Dat kan Anciaux zelf zijn of gewezen voorzitter Geert Lambert, de enige federaal verkozene die de partij op 10 juni overhield. Lambert heeft ervaring in het Forum onder de vorige regering en woog vooral zwaar in de poging van Verhofstadt II in 2005 om de B-H-V-knoop te ontwarren.

"Het is niet meer dan logisch dat Spirit mee mag doen", zegt Lambert. "In de vorige regeerperiode zat N-VA ook in het Forum. N-VA had toen ook maar één federaal verkozene. De situatie is gelijkaardig. Wie Spirit zal sturen is nog niet beslist. Ik heb er zelf in elk geval goesting in." Op 9 januari komt de Octopusgroep voor het eerst samen. Vicepremiers Yves Leterme (CD&V) en Didier Reynders (MR) moeten daar een tweederdemeerderheid smeden voor een staatshervorming tegen Pasen. Wie in de groep zal zetelen is nog onduidelijk.

Zeker is voorlopig dat Open Vld Bart Somers en Brusselaar Guy Vanhengel stuurt. Namens het kartel CD&V-N-VA daagt op 9 januari zeker Bart De Wever op. Jean-Luc Dehaene is genoemd, maar nog altijd niet zeker. De PS stuurt wellicht communautair 'oud-strijder' Philippe Moureaux. Pittiger lijkt de discussie bij de Vlaamse socialisten te worden. Johan Vande Lanotte is de meest geciteerde naam, maar in sp.a-kringen wordt niet uitgesloten dat voorzitster Caroline Gennez zelf de honneurs zal waarnemen. "Er is in de partij enige bezorgdheid dat Vande Lanotte té goed zou meewerken met Leterme en Reynders", zegt een bron.

"Hem kennende zou hij weleens al het werk kunnen doen terwijl anderen de pluimen op hun hoed steken." De sp.a staat nog altijd niet te popelen om Verhofstadt of Leterme een boulevard aan te bieden. (Filip Rogiers)


(Snik)

dinsdag, december 25, 2007

Kerstboodschap Coburg is sterk staaltje Belgisch negationisme


Luidens de kerstboodschap van het Paleis heeft dit land de afgelopen maanden “onbetwistbaar een harde periode” gekend, maar volgens Coburg zijn de politieke tegenstellingen vandaag alweer verdwenen als sneeuw voor de zon. Dat de koning de vorming van een Belgische noodregering toejuicht omdat diens broodwinning op die manier nog wat langer blijft verzekerd, is haast vanzelfsprekend. Maar stellen, zoals Coburg doet, dat de regimecrisis tot het verleden behoort, is de waarheid geweld aandoen. Het is niet omdat de staatsbehoudende krachten binnen CD&V Belgische ministerportefeuilles boven het uitvoeren van de eigen beloftes verkiezen, dat de communautaire problemen plots verdwenen zouden zijn.

Dat de Belgische koning het volk oproept “de taal van andere gemeenschappen goed te kennen”, is een tweede voorbeeld van diens negationisme. De man gaat immers vrolijk voorbij aan het feit dat zijn eigen familieleden nog steeds niet de taal van de meerderheid van de bevolking machtig zijn. In plaats van de Franstalige agressie jegens Vlaanderen actief en passief te ondersteunen, zou de koning beter een oproep aan de Franstaligen hebben gedaan om zich aan te passen en onze taal te leren wanneer zij in Vlaanderen willen komen wonen.

Het Vlaams Belang vindt de manier waarop Saksen-Coburg zich de afgelopen maanden actief en zonder enig respect voor het democratische verkiezingsresultaat in het politieke debat heeft gemengd en nu plots de “zin voor compromis” van de traditionele partijen prijst, ronduit schandelijk. Niet de – dixit de koning - “Belgische eigenschappen zoals creativiteit, gezond verstand en zin voor compromis” hebben uiteindelijk tot de vorming van de huidige noodregering geleid, maar wel de bereidheid van de Vlaamse regeringspartijen om hun communautaire verkiezingsbeloftes te verkwanselen en te dansen naar de pijpen van de francofonie en het Paleis.

Frank Vanhecke Voorzitter Vlaams Belang Joris Van Hauthem Woordvoerder

zaterdag, december 22, 2007

België heeft uitgediend!

Het Plakkaat van Verlating van 1581 herschreven

OVV-info, Pro Flandria 17 december 2007

Op 26 juli 1581 zwoeren onze moegetergde voorouders in de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden in Den Haag Koning Philips II af. Zij riepen meteen hun onafhankelijkheid uit. Ze waren ten einde raad door de politiek van uitbuiting en vervolging, bedreven in naam van de Koning van Spanje. Ze wilden het de zoon van de in Gent geboren Keizer Karel niet vergeven dat hij hen in de steek liet en onderdrukte, terwijl het toch de plicht van een Vorst moet zijn, "zijn onderdanen te behoeden voor ongeluk, overlast en geweld". Hij die zijn onderdanen verdrukt en als slaven behandelt, hun eeuwenoude rechten en vrijheden ontneemt en hun bezittingen in vreemde handen doet overgaan, noemden zij een tiran. De Koning heeft door zijn wanbeleid voldoende wettige redenen gegeven om hem te verlaten en het recht te ontzeggen nog als legitieme heerser op te treden.

Om gelijkaardige redenen hebben onze voorouders Keizer Jozef II als wettige vorst afgezet. Op 22 november 1789 riepen de Staten van Vlaanderen in het Stadhuis van Gent de onafhankelijkheid van Vlaanderen uit. Zij onderbouwden die met een Manifest dat op 4 januari 1790 door de griffier van de Staten van Vlaanderen op de Vrijdagmarkt werd voorgelezen. Op 11 januari 1790 sloten de overige Zuidelijke Nederlanden zich bij deze afscheiding aan in het Tractaet van Vereeniging of van de Vereenigde Nederlandsche Staeten. Deze afscheidingsbeslissingen was geen lang leven beschoren want onze gewesten werden door het revolutionaire Frankrijk geannexeerd, tot ze in 1814 na het Congres van Wenen met de Noordelijke Nederlanden werden herenigd.

In 1830 bewerkten door Frankrijk gesteunde opstandelingen een nieuwe secessie waaruit het Koninkrijk België ontstond, dat zij in handen legden van Leopold van Saksen-Coburg. Na 177 jaar heeft dit Koninkrijk uitgediend.

Vandaag delen de Vlamingen, leden en sympathisanten van Pro Flandria tegenover de staat België, die wordt verpersoonlijkt door Albert II van Saksen-Coburg, gelijkaardige gevoelens als hun voorouders in 1581 en 1789.

  1. België biedt enkel meerwaarde voor een kleine bevoorrechte klasse.
    Uit de aanslepende pogingen tot regeringsvorming blijkt dat zelfs diegenen die het meeste heil van België verwachten, nog geen minieme geste willen doen om het land te redden. Zelfs voor de toepassing van "de grondwet en de wetten van het Belgische volk" wil men een prijs doen betalen. De elementaire regels van goed bestuur worden voortdurend met voeten getreden, terwijl enerzijds Vlaanderen het recht wordt ontzegd zijn lot grotendeels in eigen hand te nemen en anderzijds Wallonië terugschrikt voor het opnemen van zijn verantwoordelijkheid voor eigen lot.
  2. Aan de Vlamingen zal het niet gelegen hebben.
    Zij werden anderhalve eeuw in het unitaire België misdeeld, misbruikt en steeds weer bedrogen. In 1840 dienden ze een eerste wensenprogramma bij de Kamer in, maar dit "Petitionnement" werd er niet eens besproken. Elke latere beschermingsmaatregel moest duur worden bevochten, dikwijls tegen de wil van de Vorst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtten de Vlaamse frontsoldaten tot Koning Albert I tevergeefs hun smeekbede: "hier ons bloed, wanneer ons recht?" Een halve eeuw geleden mochten de Vlamingen de monarchie en dus het Koninkrijk redden; maar de Koning liet hen systematisch in de steek en koos steevast de kant van de tegenpartij, tot op de dag van vandaag.
  3. Het sinds 1970 ingevoerde federalisme draaide uit op oogverblinding.
    Toen de vlijt van generaties Vlamingen zich eindelijk ging vertalen in politieke macht, werd het Belgische roer geleidelijk in federalistische richting omgegooid. Maar zij die in het unitaire België hun zin konden doen, bleven het federale België naar hun hand zetten. De Vlamingen brachten steeds opnieuw de nodige federale loyauteit op en eerbiedigden gewetensvol de bevoegdheidsverdeling tussen de diverse bestuurslagen alsook het grondgebied van de anderen. De andere kant was en is daar nooit toe bereid. Zelfs de vele miljarden EURO die de Vlamingen elk jaar opnieuw voor hun landgenoten veil hebben, volstaan niet om dezen tot loyaal gedrag te bewegen, laat staan tot enig respect voor de donoren.
Besluit:

Verdere pogingen tot vorming van een federale regering kunnen de doodstrijd van België alleen maar rekken, onnodige tegenstellingen aanwakkeren, grote schade toebrengen aan de inwoners en ondernemingen van het land en de toekomst hypothekeren.


Vlaanderen en Wallonië kunnen best als zelfstandige staten verder door het leven gaan, zoals Tsjechië, Slowakije, de landen van het vroegere Joegoslavië en vroeger Oostenrijk en Hongarije, Noorwegen en Zweden. Ze moeten de boedelscheiding rationeel, in vriendschap en binnen een redelijke tijdspanne, waar nodig met internationale arbitrage kunnen regelen. Vlamingen en Walen moeten beseffen dat ze altijd elkaars buren zullen blijven met een gemeenschappelijk verleden en gedeelde belangen, waardoor ze elkaar binnen de Europese Unie als bevoorrechte partners zullen behandelen. Voor Brussel, dat integraal in Vlaanderen ligt, is een gedurfd statuut aangewezen van Europese, nationale en internationale hoofdstad met ruim zelfbestuur, met medebeheer van en co-financiering door de instellingen die er zijn gevestigd.



vrijdag, december 21, 2007

België in de internationale pers

Belgium: Loser to Lead Interim Government

After a meeting with King Albert II, Guy Verhofstadt, left, the liberal ousted by voters in June, accepted the job of forming and leading an interim government because of the ”gravity of the situation in which our country finds itself.”

But he said he did not want to remain in power beyond March. Mr. Verhofstadt, who had been prime minister since 1999, conceded defeat after the June election but has stayed on because the conservatives who won proved unable to form a coalition. But he has lacked power to act on major issues, and on Saturday thousands of union members marched through Brussels to protest the half-year political impasse and rising fuel and food prices. At the heart of the deadlock are disputes among parties from Dutch-speaking Flanders and the French-speaking area, Wallonia.

Those tensions engulfed even the country’s annual beauty pageant on Saturday, when the new Miss Belgium, Alizée Poulicek, a blond 20-year-old from the French-speaking part of the country, was booed when she disclosed that she could not speak Dutch. The contest was held in Antwerp, a stronghold of Flemish nationalism, before an audience of 3,500. Ms. Poulicek, who besides French speaks English and Czech, told the Flemish television broadcaster VRT that she would try to learn more Dutch.

bron: NY Times

Stop Israëlische bezetting

Weg met Israël nu

Als nationalistisch tijdschrift voelt Klauwaert mee met de strijd van de Palestijnen.
Wat er in Palestina de laatste eeuwen is gebeurd, is zowat het ergste wat
een volk kan overkomen. Verdreven worden uit het eigen land en beperkt in rechten.
En dat allemaal door een vreemde bezetter. Deze toestand is nu al een 100 jaar bezig en het wordt tijd dat het Westen wakker wordt en mee de steun uitdrukt aan
de Palestijnen.

