woensdag, maart 28, 2007

dinsdag, maart 27, 2007

Europa verraadt christelijke wortels

Europa pleegt verraad aan haar christelijke wortels, een vorm van geloofsafval die de Europese Unie in een diepe identiteitscrisis kan storten.

Dat heeft paus Benedictus XVI zaterdag gezegd in een toespraak tot bisschoppen uit Europa. Aanleiding voor de ongewoon scherpe kritiek was de Verklaring van Berlijn, een tekst die de bondskanselier van EU-voorzitter Duitsland, Angela Merkel, zondag zal uitspreken ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Europese Unie.

Apostasie
In de Verklaring van Berlijn wil de Europese Unie de gemeenschappelijke waarden en aspiraties van het machtsblok onderstrepen. Maar daarbij wordt volgens de uitgelekte tekst met geen woord gerept over het christendom, nog altijd het belangrijkste geloof in Europa. Tot grote ergernis van de paus.

'Hoe kunnen zij een zo wezenlijk element van de Europese identiteit, zoals het christendom, waarmee een grote meerderheid van de burgers zich identificeert, uitsluiten?,' vroeg Benedictus zijn gehoor. Europa vergeet God en haar christelijke wortels, meent Benedictus, een vorm van 'geloofsafval' die funeste gevolgen kan hebben.

'Is het niet verrassend dat het huidige Europa, dat zich als waardengemeenschap probeert voor te stellen, steeds vaker ter discussie stelt dat er überhaupt universele en absolute waarden bestaan?,' aldus de kerkleider, die vreest dat Europa door deze veronachtzaming afstevent op een grote identiteitscrisis.


donderdag, maart 15, 2007

In het Klauwaert-archief: "Borms" in Pallieter door Filip De Pilleceyn


Borms door Filip De Pillecyn uit “Pallieter” van 3 januari 1926

Dosfel is gestorven. Plotseling, voor velen. Want al neigde zijn zwaar hoofd en al keken zijn trouwe ogen soms vanuit de verte, toch zal het voor velen een verrassing zijn geweest te lezen in de bladen dat Lodewijk Dosfel, geboren te Dendermonde, aldaar overleden is.

Ik ken er die er heel de dag ziek zijn van geweest. Als men zo'n doodsbericht verneemt, dan gaat niet alleen het hart kloppen in de keel, dan komt er niet alleen iets heets en prikkelends in de ogen, maar dan spelen alle zenuwen in de vingertoppen: onmacht, berouw, vruchteloosheid om te proberen goed te maken wat geschied is met de medeplichtigheid van de honder¬den die thans het hoofd schudden en peinzen bij zich zelf: "Dosfel gestorven! Dat doet pijn aan mijn hart!" Daar zijn wondere toevalligheden in het leven van elke dag. Juist als het artikel naast de kop van Borms moet geschreven worden, luidt de doodsklok over Dosfel. En door het geheime spel van de psychologische associaties hoor ik het onnatuurlijke valse vers van Van de Woestijne dat een gans geslacht heeft bewonderd:

Vlaanderen, waar wij zijn als genoden aan rijke taaflen. Dosfel! Borms! O rijke taaflen.

Twee provincieraden hebben moties gestemd ten gunste van de onvoorwaardelijke vrijlating van Borms. Wij kennen mensen die er verlegen mee zitten. Want het is toch niet logisch anders in het Parlement te handelen dan in de provincieraad. Wij weten nu wel, dit gebeurt geregeld, maar een geval zoals dit wordt bekeken en onderzocht. En wat hebben wij onlangs ook weer gelezen over de invrijheidstelling van Borms? Dat hij vrij kon komen als hij zweeg over Vlaanderen. Het commentaar luidde: "Indien Borms niet aanneemt hebben wij er medelijden mee!" Hoort gij de toon van dit medelijden. Hij komt van zo hoog, van uit zo'n verhevenheid van hart en geest; hij is zo vol intellectuele superioriteit. Och! wij zijn er van overtuigd dat die mensen heel geredelijk voor zichzelf zouden aannemen heel hun leven te zwijgen over Vlaanderen voor nog heel wat min dan de vrijheid.