Een man die deze mening deelt is Dries Van Agt, advocaat en oud-premier van Nederland. Hij is iemand die als neutraal persoon uit het Westen de hele toestand nauwgezet heeft geanalyseerd.
Klauwaert staat volledig achter zijn visie over het conflict en bewondert hem voor zijn oprechtheid en lef om als westers politicus een standpunt in te nemen dat ingaat tegen de visie van het almachtige Joodse establishment in het Westen.
Wat volgt is een beknopt overzicht van wat er echt gebeurd is in Palestina. Niet gekleurd en de harde, volledige waarheid. Wil je nog meer te weten komen over het conflict dan raden we je graag zijn site aan: www.driesvanagt.nl.

Het Israëlisch-Palestijnse conflict in vogelvlucht

Palestina heeft eeuwenlang deel uitgemaakt van het Ottomaanse rijk. Toen dit rijk na de Eerste Wereldoorlog ineenstortte, maakten Europese mogendheden zich van de brokstukken ervan meester. De destijdse Volkenbond, voorloper van de Verenigde Naties, gaf Palestina in beheer (mandaat) aan Groot-Brittannië. In die tijd, omtrent 1920, bestond de bevolking van Palestina nog voor ongeveer 90% uit Palestijnen.

In de jaren tussen de beide wereldoorlogen trokken veel Joodse migranten naar Palestina. Kwalijke uitingen van antisemitisme in Europa stimuleerden die emigratie en de zionistische beweging maakte er krachtig propaganda voor. De gruwelijke Jodenvervolging die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog voordeed bracht in de jaren veertig een uittocht uit Europa teweeg. Zo kwam de verhouding tussen de inheemse Palestijnse bevolking en de immigrerende Joden steeds meer onder druk te staan. De Britse beheerder werd de grond toen al gauw te heet onder de voeten.



In 1947 werd het de Britten te gortig. Ze wierpen het probleem Palestina in de schoot van de Verenigde Naties (VN). Wat moesten die ermee aan? De VN kwamen met een verdelingsplan voor Palestina. Er zouden naast elkaar een staat voor de Joden en een staat voor de inheemse Palestijnen moeten komen. Volgens dat plan zouden de Joden 55% van Palestina krijgen, de Palestijnen 42% (de rest, omvattende Jeruzalem, zou onder internationaal beheer worden gesteld). Dit was een onrechtvaardige verdeling, want de bevolking van het gebied bestond toen voor 30% uit Joden en voor 70% uit Palestijnen. Geen wonder dan ook dat niet alleen de Palestijnen, maar ook de Arabieren in de aangrenzende landen deze aanbeveling van de VN verwierpen.

Toen op 14 mei 1948 David Ben-Gurion de staat Israël uitriep, brak oorlog uit met de Arabieren. Tijdens die oorlog veroverde het leger van Israël veel land dat in het VN plan was toegewezen aan de Palestijnen. In 1949 was de staat Israël al meester over 78% van het voormalige mandaatgebied Palestina.


Maar al in april 1948, dus reeds vóór de uitroeping van de staat Israël, waren zionistische milities begonnen met het veroveren van land en het verdrijven van Palestijnen. Bij het einde van de oorlog waren circa 750.000 Palestijnen verjaagd of gevlucht. Om te voorkomen dat zij zouden terugkeren naar huis en haard, hebben Israëlische strijdgroepen honderden Palestijnse dorpen verwoest.

In 1967 veroverde Israël de rest van Palestina (22%). Toen begon de bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westoever van de Jordaan en Gaza. Ten gevolge van deze verovering hebben weer honderdduizenden Palestijnen de wijk genomen. Zij vormen nu de grootste vluchtelingenpopulatie ter wereld. VN-resoluties hebben in ondubbelzinnige bewoordingen geproclameerd dat verdreven en gevluchte Palestijnen (1948-1949 en 1967) het recht hebben terug te keren. Israël schuift deze uitspraken terzijde.

Op de aldus verbrokkelde Westoever kan geen levensvatbare Palestijnse staat meer worden gevestigd en dat is blijkbaar de bedoeling van dit kolonisatiebeleid. Het planten van nederzettingen, bewoond door burgers van de bezettende staat, is vierkant in strijd met het internationale recht. Oost-Jeruzalem, in sociaal, economisch en cultureel opzicht het hart van de Palestijnse natie, is door Israël bij wet ingelijfd. Deze annexatie wordt door geen enkele staat ter wereld erkend.

Zeer opmerkelijk is het dat deze kolonisatie volop doorging tijdens de Oslo-vredesbesprekingen in de jaren 1993 tot 2000. Hoewel deze besprekingen gebaseerd waren op de formule “land voor vrede”, werden de nederzettingen juist in die periode in omvang en inwonertal verdubbeld! Vooral hierdoor strandde het vredesproces in 2000.



In 2003 is Israël begonnen met het bouwen van een enorme barrière, meestal de Muur genoemd. De oprichting hiervan, merendeels op bezet gebied en ten dele zelfs ver daarbinnen, is - alweer - een flagrante schending van het internationale recht. Het Internationale Hof van Justitie, ’s werelds hoogste rechter, heeft (op 9 juli 2004) uitgesproken dat Israël dadelijk moet ophouden met het bouwen van die Muur en moet afbreken wat er al staat. Het Hof stelde vast dat Israël wel een barrière mag bouwen op eigen territoir of op de grens met bezet Palestijns land maar niet op bezet gebied. Bovendien verklaarde het Hof de nederzettingen illegaal. Israël heeft zich van deze uitspraak niets aangetrokken. De bouw van de Muur gaat verder, tot op de dag van vandaag.

Het is nog erger. Het bezettingsleger heeft op tal van plaatsen (meer dan 500) wegen geblokkeerd door barricades en controleposten neergezet die de bewegingsvrijheid van de Palestijnse bewoners ernstig beperken. Daarbij komt dat voor verplaatsingen binnen het bezette gebied veelal speciale pasjes nodig zijn (die vaak moeilijk verkrijgbaar zijn). Zo wordt het familiebezoek belemmerd, ook het reizen naar school, ziekenhuis of werk en het vervoeren van oogst naar een markt. De samenleving raakt aldus ontwricht en wat er nog van een Palestijnse economie over is sterft af. Schrikbarende werkloosheid en armoede zijn het gevolg.

En de zelfmoordaanslagen dan? Mogen de Israëliërs zich daartegen niet door barrières en barricades beveiligen? Jawel, want deze aanslagen zijn illegaal, zelfs verfoeilijk.

Bij het nemen van maatregelen moet de Israëlische regering wel binnen de kaders van het internationaal recht blijven. Maar dat gebeurt niet. Het Israëlische leger, een van de sterkste ter wereld, maakt door bombardementen en beschietingen grote aantallen slachtoffers onder de Palestijnse burgerbevolking. Helaas hoor je hierover nauwelijks.

Twee andere kanttekeningen moeten worden gemaakt. De zelfmoordaanslagen zijn pas in de jaren ’90 begonnen. Pas nadat de bezetting al ruim een kwart eeuw had voortgeduurd, zonder dat er enig uitzicht kwam op herstel van vrijheid en recht in een eigen Palestijnse staat. De dadelijke aanleiding hiertoe was een vreselijk incident in Hebron, in 1994. Een Joodse extremist rende daar een moskee binnen en doodde met een vuurwapen 29 in gebed neergeknielde Palestijnen.

Bovendien: van Israëlische zijde worden alle Palestijnse gewelddaden gebrandmerkt als daden van terreur, zelfs dan wanneer zij gericht zijn tegen het bezettingsleger. Het internationale recht veroorlooft echter ieder volk onder bezetting zich daartegen te verweren, ook met geweld.

Alleen de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat kan een rechtvaardige en daarom duurzame vrede brengen in dit geteisterde land. Amerika is bij machte dit te bewerkstelligen. Maar ook Europa kan hiertoe een krachtige impuls geven. Helaas laat de EU haar mogelijkheden tot effectief optreden onbenut, het blijft bij het uiten van vermaningen. Als lid van deze falende EU is Nederland mede verantwoordelijk voor het voortduren van onrecht en ten hemel schreiende ellende in Palestina.

Wat indien de staat Israël uiteindelijk niet bereid blijkt, noch kan worden gedwongen, Oost-Jeruzalem en de hele Jordaanoever alsnog te ontruimen voor de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat? Dan blijft er geen andere mogelijkheid over dan het voormalige mandaatgebied Palestina om te vormen tot één staat, waarin Joden en Palestijnen samen wonen op voet van gelijkheid. Zuid-Afrika kan hierbij tot voorbeeld dienen.









De nieuwe tijd komt

donderdag, december 20, 2007

Wordt 'NON' nu toch vertaald als 'JA'?

bron: Het Pennoen

Auteur(s): Jan Olsen en Paul Van Cappellen

Publicatie: 20 december 2007

Sinds de verkiezingsoverwinning van het CD&V - N-VA-kartel van Leterme is al meer dan de helft van de scheurkalender verdwenen en het is nog steeds onduidelijk of er een regering zal zijn voor de lege kalender in de papiermand verdwijnt. Het ziet er naar uit dat de 800.000 stemmen voor Yves Leterme zullen dienen om paars nog een paar maanden langer aan het bewind te houden.

Zonder "compromis" gaat het niet, wil men ons doen geloven. En van wie anders dan de Vlamingen zouden de toegevingen dan wel moeten komen?

Sommigen menen "NON" door "NEEN" te moeten vertalen. Mis! Zoals het patronaat ten tijde van Charles Woeste in Aalst verklaarde: "We hebben niets gevraag", bedoelen de Franstaligen nu ook: "We hebben al alles, maar eigenlijk willen we meer". Het "NON" van Milquet en co. is eigenlijk een "JA". Maar wel een "JA" met eisen...

BHV: de Franstaligen willen maatregelen die de grond van de zaak onderuit halen door bijvoorbeeld een inschrijvingsrecht te eisen. Of een nationale kieskring, zo wordt de Franstalige kanker vanuit Vlaams-Brabant in heel Vlaanderen uitgezaaid. Uiteraard moeten ook de niet-benoemde burgemeesters onmiddellijk in hun ambt bevestogd worden en moet de rondzendbrief Peeters worden opgeheven. Het Europees minderhedenverdrag moet geratificeerd worden, zodat de afstammelingen van de Franstalige burgerij uit "Gand" net zoals de Catalanen in Spanje als een etnische minderheid rechten kunnen laten gelden. Naast Sint-Genesius-Rode, dat de "corridor" Bruxelles-Wallonie moet vormen, moeten nog een hele reeks andere Vlaamse gemeenten en deelgemeenten uit de "periphérie" bij Brussel "geanslusst" worden. In ruil willen de Franstaligen misschien de eerder overeengekomen en communautair betaalde plantentuin van Meise nu toch overhevelen vanuit het federale niveau.

Vlaamse "eischen"

CD&V - N-VA beloofde niet in een regering te stappen zonder de splitsing van BHV en zonder staatshervorming. Er is inderdaad nog geen echte CD&V - N-VA-regering. Aan de solidariteit (lees: "de transferts") mag evenwel niet geraakt worden en dat heeft ook de meest Vlaamse component van het kartel ondertussen begrepen. En geslikt. Op Jan Jambon na blijkbaar.

We schrijven 2007, negentig jaar na het nutteloos offensief van Passendale. 500.000 doden voor een modderpoel zonder strategisch nut en zonder invloed op het verloop van de Eerste Wereldoorlog. Hoeveel cultureel, economisch en wetenschappelijk potentieel is in beide wereldoorlogen niet verloren gegaan? Gelukkig is veel minder bloed en energie verspild in de strijd voor het Vlaams zelfbehoud in België. Als er in 1830 geen separatisme was geweest hadden de Nederlanden evenwel beter de Duitse invallen kunnen weerstaan. Het separatisme van toen heeft ons dan toch heel veel gekost. En een oplossing voor de toenmalige staatsvorming is er nog steeds niet. Opiniepeilingen tonen ondertussen, zowel noord als zuid, een verhoogde interesse voor een toenadering tussen Nederland en Vlaanderen.

De emancipatie, ook op electoraal vlak, is in de Belgische staat een proces van lange adem geweest. Van cijnskiesrecht naar algemeen stemrecht, enkelvoudig en pas na de Tweede Wereldoorlog, dankzij de CVP, ook voor vrouwen. Doorheen het geklingel van alarmbellen en kiesomschrijvingen is een Vlaamse stem ondertussen nog maar driekwart waard van een Franstalige. En de reactie van de Franstaligen op de stemming in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken over BHV, doet vermoeden dat het gewicht van die Vlaamse stem nog verder zal moeten afkalven.

Gelukkig heeft de Vlaamse kiezer de kaarten zodanig geschud dat onze politici bitter weinig ruimte hebben voor toegevingen: zonder N-VA geen meerderheid meer in de Senaat en een regering zonder meerderheid in Vlaanderen. En te veel toegeven kan De Wever niet. Nooit eerder waren de Vlaams-Nationalisten bedreigd op hun Vlaamse flank. Het Blok zat toch veilig opgeborgen achter een cordon, maar nu is er De Decker...

Is de formatie schadelijk voor de gezondheid(szorg)?

Reynders, Leterme, Dehaene, Van Rompuy, opnieuw Leterme en tenslotte Verhofstadt. De ministers van staat die even op het paleis mochten passeren vergeten we gemakshalve in dit lijstje van meester tovenaars die dit land een stevige regering moeten bezorgen. De kiezers hadden de stembrieven zo geschud dat nagenoeg enkel een rooms-blauwe coalitie ernstig kon overwogen worden. Of een klassieke tripartite. Paars-groen vertegenwoordigt in Vlaanderen maar 40% van de kiezers.

Leterme miste dus geen staatsmanschap. Het is het Franstalig "NON" dat hem bestendig tussen de klippen heeft doen varen. En trouw aan zijn belofte lijkt het er nu toch op dat hij een deel van de Franstaligen heeft kunnen overtuigen dat het zonder een hervorming van de staat onmogelijk wordt om dit land nog verder te besturen.

Een aantal van die klippen blijven behoorlijk gevaarlijk en zullen in de toekomst nog slachtoffers maken:

  1. De rivaliteit tussen Reyders en het kartel PS-CdH zit blijkbaar zeer diep. Het zogenaamd Franstalig front blijkt ondergeschikt aan de vete die ontstond toen Flipo Di Rupo het MR buitenbonjourde ten voordele van het CdH bij de vorming van de Waalse Regering.
  2. Het Vlaams front tussen enerzijds CD&V – N-VA en anderzijds OpenVLD blijft zwak. Uit eigenbelang kunnen de Vlaamse liberalen een sneer richting Leterme niet laten en vormen ze een verbond met hun Franstalige geestesgenoten. Ook het Kartel werd door de wisselende Vlaamse radicaliteit meer dan eens op de proef gesteld. De N-VA moest alert blijven, zeker ook in de periode dat de moslims hun Suikerfeest vierden.
  3. De vakbonden, en dan voornamelijk het ACV was ervoor beducht dat het Belgische vaderland - en dan vooral de noord-zuidsolidariteit – in het gedrang zou komen.

Kortom, een overeenkomst maken in die omstandigheden, zelfs maar voor een eenvoudige meerderheid, laat staan een tweederde meerderheid, was haast onmogelijk. Leterme man nauwelijks een dag verlof en moest zich tevreden stellen met het af en toe bijwonen van een match van zijn lievelingclub Standard. Plezier met Reyders, gedeeld "comme deux larrons en foire".

Formatieberaad, maanden aan een stuk, soms tot laat in de nacht, met een pers die je op de huid zit. Slopend voor de gezondheid. En voor de goede relaties. Als die er al waren.

Redder des Vaderlands?

Na meer dan een half jaar demonstratie van de onmogelijkheid om dit land nog ernstig te besturen werd uittredend en door zijn eigen partij langs de kant geschoven premier Verhofstadt nog eens opdraven. In enkele dagen en crisissen tijd weet hij een asymmetrische noodregering uit de grond te stampen. Redder des vaderlands? Het ziet er eerder naar uit dat hij drie maanden respijt weet te kopen. In maart barst de etterbuil opnieuw. En misschien ook het land, tenzij de standvastige Vlamingen weerom toegeven?

In het buitenland volgt men de Belgische crisis alvast met grote belangstelling en voor een grote meerderheid van onze noorderburen blijkt een staatkundige hereniging met Vlaanderen geen probleem te vormen...

Hoe zit 't met de regering?









Wijze les van de PS

woensdag, december 19, 2007

Peiling Vlaamse partijen

















Klik om te vergroten.
bron: hoegin.blogspot.com / Politiek.net

Statistiquement incorrect : L’intégration économique de l’immigration : une illusion



Les sociétés occidentales développées sont gouvernées par la primauté de l’économique sur le politique ; leur réussite se mesure à l’aune de la croissance de leurs richesses ; elles ont en partage l’idéologie du libre-échangisme mondial qui repose sur le principe de la liberté de circulation des capitaux, des marchandises et des hommes, dans le but d’obtenir la meilleure allocation des ressources possible.

Dans cette perspective, l’immigration est souvent présentée comme une nécessité pour permettre l’expansion des économies locales et faire face aux différents besoins de main-d’œuvre des entreprises. De façon plus globale encore, certaines études – de l’ONU notamment – justifient les migrations vers les pays développés par la nécessité de compenser le vieillissement de leur population et de maintenir un ratio actifs/inactifs suffisamment élevé.

Enfin le travail est présenté comme l’un des éléments de la réussite de l’intégration des immigrés à leur société d’accueil.

Néanmoins, cette vision majorative de l’immigration économique se heurte à la réalité des faits, comme le montrent les études sur les taux de chômage différentiels par origine, à travers les exemples français et britannique.

Explications :

1/ Chômage étranger en France : trois fois celui des nationaux

Beaucoup de résidents étrangers et de Français d’origine immigrée (nés de parents étrangers) participent au processus de production ; toutefois, la proportion de chômeurs parmi ces catégories reste significativement plus élevée que pour le reste de la population française.

Taux de chômage en France selon la nationalité

--------------------------------------------------------------------

– Français 8,30%

– Etrangers de l’Union européenne 7,40%

– Etrangers hors Union européenne 25,10%

(Source : INSEE. Enquête emploi‑2002)

Ainsi le taux de chômage des étrangers hors Union européenne est trois fois supérieur à celui des Français.

L’analyse détaillée par nationalité montre des écarts encore plus forts.

Taux de chômage par groupe de nationalité
pour les 30/39 ans
----------------------------------------------------------------------------

– Europe du Sud
(Espagnols, Italiens, Portugais)* : 13,00%

– Maghreb
(Algériens, Marocains, Tunisiens)* : 36,20%

– Autres nationalités d’Afrique
(ex Colonies françaises) 36,80%

– Turcs : 31,60%

– Vietnamiens, Laotiens, Cambodgiens : 26,40%

* Moyenne des moyennes de chaque pays.
(Source : INSEE. Recensement de la population 1999.)

Ainsi il apparaît que le taux de chômage est trois fois plus fort pour les ressortissants du Maghreb et de l’Afrique que pour les ressortissants du sud de l’Europe.

2/ La 2e génération immigrée connaît le même surchômage que la 1re

Ce surchômage de la première génération se reproduit à la seconde génération puisque le taux de chômage des jeunes dont les parents viennent du Maghreb est deux fois supérieur à celui des jeunes Européens.

Taux de chômage au bout de cinq ans de vie active
des jeunes*
--------------------------------------------------------------------

– « Natifs » (Les deux parents sont nés en France) 10,40%

– Un des parents né en Europe du Sud : 12,60%

– Un des parents né au Maghreb : 21,10%

* Jeunes entrés dans la vie active en 1998.
(Source CEREQ. Enquête génération 1992 et 1998.)

3. Une intégration économique de moins en moins bonne des populations étrangères et d’origine étrangère non européenne

Un processus d’intégration doit s’analyser dans la durée. Or les statistiques révèlent que plus le temps passe moins l’intégration économique fonctionne.

Taux de chômage comparé
(Chômeurs en % de la population active)
--------------------------------------------------------------------------

1975 1982 2002 2003

– Français « Natifs » : 3,80% 8,40% 8,30% 10,40%

– Etrangers issus de l’Europe du Sud
(« Nés d’un parent né en
Europe du Sud ») : 3,30% 8,80% 13,00% 12,60%

– Etrangers issus du Maghreb
(« Nés d’un parent né
au Maghreb ») : 5,60% 18,40% 36,00% 21,10%

(Source : Pour 1975 et 1982 recensements. Moyenne des moyennes par nationalité. Pour 2002 et 2003 Tableaux précédents.)

L’évolution dans le temps de la situation du groupe Français et de « natifs » (nés en France de parents nés en France) et des Européens du Sud est strictement comparable.

En revanche, la situation économique des étrangers originaires du Maghreb se dégrade. Par rapport à la situation des Français leur taux de chômage est une fois et demie supérieur en 1975, deux fois plus fort en 1982, quatre fois plus élevé en 2002.

Et vingt ans plus tard, la situation de la deuxième génération issue d’un parent maghrébin reproduit strictement celle de la première : son taux de chômage est deux fois plus élevé que celui des jeunes Européens, de la même façon que celui de ses parents était deux fois plus élevé que celui des Français au début des années 1980.

Il y a donc une logique systémique d’échec de l’intégration économique des immigrés hors Union européenne, et singulièrement d’origine africaine ou maghrébine.

Ces faits sont incontestables, même si les interprétations susceptibles d’en être données peuvent diverger. Il est ainsi possible d’évoquer :

  1. l’attitude discriminatoire des employeurs français ; explication la plus couramment avancée ;
  2. la moindre adaptation de certaines populations immigrées aux emplois proposés, voire leur moindre productivité moyenne ; à cet égard, on ne peut passer sous silence le fait que l’Algérie, qui cumule fort chômage et émigration massive, ait recruté 40.000 travailleurs chinois (payés quatre fois plus que les travailleurs algériens) pour réaliser son programme de construction de logements financé par ses ressources pétrolières ;
  3. un arbitrage différent selon les populations entre participation à l’économie de production et jouissance de l’économie de rente.