Het is ook waar dat zij geen Borms heten.

Wat was die man toch een vlammend vuur onder de jeugd van vóór de oorlog. Wie op zijn jaren, kon nog zo nabij de werkelijkheid voelen van woorden als daar zijn: vaderen, vadergrond, Gulden Sporenslag, verleden en kunstroem van Vlaanderen.

Hij liet de roes van die schone klanken over hem komen en 't galmde, met zijn stem van luidklinkend metaal. Jong was hij gebleven, met een naïef, onverwoestbaar geloof in het begrip «Vlaanderen». Hij voelde in zich de romantische ziel van een minnezanger. Hij doorliep Frans-Vlaanderen, sprak tot de ziel, gaf aan de mensen liederen en een brok verleden. Hij was een kracht, een drift, een fanatisme vol zuiverheid. Hij dacht niet aan zichzelf.

Toen kwam de oorlog.

Borms werd blind van alles wat niet was: Vlaanderen. Ja, hij heeft dit gedaan en dat gedaan. En wij hebben menige goede Vlaming ontmoet die zegde: "Borms, ja, eerlijk, ja, maar DIT had hij moeten laten, en DAT had hij niet mogen doen." Wij begrijpen zulks. Iedereen oordeelt met zijn temperament of met zijn temperamentloosheid. Oordeelt van op zijn stoel, zoals de mensen die besluit-wetten hebben gemaakt te Havre. Heeft de gelegenheid niet gehad anders te doen dan hij deed, heeft niets gedaan, peinsde op later, dacht op zijn huishouden.

Er was geen Borms.

Maar ik zal altijd, als ik over Borms denk, terugzien die assisenzaak van Brussel waar België gevonnist heeft tegen Vlaanderen. Altijd dezelfde was hij, met even stoute tong, met even vrij oog, met even klare stem. Soms was de klank wat omfloerst als het hem te innig werd. En als de advocaat-generaal sprak over het ontvangen geld, dan glimlachte hij fier.
Want hij stond daar in zijn sjofel pak waar «Le Soir» mee spotte, verarmd, met de onmacht om de last te dragen van een groot gezin.

Hij zit nu reeds jaren.

De atmosfeer van de gevangenis heeft dit kloeke lijf verzwaard in zijn lenigheid, gebroken in zijn veerkracht. Driedubbel weegt elke dag bij de voorgaande dag.
Het wordt groen daarbuiten of sneeuwt, door de tralies ziet hij de lucht bewegen boven Vlaanderen, boven de belforten, de steden, het Parlement.
Hij draagt het vrijwillig, zoals hij het vrijwillig heeft opgenomen. En nu, mensen, voorzichtige mensen van en buiten het Parlement, voorzichtig tot in uw christelijkheid. Dosfel is gestorven. Gij weet waarvan. De kerker is onverbiddelijk voor een intellectueel.
Uw voorzichtigheid, uw kostelijke reputatie en die toch zo verdommelijke schrik van de franskiljons heeft al te veel wijsheid, driekleurige Brabançonne-wijsheid, voor uw hart gespannen. Te Leuven zit iemand die louter en alleen hart is geweest.
Laat nu eens, voor één enkele maal, uw hart spreken; gij hebt er zo weinig gelegenheid toe. Durf uw hart eens te laten spreken. Gij zult er, in alle geval, niet door lijden wat Borms er voor afgezien heeft.
En misschien zult gij nog de indruk krijgen dat gij meer voor Vlaanderen hebt gedaan dan hij.

De doodsklok luidt over Dosfel.

Denk aan Borms.


