Toutefois il serait injuste d’imputer exclusivement la responsabilité de cette situation à l’attitude et au comportement des Français, pas plus qu’on ne pourrait l’imputer à leur modèle social d’intégration ou à leur modèle économique d’Etat Providence, puisque des phénomènes comparables sont observables en Grande-Bretagne : à la différence de la France, ce pays a adopté clairement une logique communautariste de gestion de ses minorités et pratique un libéralisme économique sans complexe.

4/ Grande-Bretagne : surchômage des Bengalis, des Pakistanais et des Noirs

A la différence de la France, la Grande-Bretagne publie des statistiques ethniques. Celles-ci font apparaître, au regard du chômage, de fortes différences de situation selon les minorités concernées.

Taux de chômage par groupe ethnique
en Grande-Bretagne en 2005
--------------------------------------------------------------------

– Blancs d’origine : 4,40%

– Indiens d’origine : 6,80%

– Pakistanais et Bengalis d’origine : 15,00%

(Source : National statistics. Hommes et femmes. Décembre 2004 à novembre 2005.)

Les Pakistanais et les Bengalis ont un taux de chômage plus de trois fois supérieur à celui des Blancs.

Les Indiens ont aussi un taux de chômage supérieur à celui des Blancs, mais l’écart de l’ordre de 50% est beaucoup plus faible.

Taux de chômage des jeunes hommes de moins de 25 ans
-------------------------------------------------------------------

– Blancs : 12,00%

– Africains noirs, Noirs des Caraïbes,
Pakistanais et métis : de 25% à 31%

– Bengalis : 40,00%

(Source : National statistics. Décembre 2003 à novembre 2004.)

Le modèle britannique et le modèle français sont très différents. Et pourtant on observe les mêmes problèmes d’intégration économique des immigrés. L’intégration des Noirs et des musulmans se faisant mal dans les deux cas, à la différence des immigrés de l’Europe du Sud en France et d’Inde en Grande-Bretagne. Dans les deux pays la situation est particulièrement critique s’agissant des jeunes immigrés noirs ou musulmans dont plus du tiers se trouve sans emploi.

Jean-Yves Ménébrez
© Polémia via Iskander nieuwsbrief
30/08/07

Als religie in de hoek gedrongen wordt

18-12-2007 - Luk Sanders - de standaard

Luk Sanders reageert op Johan Braeckman. 'Artikels als die van Braeckman drukken religie eigenlijk in de hoek waar zij het best gedijt.' In de Vlaamse publieke opinie staat religie onder druk, sla de media erop na en je kan er niet om heen. Neem nu het opiniestuk van Johan Braeckman: 'Moraliteit kan best zonder religie' (DS 15 december). Dat moraal kan bestaan zonder religie is een mainstream stelling. Dat moraal beter kan zonder religie is meer een 19de-eeuws verhaal dat vervlogen was omdat de minst religieuze eeuw ooit - de twintigste - ook de bloedigste ooit was. Maar Braeckman rakelt de stelling weer op en de argumenten waren de clichés die iedereen kent. Met het tegenovergestelde van Braeckman uitpakken in de media - dat moraal religie nodig heeft - dát zou pas origineel en gewaagd zijn (ik zou het niet durven), dát zou pas blijk geven van authentiek denken (ik zou het niet kunnen).

Een hoogbejaarde Duitse emigrant, paus Benedictus, probeerde het in een verklaring waar in Vlaanderen ongeveer niemand weet van had, op drie theologen, twee nonnekes, één onvermijdelijke kerkjurist en blijkbaar ook één papenvreter na... 'Spe Salvi' heette de encycliek. Stel er een vraag over aan Hans Bourlon of Annelies Rutten en ze horen het in Keulen donderen (en de jury van de Slimste Mens zou grijnzen).

Ook de stelling dat religie gevaarlijk is, wordt stilaan mainstream in onze publieke opinie. Aanhoor het hoofddoekendebat. Gothic, outlaws, piercings... geen vestimentaire restricties voor de Gentse ambtenaren wat dat betreft, maar een lokale chemopatiënte kan maar beter opletten hoe ze haar hoofddoek plooit of ze vliegt in een kerker onder de Sint-Baafs.

Braeckmans stelling dat 'Hitler een heftig tegenstander van atheïsten en vrijdenkers' was, is onwaar. Hitler liet zich ooit ontvallen dat het christendom de grootste bedreiging van de toekomst was en de modale SS'er was atheïstisch. De SS heeft nooit een legeraalmoezenier gehad en het soortement natuurreligie dat Heinrich Himmler speciaal voor die SS uit zijn duim had gezogen, is nooit van grond gekomen. Maar dan nog, Hitler was niet de grootste massamoordenaar van de twintigste eeuw, hij werd vooraf gegaan door twee ondubbelzinnige religiehaters... twee socialisten overigens (mogen Gentse ambtenaren nog een rode sjaal dragen?).

Mao liet immers niet alleen 'honderd bloemen bloeien', hij heeft ook 80 miljoen mensen van kant gemaakt (ik baseer me op cijfers van de Amerikaanse politoloog Rudolph Rummel). Vadertje Stalin was milder, maar toch ook 46 miljoen doden... 'Ja maar dat was een ander soort socialisme' hoor ik u denken 'Jozef Stalin was Caroline Gennez toch niet?' Dat vind ik ook, en Bart De Wever is een ander type nationalist dan Hitler. Maar de verschillen tussen de grootinquisiteur van Sevilla en Godfried Danneels zijn ook aanzienlijk. Die grootinquisiteur van Sevilla was overigens een personage uit De gebroeders Karamazov, de roman van Dostojevski waar Braeckman naar verwees. In het boek trof hij Jezus zelf aan en liet hem gevangennemen. Waarna Jezus alleen door te zwijgen de grootinquisiteur psychologisch onderuit haalt. Als Braeckman dat boek vol diepgang en nuance had gelezen, had hij er in die context waarschijnlijk niet naar verwezen.

En 11 september? Sinds die 11de september zijn er op de Vlaamse wegen al een pak meer doden gevallen dan die dag in New York: 'Moraliteit kan best zonder auto'.

Volgens Braeckman is het vandaag in 'de' christelijke culturen zo goed als vanzelfsprekend dat 'als God niet bestaat, alles toegelaten is'. Welke culturen bedoelt hij? Het is wel in de culturen met lange christelijke tradities dat de democratie het beste lukt. En dat Vlaanderen aan de wereldtop staat qua onderwijs, sociale zekerheid en zorgverlening, daar is de kerk niet vreemd aan. Meer dan de helft van de Vlaamse scholen en ziekenhuizen hebben een religieuze signatuur. Anderzijds, in weinige Vlaamse christelijke scholen, universiteiten, ziekenhuizen en zelfs kerken staat het dogma 'God leeft' nog zo sterk als het dogma 'God is dood' binnen de georganiseerde vrijzinnigheid. Want het woord 'vrijzinnig' is in Vlaanderen vervreemd van haar etymologie. Een vrijzinnige is vandaag iemand die in zijn denken nooit tot het besluit wil en mag komen dat God bestaat. Ten tijde van Nietzsche lag het anders. De kuddemoraal was toen christelijk. Mensen die te lui waren om zelf te denken waren sowieso christelijk, dat was mainstream. Vandaag zijn diezelfde mensen 'vrijzinnig'.

Religie is van een heel aparte orde. Vanuit rationeel oogpunt is het niet meer dan een paradox: al wat mensen niet kunnen vatten en hen overstijgt, wijzen ze toe aan een Wezen dat ze evenmin kunnen vatten en hen overstijgt. Maar alle clichés en mainstream talk ten spijt blijft religie overeind, niet in de publieke opinie, meestal ook niet in de huiskamer, maar volgens enquêtes wel verrassend vaak in de bovenkamer... Ook nadat in Gods naam inderdaad onvoorstelbare buffels werden geschoten.

Artikels als die van Braeckman drukken religie eigenlijk in de hoek waar zij het best gedijt. Waar het mainstream discours religieus is, staat religie meestal zwak. Dat was ten diepste het punt dat de grootinquisiteur woedend maakte ten aanzien van Jezus in De gebroeders Karamazov. Ook de metafoor van Jozef en de hoogzwangere Maria die de toegang tot de herberg werden ontzegd, bevat een moraal waar menig gelovige over leest - misschien ook de auteur van Spe Salvi. Bij wijze van onbedoeld kerstverhaal ontzegde Braeckman religie de toegang tot de herberg. Hij heeft gelijk.

Luk Sanders doceert Wijsbegeerte aan de Evangelische Theologische Faculteit Leuven

Herald Tribune spot met België

18.12.2007 13.52u - De gezaghebbende Amerikaanse kranten ‘The New York Times’ en de ‘Herald Tribune’ drijven de spot met de Belgische crisis. “Een Belgische regering? Het zou leuk zijn er een te hebben, maar essentieel is het niet”, schrijft Roger Cohen smalend.

Cohen vat België gevat samen als een surrealistische grap. “België’s favoriete zoon van het surrealisme, René Magrite, werd beroemd met zijn schilderij van een appel met het onderschrift “dit is geen appel”. Hetzelfde deed hij ook met een pijp. Vandaag zou hij gemakkelijk een schets van zijn geboorteland kunnen maken met het bijschrift: “Dit is geen natie”… Cohen gaat nog een stapje verder en haalt ook Guy Verhofstadt door de mangel. De ‘ontslagnemende’ premier die ‘ontslag nemen’ herdefinieerde door aan te blijven. “Magritte zou hem schilderen en erbij gezet hebben: “dit is geen vertrekkende leider”. Surrealisme is dagelijkse kost in België”.

De Amerikaanse journalist vertelt hoe een leraar de overbodigheid van België aantoonde door het land, compleet met koning en financiële put, te koop zette op eBay. De man kreeg een bod van om en bij de 15 miljoen dollar. “Dat was op dag 100 van de politieke crisis. België is nu niet ver meer af van dag 200. De Italiaanse politiek lijkt plots een toonbeeld van stabiliteit.”

Cohen citeert een Franstalige politicologe die ervan overtuigd is geraakt dat een splitsing van België stilaan onvermijdelijk is geworden. “Het is een feit dat Vlaanderen het heft in eigen handen wil nemen. Nederlandssprekenden, lang de ‘underdog’ in een land dat niet eens een Vlaamse universiteit had tot in 1922, zijn het beu om hun Franssprekende landgenoten te blijven subsidiëren. Het succes van de anti-immigratie en separatistische partij Vlaams Belang (‘Flemish Interest’) is de onmiskenbare uitdrukking van de groeiende wens om op eigen benen te staan.”

De Herald Tribune-redacteur citeert ook Alex Salmond, voorman van de Schotse nationalisten (SNP) en eerste minister van Schotland: “De beste positie is vandaag weggelegd voor kleine landen in een grotere economische entiteit en handelsmarkt. Dat is waarom wij een onafhankelijk Schotland willen binnen de Europese Unie.” Hetzelfde geldt ook voor Vlaanderen .

“Vlaanderen? Schotland? Brussel zoals Singapore een soort stadstaat? Wallonië? Kosovo? De kaart van Europa ligt lang niet vast”, schrijft een opmerkzame Roger Cohen, die Amerika aanmaant rekening te houden met de snel wijzigende politieke toestand in Europa. “Het zal van Amerika flexibiliteit en verbeeldingskracht vragen om de essentie van de Belgische crisis te begrijpen: namelijk dat dit niet noodzakelijk een ‘crisis’ is”. De Herald Tribune en de New York Times zijn geen flutkrantjes. Het stuk geeft aan dat – ook in het buitenland – de geesten rijpen. In wezen heeft men daar al afscheid genomen van België. En dat is goed nieuws voor al wie strijdt voor een onafhankelijk Vlaanderen!

bron: Vlaams Belang

dinsdag, december 18, 2007

John McCain Responds to A $1 Million Woodstock Museum


Dit is geen steunbetuiging aan John McCain, maar wat hij zegt is zéér ad rem!

Le conseil de Wezembeek-Oppem chahuté par des 'flamingants'


Nouvelles tensions lundi soir en périphérie bruxelloise. Une dizaine d'activistes flamands ont été interpellés, dès l'ouverture de la séance du conseil communal de Wezembeek-Oppem, alors qu'ils protestaient bruyamment contre le fait que quelques conseillers s'exprimaient en français.

Parmi eux se trouvaient notamment le député Bart Laeremans et le sénateur Jurgen Ceder, du Vlaams Belang. Tous les activistes ont fait l'objet d'une arrestation administrative.

A l'extérieur de la salle, une centaine de personnes ont manifesté à l'initiative du Voorpost, le groupement estudiantin nationaliste du Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV).

Le conseil communal a débuté avec la prise de connaissance de l'arrêté du ministre flamand Marino Keulen sur la non-nomination de François Van Hoobrouck comme bourgmestre.

Protestation bruyante

Lorsqu'un conseiller francophone a voulu expliquer en français que l'arrêté n'était pas démocratique, une dizaine d'activistes se sont immédiatement levés pour protester bruyamment.

Ils ont été éloignés sur le champ par la police. Le président du Vlaams Belang, Frank Vanhecke, se trouvait également dans la salle, mais est resté assis.

Lorsque le calme est revenu, le bourgmestre Van Hoobrouck a abordé le deuxième point: la prise de connaissance de l'annulation par le ministre Keulen d'une motion concernant la nomination des quatre bourgmestres des communes à facilités.

Une conseillère a demandé en français pourquoi elle ne pouvait pas s'exprimer dans sa langue. M. Van Hoobrouck a répondu qu'il était obligé d'appliquer la directive flamande stipulant qu'on devait parler en néerlandais, même si lui-même n'était pas d'accord.

Deuxième incident sur fond sonore de « België barst »

Un second incident s'est ensuite produit après 21h00. Lorsqu'un conseiller francophone s'est une nouvelle fois exprimé en français, des activistes flamands se sont à nouveau levés dans la salle pour protester.

Parmi ceux-ci se trouvaient entre autres Frank Vanhecke, président du Vlaams Belang, et Marie-Rose Morel, députée du parti d'extrême droite au Parlement flamand. Ils ont à leur tour été arrêtés administrativement.

La séance s'est ensuite poursuivie tant bien que mal, alors qu'une centaine d'activistes flamands qui se trouvaient à l'extérieur scandaient des slogans séparatistes tels que "België barst", qui étaient clairement audibles dans la salle.


bron: rtl (nergens in Vlaamse media iet of wat deftige berichtgeving hierover)

maandag, december 17, 2007

Verhofstadt tot 23 maart premier interimregering




Premier Verhofstadt heeft van de koning de opdracht gekregen een interimregering te leiden. Die moet de dringende zaken aanpakken en gesprekken over een staatshervorming opstarten.

De onderhandelingen over die interimregering zijn intussen nog altijd aan de gang. MR blijft de aanwezigheid van CdH, een eis van de PS, in de overgangsploeg verwerpen. Een vergadering, die met twee uur vertraging om 19 uur begonnen is, moet dat knelpunt nu zien weg te werken.

Leterme in de wachtkamer
Ondanks deze strubbeling is het de bedoeling dat de interimregering snel op de been wordt gebracht. Verhofstadt zou dan op 23 maart de fakkel doorgeven aan CD&V-kopstuk Yves Leterme, die dan premier wordt van een nieuwe, definitieve regering.

Dat CD&V/N-VA en Open Vld de Vlaamse vleugel van de federale regering gaan vormen, staat ondertussen zo goed als vast. Sp.a wil niet weten van een noodregering en de Vlaamse liberalen willen de Vlaamse socialisten er niet in.

Met of zonder cdH?
Langs Franstalige kant liggen de kaarten minder duidelijk. Dat MR en PS erbij zijn, lijkt een zekerheid. Vraag is echter of paars langs Franstalige kant nog uitgebreid wordt. PS en cdH willen met alle Franstaligen in bad, MR wil daar niet van weten.

Ook CD&V wil echter uitzicht hebben op een ruime meerderheid die een staatshervorming kan doorvoeren. En aangezien Open Vld niet met sp.a in zee wil, zal het wel met cdH moeten, liet CD&V-voorzitter Jo Vandeurzen vandaag na afloop van zijn partijbestuur weten.

"Zeer korte opdracht"
In een reactie op zijn aanstelling tot formateur liet Verhofstadt vandaag weten dat het maar over een zeer korte opdracht gaat. Uiterlijk op 23 maart, op Pasen dus, wil hij de fakkel doorgeven aan Yves Leterme. De interimregering zal wel met volle bevoegdheden dringende dossiers kunnen oplossen. De partijen die in de interimregering gaan zetelen, moeten het eens worden over een lijst met dringende dossiers.

Sociaal-economisch programma
Terwijl de overgangsregering aan het werk gaat, worden onderhandelingen opgestart over het sociaal-economische programma van de definitieve regering. Ook de discussie over de staatshervorming gaat al van start. Wellicht gaat Leterme als minister van Institutionele Hervormingen de onderhandelingen over de staatshervorming leiden.

Welke partijen?
Welke partijen uiteindelijk in de definitieve regering gaan zitten, is dus nog niet duidelijk. De Vlaamse christendemocraten vroegen vorige week dat de interimregering een voorafspiegeling is van de uiteindelijke bewindsploeg. Ook volgens de PS zou het logischer zijn mocht het cdH nu al opgenomen worden in de overgangsploeg.

Snel te werk gaan
Voor de vergadering, die normaal gezien om 17.00 uur van start had moeten gaan, zat Verhofstadt alvast al rond de tafel met de CD&V- en cdH-voorzitters Jo Vandeurzen en Joëlle Milquet. Verschillende bronnen bevestigen dat alle partijen bereid zijn om snel te werk te gaan. Bedoeling is om voor Kerstmis nog de interimregering op de been te brengen. Wetende dat de ministers nog de eed moeten afleggen bij de koning, de regeringspartijen nog de goedkeuring van een congres moeten krijgen om in die regering te stappen en dat de bewindsploeg nog het vertrouwen van het parlement dient te krijgen, is duidelijk dat er niet veel tijd meer overblijft om tot een akkoord te komen. (belga/svm)

bron: HLN

"Associons-nous à la France " dit Ducarme

Dans le contexte politique actuel, les propos de Daniel Ducarme, l'ancien président du MR qui fut aussi en son temps ministre-président bruxellois, ne passeront pas inaperçus. Aperçu des propos qu'il tiendra ce samedi, lors de la réunion des cadres du MCC, le parti de Gérard Deprez....

Daniel Ducarme n’y va pas par quatre chemins : pour lui aujourd’hui en Belgique, Nord et Sud sont deux nations dans un même pays. Il dit considérer le vote de la scission de Bruxelles-Halle-Vilvorde en commission de la Chambre, comme un tournant irrémédiable. Pour l’ancien président du MR, il faut bien sûr trouver au plus vite un gouvernement mais il est temps aussi dit il d’entrer en résistance en tant que francophones, et d’anticiper l’avenir de Bruxelles. Pour Daniel Ducarme, la Région Bruxelloise ne peut vivre sous tutelle fédérale ou devenir un district cogéré par la Flandre et la Wallonie. Il souhaite donc que le Région Bruxelloise bénéficie d’une autonomie constitutive mais aussi financière via une autre répartition que l’IPP entre les trois Régions.

Daniel Ducarme s’interroge sur la nécessité d’avoir encore 19 CPAS aux tarifs sociaux différents plutôt que de confier cette compétence à la Région. Même chose pur les six zones de police de la capitale.
Enfin, l’ancien président du MR n’exclut pas la fin de la Belgique. Il plaide donc pour une Belgique française, où l’on retrouverait les Wallons, les Bruxellois et les Germanophones. Daniel Ducarme dit ne pas vouloir le rattachement à la France mais plutôt un système d’association, afin que le sud du pays ne se retrouve pas comme un micro-état, isolé au sein de l’Europe....



Miss belgië voor alle belgen



De twintigjarige Alizée Poulicek uit Hoei, bij Luik, is in de Lotto Arena in Antwerpen verkozen tot Miss België 2008. Ze haalde het daarbij nipt van haar eerste eredame Fabienne Kabeya (18) uit Brussel en tweede eredame Jade Van de Walle (19) uit Aalter. Alizée is pas de zesde Franstalige schone die met de titel gaat lopen. Ze neemt het kroontje over van Annelien Coorevits.

Nederlands
Alizée Poulicek, een Waalse met Tsjechische roots, is afkomstig uit Hoei en studeert Romaanse talen. De blonde schone mag zich niet enkel een jaar lang België's mooiste noemen, maar rijdt bovendien met een nieuwe Peugeot 207 cc naar huis. Toch heeft de verkiezingsshow voor Alizée een wrange nasmaak: tijdens het persoonlijke interview moest Ann Van Elsen haar vraag in het Frans herformuleren. Het was voor Alizée onmogelijk om in het Nederlands te antwoorden, waarop ze werd uitgejouwd door het publiek.

bron: HLN

Miss België geworden omdat ze geen Nederlands kent

Toen die mensen in de zaal awoert begonnen te roepen, wist ik dat Alizée zou winnen. Volgens mij heeft dat boegeroep de Walen massaal doen stemmen op hun kandidate, terwijl de rest van de televisiekijkers de stemmen verdeelde over de Vlaamse of de twee exotische kandidaten. Volgens mij zitten we nu met een miss die Miss België geworden is, dankzij het feit dat ze geen Nederlands kent.

Goedele Liekens, geïnterviewd door Jan Claeys en Rudy Tollenaere in Het Nieuwsblad, 17 december 2007


Milquet danst naar de pijpen van Fabiola

Luister. Mevrouw Non wordt betaald door het paleis om 'non' te zeggen. Ze doet dat in opdracht van Van Ypersele en Fabiola. (...) Deze lente was Fabiola bij vader Wathelet, de baas van Opus Dei in België en oude baas van Milquet. Daar heeft ze het hem opgedragen: 'U moet het morele testament van mijn man uitvoeren'. De eerste schepen van Stavelot, een personeelslid van de cdH was getuige van de scène. 'Madame Non' is een marionet van het Paleis. Van Ypersele trekt aan de touwtjes. Hij neemt zichzelf voor Richelieu. (Helemaal op dreef) Het paleis is geen gesloten systeem, hé. Langs achter in de Brederodestraat loopt er in één dag evenveel volk binnen als in de H&M. Zonder dat de koning dat weet. De jachtpartijen op het domein in Villers-sur-Lesse, vlakbij Ciergnon, daar worden de zaakjes geregeld. Leterme vindt daar naar 't schijnt de weg niet.

Kolonel Noël Vaessen, geïnterviewd door Erwin Verhoeven in Het Laatste Nieuws, 15 augustus 2007


Hehe, complottheorieën





"Euthanasie, dan vergeet je al je zorgen..."

zaterdag, december 15, 2007

De Groot Moefti al-Hoesseini


Groot Moefti Mohammed Amain al-Hoesseini, een man die vaak vergeten wordt in het Westen, maar een cruciale rol gespeeld heeft in de Tweede Wereldoorlog met name in het Midden-Oosten. Vandaag wordt hij herdacht door de Palestijnen als volksheld, in het Westen als oorlogsmisdadiger. Hij vormde de link tussen het nationaal-socialisme en de fundamentalistische islam. Een beknopt overzicht van zijn leven, dat grotendeels in teken stond van de strijd tegen de Joodse kolonisatie van Palestina.

Al-Hoesseini is geboren in 1893, in Jeruzalem, als zoon van een rijke moefti. Na korte tijd Islamitisch Recht te hebben gestudeerd en een pelgrimstocht naar Mekka te hebben ondernomen, meldt Hoesseini zich tijdens WO I aan om te dienen in het Ottomaanse leger. In 1917 keert hij echter terug naar Jeruzalem en stapt hij over naar de Britse overwinnaars.

Hoesseini ontpopt zich als fanatiek antizionist. In 1920 krijgt hij door de Britten een gevangenisstraf van tien jaar opgelegd voor het starten van rellen tegen biddende joden. Hoesseini vlucht echter het land uit, en hoeft zijn straf niet uit te zitten.

Wanneer een jaar later de moefti van Jeruzalem overlijdt, laat de Britse High Commissioner van Palestina, Herbert Samuel, zelf van joodse afkomst, zich door antizionisten in zijn staf overhalen om de anti-Britse en antizionistische Hoesseini pardon te verlenen en aan te stellen als nieuwe moefti. Hierbij noemt Samuel hem zelfs grootmoefti, een term die eerder niet bestond.

In ruil voor zijn aanstelling als moefti, zorgt Hoesseini ervoor dat de onrust in Jeruzalem de kop ingedrukt wordt. Hij verzekert Samuel dat hij de rust voortaan zal bewaren. Tegelijkertijd wordt Hoesseini president van een nieuw opgerichte Hoge Moslimraad, waardoor hij zowel religieus als politiek leider van de Arabieren wordt.

Voordat Hoesseini moefti wordt, zijn er Arabieren in Palestina die voorstander zijn van een situatie waarin Arabieren en joden samen in het land leven. Hoesseini wil daar echter niets van weten; hij wil koste wat kost dat alle joden uit Palestina vertrekken.

Zodra Hoesseini aan de macht is, begint hij een terreurcampagne tegen iedereen die het niet met hem eens is. Hij doodt zowel joden als Arabieren die zijn beleid niet steunen. Van vredesonderhandelingen wil hij niets weten. Hiermee vertegenwoordigt Hoesseini een voor die tijd nieuw, gewelddadig soort Palestijns nationalisme.

In 1929 beschuldigt Hoesseini lokale joden er valselijk van, moskees vervuild en in gevaar gebracht te hebben. Hij roept de Arabieren op: “Izbah Al-Yahud!”, oftewel “Slacht de Joden!” Dit leidt tot de dood van zestig joodse inwoners van Hebron. Hoesseini wakkert de rellen aan door foto’s van in Hebron gedode joden te laten zien met de boodschap dat het Arabieren zijn, gedood door joden.

Als moefti laat Hoesseini onder andere de Al-Aqsamoskee en de Rotskoepel restaureren, waarbij de koepel met goud bedekt wordt. Dit verhoogt het aanzien van Jeruzalem bij moslims overal ter wereld, en daarmee ook de status van Hoesseini.

Zes Arabische leiders vormen in 1936 het Hoger Arabisch Committee, waar Hoesseini hoofd van wordt. Deze organisatie protesteert tegen de Britse steun voor zionisme in Palestina. In april van dat jaar breken rellen uit in Jaffa, het begin van een drie jaar durende periode van geweld en onrust in Palestina. Het terrorisme, gericht tegen joden en Britten, wordt geleid door het Hoger Arabisch Committee.

In 1937 laat Hoesseini weten dat hij het eens is met de nazi’s in Duitsland. Hij vraagt het Derde Rijk om tegenstand te bieden aan de stichting van een Joodse staat in Palestina en de joodse immigratie, en wapens te leveren aan de Arabische bevolking.

In datzelfde jaar ontmoet hij toekomstig nazi-kopstuk Adolf Eichmann. Na deze ontmoeting verleent de SS hem, volgens documenten die bij Eichmann’s proces en de Neurenbergse processen naar boven komen, inderdaad financiële steun voor de rellen in 1936-1939.


Als er een poging wordt gedaan om de Britse inspecteur-generaal van de Palestijnse politiemacht te doden en joden en gematigde Arabieren door extremisten worden gedood, verklaren de Britten het Hoger Arabisch Committee illegaal. Hoesseini verliest daardoor zijn functie als president van de Hoge Moslimraad en wordt verbannen naar Syrië, van waar hij zijn werk voortzet.

Vanuit Bagdad steunt Hoesseini de pro-nazi opstand van 1941. In november van dat jaar ontmoet hij Hitler. De rest van de oorlog verblijft hij in Duitsland, waar hij moslims in radioboodschappen oproept om joden uit te roeien en mee te vechten in het Duitse leger.

Tijdens de oorlog wordt hij een adviseur van het Derde Rijk.

Als Duitsland in 1945 de oorlog verliest gaat Hoesseini naar Egypte. Daar wordt hij als held ontvangen. Hij wordt wel beschuldigd van oorlogsmisdaden, maar er komt nooit een proces omdat de geallieerden bang zijn voor de reactie van de Arabische wereld.



Hoesseini steunt vanuit Egypte de oorlog tegen de nieuwe staat Israël in 1948, en wanneer de Jordaanse koning Abdullah de functie van grootmoefti van Jeruzalem aan iemand anders geeft, laat hij hem vanuit Egypte vermoorden. De twee volgende koningen verlenen Hoesseini echter nog geen toestemming om Jeruzalem binnen te komen, omdat ze inzien dat de voormalige leider de vrede in de regio in gevaar zal brengen.

Met het verlies van de Arabische legers tegen Israël in 1948, neemt ook de macht van Hoesseini af. Hij overlijdt uiteindelijk in Egypte in 1974, zonder dat hij – na 1937 - ooit nog in Jeruzalem is teruggeweest.
Zijn neef Yasser Arafat herdenkt Hoesseini in 2002 als nationale held en symbool van Palestijns verzet.

Klik op de afbeelding om te vergroten

De nalatenschap van Hugo Schiltz


Wie moet Vlaams Belang, Lijst Dedecker en N-VA samen­brengen om een Forza Flandria op te richten? Een opvol­ger voor de betreurde Hugo Schiltz dient zich niet aan.

Enkele weken geleden onthulde Paul Doevenspeck in Knack dat Hugo Schiltz een jaar voor zijn dood een gesprek had met Gerolf Annemans. Het voormalige VU-boegbeeld wilde een platform voorbe­reiden dat kon uitgroeien tot een Forza Flandria. Een partij met meer dan 30 pro­cent van de Vlaamse stemmen vormt na­melijk het perfecte breekijzer voor de op­richting van een onafhankelijke natie, een gedachte die Schiltz op het einde van zijn leven openlijk beleed. Leden van Spirit — de partij waar Schiltz uiteindelijk terechtkwam — hoonden de woorden van de advocaat weg. Ook Schiltz' zoon Willem-Frederik, kamerlid voor Open VLD, en Paul Huybrechts, door Schiltz' weduwe ingehuurd om een bio­grafie te schrijven, maakten brandhout van het verhaal. Schiltz verfoeide het ex­treemrechtse rapaille. Het gesprek was slechts een vriendendienst voor Doeven­speck, een financier die steevast militeert voor de Forza Flandria. De Vlaams-Nationale Debatclub nodigde Doevenspeck afgelopen donderdag uit om zijn verhaal toe te lichten. De inne­mende man veegde met de diverse critici de vloer aan, al spaarde hij piëteitsvol diens zoon. Schiltz praatte uit eigen over­tuiging ten huize van Doevenspeck met Annemans over een mogelijke hergroepe­ring. Volgens Doevenspeck was Schiltz er­van overtuigd dat de negatie van ee'n mil­joen Belang-kiezers de Vlaamse natievor­ming in gevaar bracht. De minister van Staat verwierp het cordon. Vlaams Belang moest die schutskring doorbreken. Historicus en potentieel Schiltz-biograaf Frans-Jos Verdoodt bevestigde Doeven-specks verhaal. Dagboekfragmenten van de politicus zouden kristalhelder lezen. Volgens Verdoodt was Schiltz — die maar niet oud leek te worden — op het eind van zijn leven teruggekeerd naar het 'geloof van zijn jeugdjaren' en 'een fervent Vlaams-nationalist geworden die de Vlaamse natie wilde realiseren'. Daarbij dacht hij in de eerste plaats strategisch, niet ideologisch. Schiltz vond dat onder­handelingen met Franstaligen overbodig waren geworden om de onafhankelijk­heid uit te roepen. Kortom, hij had op het einde van zijn leven een bocht gemaakt. Dagboekfragmenten zouden bovendien bewijzen dat de Antwerpenaar zich bij Spirit niet thuis voelde. Johan Vande Lanotte, voorman bij kartelpartner SP.A, vond hij veel te soft in communautaire dossiers. Ook Spirit zelf gaf nauwelijks blijk van slagkracht. Zo moest Schiltz Spirit-voorzitter Geert Lambert dwingen om in 2005 de stekker uit het BHV-overleg te trekken. Maar zijn viscerale afkeer voor Geert Bourgeois verhinderde elke toena­dering tot de N-VA.

Ondertussen is Schiltz al meer dan een jaar dood. Doevenspeck betreurde dat er niemand opstond om in zijn voetsporen te treden en van Vlaams Belang, Lijst De­decker en de N-VA een groot geheel te ma­ken. Bij momenten viel de naam van N-VA-voorzitter Bart De Wever. Die heeft het brein en de branie. Maar de N-VA zit in een verbond met CD&V en onderhan­delt mee over een nieuwe regering. Het aanwezige N-VA-kamerlid Jan Jam­bon benadrukte dat die strategie met CD&V nog steeds werkt. 'Maar als we geen resultaten boeken dan kan het met het kartel snel gedaan zijn.'Andere opties wa­ren dan niet uitgesloten. Maar Jambon had geen zin om met Vlaams Belang in een cordon te gaan zitten, hoewel hij het veroordeelde. Ook hij vond het een taak voor Vlaams Belang om dat cordon te dwarsbomen.

Gerolf Annemans (Vlaams Belang) zag evenmin een reden om de 'koude oorlogssituatie' te doorbreken. Maar hij sloot niets uit mocht de toestand over enkele jaren uit de hand lopen. Ten gronde gaf hij Schiltz wel gelijk: 'Het einde van dit ko­ninkrijk moet georganiseerd worden. Daarvoor moeten we alle krachten bun­delen.' Het succes van CD&V/N-VA deed hem steeds meer in een Forza Flandria-verhaal geloven. Maar eerst was er 'histo­risch debacle' — bijvoorbeeld de afgang van de eerste regering Leterme — nodig om de geesten bij elkaar te brengen Jean-Marie Dedecker bleef erg op zijn hoede. Na ooit zowel door de N-VA (op vraag van Yves Leterme) als door Vlaams Belang (op vraag van Marie-Rose Morel) te zijn buiten gewerkt, was hij bijzonder 'achterdochtig' geworden over mogelijke vormen van samenwerking. De eensge­zindheid waarmee alle Vlaamse partijen de splitsing van B-H-V steunden, vond hij een 'schoon' moment. Het publiek van de Vlaams-Nationale De­batclub zette ondertussen een boutade van Verdoodt in de verf. 'In de Vlaamse beweging zijn we veel te snel met het uit­delen van gele kaarten. Schiltz kreeg zelfs een rode kaart,' zei hij. De Vlaams Belang­aanhangers lieten de professor soms niet uitspreken. De naam Schiltz maakte de hevigste reacties los. Juist daarom blijft een mogelijke samen­werking een moeilijk verhaal. Want zoals Groen! en SP.A vechten om de linkse kie­zers, ruziën de separatisten onder elkaar. Daarbij gaat het steeds om de vraag wie de zuiverste der zuiveren is. De manier waarop dat separatisme etnisch moet worden ingevuld en de collaboratie wor­den geïnterpreteerd, veroorzaakt een bij­komende scheiding der geesten. Of zoals Verdoodt het uitdrukte. 'Schiltz was iets te werelds voor de ingetogen Vlaamse beweging.'


DE HANDELINGEN

BART BRINCKMAN in De Standaard van zaterdag 15 december 2007




Onderwijscommissie keurt ''omstreden'' decreet faciliteitenscholen goed


Franstaligen (weer maar eens) in alle staten

Vlaams parlement deelt "kaakslag" uit !

Publicatie: 14 december 2007

Steven Samyn

De Standaard - 14 december 2007

Kaakslag, betreurenswaardig gebaar, extreme stellingname,... Franstalige politici kwamen gisteren woorden tekort voor hun verontwaardiging over de stemming in het Vlaams Parlement. Daardoor wordt Vlaanderen bevoegd voor de inspectie van de Franstalige scholen in de faciliteitengemeenten.

De Vlaamse en Franse gemeenschap discussiëren al jaren over wie bevoegd is voor de inspectie van Franstalige basisscholen in de faciliteitengemeenten, die door de Vlaamse gemeenschap gesubsidieerd worden. Omdat overleg tussen de ministers van Onderwijs niets opleverde, besliste Vlaanderen de zaak zelf te regelen. Alle partijen met stemrecht in de commissie (CD&V, SP.A-Spirit, Open VLD en Vlaams Belang) stemden voor het voorstel van decreet. Jef Tavernier (Groen!) liet weten dat hij niet voor het voorstel is. Tavernier heeft vooral moeite met het tijdstip waarop het dossier behandeld wordt, in volle communautaire crisis. "Als men de wil heeft om tot resultaat te komen, is het niet verstandig dit vandaag te stemmen", klonk het.

Volgens hoofdindiener Kris Van Dijck (N-VA) past dit decreet gewoon de grondwet toe. Wat de timing van dit decreet betreft, stelde Van Dijck dat dit voorstel niet "out of the blue" komt, maar al langer voorbereid werd. "Je kan toch niet verwachten dat we in het Vlaams Parlement stoppen met werken vanwege een crisis op federaal niveau", aldus Van Dijck. Na de commissie moet het voltallige Vlaams Parlement nog het licht op groen zetten voor deze tekst.

Aan de overkant van de taalgrens werd die definitieve stemming niet afgewacht om de kritiek de vrije loop te laten. "Dit doet me denken aan de stemming over de splitsing van B-H-V in de Kamer", zei Christian Van Eyken (FDF), de enige Franstalige die in het Vlaams Parlement zetelt. "Wat men niet kan bereiken via onderhandelingen, duwt men er in het parlement door."

Het parlement van de Franse gemeenschap riep gisterenmiddag prompt een belangenconflict in het leven. Op een onthouding van Josy Dubié (Ecolo) na werd het belangenconflict unaniem goedgekeurd. In zijn tussenkomst stelde Ecolo-fractieleider Marcel Cheron dat de Vlaamse tekst niet door de beugel kan, maar dat de onthouding van Dubié moet worden geïnterpreteerd als een oproep tot dialoog "met diegenen die dit soort risico's nemen". Hij verwees ook naar de verklaringen van Jef Tavernier.

Vorige maand keurde het parlement van de Franse gemeenschap al een belangenconflict goed na de BHV-stemming in de Kamer. Die vergadering mondde toen uit in een zware aanvaring tussen PS en MR. Ditmaal kwam er weinig vertoon aan te pas. De Franstalige partijen hadden preventief afgesproken geen debat te houden over de zaak. Marie Arena (PS), de minister-president en Onderwijsminister van de Franse gemeenschap, omschreef de goedkeuring als een "zeer betreurenswaardig gebaar". Op het moment dat de Franstaligen zich open en constructief opstellen om deel te nemen aan de communautaire dialoog, stemt het Vlaams Parlement dit voorstel, "terwijl het weet dat het over een belangrijk en symbolisch dossier gaat", aldus Arena. Ze meent dat het Vlaams Parlement "alle pogingen om hierover te onderhandelen teniet heeft gedaan".

Françoise Bertieaux, de MR-fractieleidster in het Franse gemeenschapsparlement, sprak over een "derde kaakslag". Kamerlid Charles Michel (MR) maakte gewag van een "nieuwe agressie". Het CDH van Joëlle Milquet had het in een mededeling over een "pesterige stemming" en riep de Franstalige partijen op om gezamenlijk een "forse strategie" uit te werken. De Franstalige christendemocraten/humanisten hekelden deze nieuwe "klets". Die er komt op een moment dat "het land tekenen van verzoening nodig heeft".

"Alle Franstalige partijen moeten begrijpen dat het niet het moment is voor kleine aanvallen of exclusieven tussen de Franstaligen onderling. Het is tijd voor gezamenlijk werk, idealiter binnen eenzelfde regering", aldus het CDH. Ook PS-voorzitter Elio Di Rupo greep de stemming aan om zijn pleidooi voor een regering van nationale eenheid te herhalen. "Elke dag versterkt het onbegrip tussen het noorden en het zuiden van het land. De huidige onstabiele situatie speelt in het voordeel van de extreme stellingnames. De stemming in het Vlaams Parlement donderdag is daar een frappant voorbeeld van."


Weer een "kaakslag" voor de franstaligen

donderdag, december 13, 2007

Lang leve de onderhandelingen

Sommige Vlamingen spreken schande dat er tot op vandaag nog geen regering gevormd is, daar is eigenlijk geen reden voor.

Het is de eerste keer dat het zo lang duurt vooraleer onze vertegenwoordigers buigen voor de Franstalige eisen, en dus hun beloften zo veel mogelijk proberen waar te maken. Over de economische toestand van ons land moeten we ons ook al geen zorgen te maken.

W. Nonneman, professor dr. economie aan de Universiteit Antwerpen wees er tijdens één van zijn hoorcolleges immers op dat door het feit dat er op dit moment geen echte volledige gemachtigde regering is, de huidige regering elke dag slechts een twaalfde mag uitgeven van wat ze vorig jaar nog mocht, toen ze nog volledig gemachtigd was.

Dit zou volgens hem ten goede komen van de begroting, zo kan de overheid minder geld uitgeven. Ondertussen worden de echt dringende zaken toch betaald door de regeringen van de gewesten. Laat de onderhandelingen dus maar rustig verder lopen, en wees fier dat onze vertegenwoordigers het been stijf houden.

Verdrag van Lissabon ondertekend


De leiders van de 27 landen van de Europese Unie hebben vandaag in Lissabon het hervormingsverdrag ondertekend. Dat Verdrag van Lissabon is een afgezwakte versie van wat oorspronkelijk de Europese Grondwet had moeten worden.

Premier Guy Verhofstadt en minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht ondertekenden als eersten het nieuwe verdrag. De eigenlijke ondertekening duurde ongeveer een half uur.

Het Verenigd Koninkrijk was de enige lidstaat waar de regeringsleider niet opdook en alleen de minister van Buitenlandse Zaken David Miliband signeerde. Premier Gordon Brown was er niet bij, omdat hij vragen in het Lagerhuis moest beantwoorden. Het Europese Hervormingsverdrag, of het Verdrag van Lissabon, houdt voornamelijk de hervorming van de Europese Instellingen in. De bedoeling is dat het in de toekomst makelijker zal zijn om een Europa met 27 landen te besturen.

Concreet gaat het ondermeer over extra meerderheidsbeslissingen en meer invloed van het Europees Parlement, meer continuïteit door een permanente 'president' en een krachtiger extern beleid met een minister van Buitenlandse Zaken, al mag die niet zo genoemd worden.

Tegen het einde van volgend jaar moet het verdrag goedgekeurd worden door alle 27 landen. Het is net op dat punt dat het misliep met de Europese Grondwet, die op referenda in een aantal landen op een njet stootte.

Deze keer heeft Europa een veiligheidsklep ingebouwd: de goedkeuring zal nu aan de verschillende parlementen gevraagd worden. Enkel Ierland zou niet onder een referendum uit kunnen.


De ondertekening van het Verdrag van Lissabon is op heel wat kritiek gestoten. De leiders van de verschillende Europese landen moesten er namelijk speciaal voor naar Lissabon vliegen, hoewel ze morgen allemaal samen zitten voor de Europese Top in Brussel.

Portugal, voorzitter van de EU, wilde het verdrag per se in eigen land laten ondertekenen. België hield dan weer het been stijf over Brussel als standplaats van de Europese Top.

Om de trip toch iets milieuvriendelijker te maken besloten de Benelux-premiers Balkenende, Verhofstadt en Juncker om een vliegtuig te delen. Nog vanavond worden alle leiders in ons land verwacht.

http://www.standaard.be

“Vlaanderen kan maar beter op alle scenario’s voorbereid zijn”

DaVa in ’t Pallieterke, november 2007


Een hele generatie studenten werd door Eric Suy in het internationaal recht ingewijd. Hij was ook dertien jaar lang adjunct-secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Dat hij er vandaag al enkele jaren emeritaat opzitten heeft, weerhoudt hem er niet van nog steeds een aandachtige waarnemer te zijn. Zijn deskundigheid maakt van hem de geknipte persoon om enkele brandende onderwerpen te overschouwen.

We treffen professor emeritus Eric Suy tussen twee buitenlandse reizen. Nog maar net is hij terug van enkele weken Wenen – zijn echtgenote is Oostenrijkse - of hij staat op het punt om voor anderhalve maand naar de Verenigde Staten te vertrekken waar zijn dochter woont. Kan men zich een meer typische levenswandel inbeelden voor deze academische grijze eminentie van het internationaal recht én voormalig adjunct-secretaris-generaal van de Verenigde Naties?
Het internationale gebeuren volgt hij op de voet. Maar ook wat in eigen land gebeurt, draagt zijn belangstelling weg. Jarenlang was hij voorzitter van de VTB-VAB en ook hij plaatste onder het fel besproken Warande-manifest zijn handtekening. Zonder er al te veel mee in de kijker te lopen, verhult hij ook niet een N-VA-lidkaart op zak te hebben.

Enig sektarisme is hem vreemd. Enkele jaren geleden werd hij door het toenmalige Vlaams Blok voorgedragen als lid van de Raad van Bestuur van het net opgerichte Vlaams Vredesinstituut, een onafhankelijke instelling aan het Vlaams parlement dat wetenschappelijk onderzoek over vredesvraagstukken uitoefent. Dat zorgde voor heel wat gemor bij zijn partij, maar Suy bleef er rustig bij. “Ik ben lid van de N-VA, niet van het Blok”, benadrukte hij, waarmee de kous af was. N-VA beschikte op dat ogenblik niet over een fractie in het Vlaams Parlement waardoor het niemand voor deze functie kon voordragen. Het Vlaams Blok wel. Ach, een dergelijke politique politicienne zal wel klein bier zijn voor iemand die dertien jaar lang in de hoogste regionen van de VN vertoefde.

Wonen, dat doet hij nog niet zo lang in Knokke. Daarvoor betrok hij een ruim appartement vlakbij de Brusselse Louizalaan. “We wonen nu kleiner, met als gevolg dat ik heel wat boeken heb moeten weggeven”, legt hij uit. De typische bekommernis van een academicus.

t P: Als u het goed vindt, nemen we een aantal internationaalrechtelijke kwesties onder de loep. Het is de voorbije maanden al enkele keren geopperd: als Vlaanderen zich zou afscheiden komt het in de kou te staan en zal een soort van Waals-Brusselse opvolgersstaat ontstaan. Klopt deze stelling?

E.S.: Gedeeltelijk wel. Het klopt inderdaad dat als er sprake is van een secessie, en Vlaanderen zich onafhankelijk verklaart, er een soort rompstaat België ontstaat. België zal dus als internationale entiteit blijven bestaan, zij het gevoelig kleiner dan vandaag. De nieuwe Vlaamse staat zal zich inderdaad moeten manifesteren op het internationale toneel en op zoek gaan naar internationale steun en erkenning bij de VN. Die Belgische rompstaat is immers opvolger van alle verdragsrechtelijke verplichtingen van het huidige België. Dat net het grootste deel van het land weggaat, verandert hier niets aan. Bij de onafhankelijkheid van Brits-India werd India de opvolgersstaat en niet het kleinere Pakistan. Ook Rusland werd de opvolgersstaat van de USSR. Maar zoals gezegd: grootte en getal is hier van secundaire orde.

‘t P: Met alle respect, maar gaat deze vergelijking wel helemaal op? Principes zijn één zaak, er is toch de realiteit op het terrein? Vlaanderen is er toch wel anders aan toe dan Rusland of de Balkanlanden begin jaren negentig?

E.S.: “Dat klopt, en tot nog toe sprak ik enkel over de VN. Er is ook de EU, dat toch een groter ingrijpen op ons politiek en maatschappelijk gebeuren heeft. Ik denk niet dat men hetzelfde principe analoog kan toepassen. Want wat zou dit betekenen? Dat Vlaanderen door haar onafhankelijkheid plots een grijze zone wordt? De euro is hier de munt, zou die onafhankelijkheid hier verandering in brengen? Dat is toch te gek om los te lopen. Je kunt Vlaanderen toch niet vergelijken met een kandidaat-lidstaat? Wij zijn al sinds jaar en dag in de Unie verankerd. Een dergelijk voorval heeft zich trouwens nooit voorgedaan binnen de EU. Nog nooit heeft een bestaande lidstaat te kampen gehad met een secessie, waardoor van geen enkel precedent sprake is.”

‘t P: U gaat daar erg rationeel mee om. Maar de mentaliteit aan de top van de EU-pyramide kennende, kan men zich de vraag stellen in hoeverre zij dit ook zullen doen als het zich zou voordoen...

E.S.: Wel, maakt u eens de vergelijking met de implosie van Joegoslavië. Uit angst dat een amalgaam zou gemaakt worden met de drama’s die zich daar afgespeeld hebben, durft men dit vaak niet te doen. Wat zich daar op het vlak van staatsvorming en erkenning van nieuwe staten voorgedaan heeft, is in meer dan één opzicht interessant. ‘Europa’ heeft landen als Slovenië en Kroatië vrij snel erkend. Die erkenning werd enkel gekoppeld aan de vereiste om hun minderheden te erkennen. Binnen de 24 uur hadden ze hiermee ingestemd en dit volstond. Het is niet toevallig dat men deze minderhedeneis stelt. Reeds in de 19de eeuw toen Roemenië zich van het Ottomaanse Rijk verzelfstandigde, deden de toenmalige Europese grootmachten hetzelfde.

‘t P: Moet men zich in het voorbeeld van de Balkan niet hoeden voor andere factoren. De pro-Kroatische houding van Duitsland bijvoorbeeld. Frankrijk kent dan weer eerder een pro-Servische traditie?

E.S.: Zonder twijfel speelde dit een rol. Ook het feit dat Rusland – en dat is toch wel de meest voor de hand liggende bondgenoot van de Serviërs – toen ontzettend zwak stond was een belangrijk gegeven. Dat Rusland vandaag weer in omgekeerde richting evolueert, laat vermoeden dat de dingen niet meer zo vlot zouden kunnen verlopen dan toen. Internationaal lobbyen heeft zo zijn nut.

‘t P: U had het over respect voor de minderheden. Het spook van het minderhedenverdrag dat de Franstaligen mordicus goedgekeurd willen zien, schuilt om de hoek...

E.S.: Ik wou er net toe komen. De standpunten hierover zijn gekend. Vlamingen zijn tegen, de Franstaligen zijn voor en de Duitstaligen staan er eerder onverschillig tegenover. Begrijpelijk ook, ze zijn geen minderheid, maar beschikken voor een bevolking van om en bij de 70.000 over een eigen grondgebied en zelfs een parlement. De positie die politiek ingenomen wordt is één zaak, de juridische kant is een andere. Het gaat hier om een Raamakkoord, wat wil zeggen dat door het goed te keuren er nog niets van kracht is. Wel moeten de bepalingen van zo’n Raamakkoord door nationale wetgeving geïmplementeerd worden. En of dat uiteindelijk zal gebeuren? Toch is het een doos van Pandora die maar beter gesloten blijft. In België is steeds de stelling verdedigd dat er geen nationale minderheden zijn. Wel regionale minderheden, maar daar hebben we het nu niet over. De Joodse gemeenschap van pakweg 5.000 tot 6.000 zielen is een voorbeeld van zo’n regionale minderheid.
Men moet ook de context van dit Raamverdrag goed begrijpen. Dit is op maat gesneden van Oost- en Midden-Europa met een complex minderhedengegeven waar verschillende oorlogen zijn uitgevochten. Dat is een situatie die in de loop van de 19de eeuw ontstaan is toen het Ottomaanse Rijk begon te verbrokkelen. Dit gegeven staat haaks op het West-Europese verhaal. Trouwens, en dat is toch geen onbelangrijk argument, heel veel landen van de meer dan vijftig leden van de Raad van Europa hebben dit Raamakkoord niet ondertekend. Buurland Frankrijk, om er slechts één te noemen.

‘t P: De soep wordt niet zo heet gegeten als ze opgediend wordt?

E.S.: Nee, maar we moeten alert blijven! Mochten we in het kader van een of ander compromisakkoord de Franstaligen toestaan eigen onderwijs in de Rand in te richten, zou dit een impliciete erkenning van een minderheid inhouden. Zo staat het in het Raamakkoord. En dat is juridisch dus toch wel gevaarlijk. In 1967 is er voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg een zaak van enkele Franstaligen voorgekomen. Zij vonden zich gediscrimineerd omdat de overheid in Vlaanderen enkel in Nederlandstalig onderwijs voorzag. Het Hof stelde hen in het ongelijk: de onderwijstaal is de taal van de regio en wie dat in andere taal wil verschaffen, moet dit op privébasis doen. Van discriminatie was m.a.w. geen sprake. Vandaag zouden ze met het Raamakkoord willen omzeilen wat het Hof veertig jaar geleden beslist heeft.

t P: Er is een stelling van een notoire belgicist als professor Van Parijs die luidt dat bij Vlaamse secessie hele delen van Vlaams-Brabant onder internationale curatele zullen komen te staan. Klinkt toch wat onwezenlijk?

E.S.: En of (lacht). Alsof het hier Kosovo is en de blauwhelmen door de straten moeten patrouilleren. Ik heb de stellige indruk dat heel wat Franstaligen de Vlamingen angst trachten in te boezemen voor dergelijke scenario’s, terwijl zij net degenen zijn die er het meeste mee dreigen in te schieten. Het verdwijnen van België zou een verarming voor Vlaanderen zijn? Kom, laat ons even ernstig blijven. Dit beweren terwijl Vlaanderen zich blauw betaalt, is gewoonweg grotesk. Het doet me wat denken aan wat ik in de jaren 70 in Le Monde las naar aanleiding van een koninklijk bezoek aan Frankrijk: ‘België is een mythe die zich achter de monarchie verschuilt’.”
DaVa

Voorbereid zijn, dàt is de boodschap

Bij het uiteenvallen van Joegoslavië sloten Servië en Montenegro een akkoord waarin gestipuleerd werd dat ze als twee entiteiten optraden. Na drie jaar zou er een volksraadpleging komen om te beslissen of samen verder scheep werd gegaan. Dit gebeurde, en men besloot dat de paden zich zouden scheiden. De wereldopinie gaf geen kik. Dat is een interessant scenario, zeker voor ons land. Want wat betekent confederalisme? Twee zelfstandige staten die beslissen bepaalde dingen samen te doen. Het leger, financiën, dat soort van zaken. Voor al het overige dragen deze zelfstandige staten de volle verantwoordelijkheid.
Nu, als buitenlandse voorbeelden ons iets leren, is het zonder twijfel dat we goed voorbereid moeten zijn. Ongeacht welk scenario zich zou kunnen voordoen. Nauwelijks enkele maanden nadat de Duitse eenmaking een feit was, kwam men met een omslachtig rapport van 350 pagina’s op de proppen. Dat document was het resultaat van een grondig studiewerk: jaren eerder al – en ik benadruk: jaren - was men beginnen onderzoeken welke juridische documenten van de DDR in een verenigd Duitsland bruikbaar waren en wat overboord gegooid moest worden. Echt indrukwekkend was dat. Men had zelfs al autonummerplaten gereserveerd voor de diverse regio’s in het Oosten. Al deze zaken zaten in de schuif en moesten er gewoon uitgehaald worden als het moment aangebroken was.
Om u een ander voorbeeld te geven waarom men maar beter goed geïnformeerd kan zijn. Het devolutieakkoord van voormalig Joegoslavië – zo’n 34 pagina’s lang – bevat ettelijke afspraken waar men op het eerste zicht niet onmiddellijk aan zou denken. Wat gebeurt er bij de afscheidingen met de tegoeden van het land bij de Bank voor Internationale Betalingen in Bazel? En hoe is het gesteld met de tegoeden van bijdragen bij het IMF of de Wereldbank? Over dat akkoord is zes jaar onderhandeld. Bij de Belgische afscheiding was negen jaar nodig om een akkoord met Nederland te sluiten.
In deze precedenten zit een andere les: geduld kan op dergelijke momenten een erg mooie deugd zijn. Niet overhaast te werk gaan, is eveneens de boodschap.

Alles op deze webstek mag overgenomen worden mits duidelijke bronvermelding. De redactie van Klauwaert