De auteur, Filip De Pillecyn was medeoprichter van het satirische tijdschrift Pallieter. De Pillecyn was een begenadigd schrijver en vooraanstaand Vlaams-nationalist uit het Waasland.




zondag, maart 04, 2007

Dit is een brief van Ward Robert, tot voor kort lid van de algemene vergadering van het IJzerbedevaartcomité.

korte inleiding en schets van de situatie

Een korte historiek: de IJzerbedevaart ontstaat in de jaren twintig als een manifestatie om de frontsoldaten te herdenken. De bedevaart krijgt vrijwel onmiddellijk een Vlaams karakter. De eerste IJzertoren werd gebouwd in Kaaskerke.
Het gebeuren heeft in de jaren dertig en veertig te "lijden" onder de opkomst van het fascisme, de tweede wereldoorlog en de repressie. De eerste toren wordt in 1946 gedynamiteerd door de helden (kuch) van de weerstand met behulp van de Belgische staat en in 1948 wordt de eerste bedevaart na de wereldoorlog gehouden bij de resten van de eerste toren. De tweede, grotere toren herrijst in de jaren vijftig boven de West-Vlaamse akkers. Vanaf 1948 tot eind jaren tachtig loopt het vrij goed met de IJzerbedevaart. In 1989 wordt Lionel Vandenberghe, nu spiritist, voorzitter van het comité. Op zich was hij niet zo'n slechte voorzitter, maar onder zijn bewind worden de eisen van de frontsoldaten (Zelfbestuur - Nooit meer oorlog - Godsvrede) hertaalt in Vrede - Vrijheid - Verdraagzaamheid. Ook worden verschillende gebruiken, ik denk aan de Eed van trouw en het Zuid-Afrikaanse volkslied, geschrapt uit het programma onder het mom van vernieuwing. Het IJzerbedevaartcomité voert een voor sommigen té progressieve koers. Er ontstaat protest. De bedevaart van 1996 wordt verkracht door vuistslagen en tromgeroffel. De tweespalt binnen de Vlaamse beweging, die sinds de tweede wereldoorlog altijd al heeft bestaan, wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk. Door het electoraal succes van het Vlaams Blok voelen de groepen die vrijwel rechtstreeks aan die partij gebonden zijn zich versterkt en eisen hun plaats op binnen de Vlaamse beweging. In 2003 wordt de eerste IJzerwake, de radicaal-rechtse tegenhanger van de IJzerbedevaart georganiseerd.
De IJzerbedevaart zwakt verder af. De IJzerwake radicaliseert.
Momenteel is Walter Baeten voorzitter van het IJzerbedevaartcomité. Het comité zet zijn progressieve koers verder.

Aan de leden van de algemene vergadering van de vzw Bedevaart naar de Graven van de IJzer.

Na de bijeenkomst van de algemene vergadering van het bedevaartcomité, vorige zaterdag, ben ik met een wrang gevoel in mijn wagen gestapt. Een dom onderwerp, als het ontwerp van de IJzerbedevaartaffiche, heeft het ware gezicht van velen van jullie, in de algemene vergadering, bloot gelegd. Wij, die ons het IJzerbedevaartcomité noemen, en dwepen met de slogan " Vrede Vrijheid en Verdraagzaamheid ", moeten dringend eens de hand in eigen boezem steken. Ik was ten zeerste verontwaardigd toen ik de storm van reacties hoorde op de affiche die ik voorstelde.
Onze eigen IJzertoren, zelfs het profiel ervan, of een Vlaamse Leeuw zijn zaken die er niet meer op thuishoren, de affiche moet een duidelijk signaal van vernieuwing met zich mee-dragen om nieuwe mensen aan te spreken, zo verwoordde het de voorzitter. Het meeste van al was ik verontwaardigd en heel diep geraakt toen ik in de vergadering de reactie hoorde op de twee kinderen die op deze affiche afgebeeld stonden, mijn eigen kinderen nota bene.
’t Is weeral een blonde " Van verdraagzaamheid gesproken ". Je reinste racisme noem ik het, zet er maar een allochtoon op, dat moeten we allemaal pikken maar een blond meisje dat mag in geen geval. Sorry collega’s, of toch niet, mijn dochter is inderdaad blond en ik ben er terecht fier op.

Ik heb van mijn eerste levensjaar zonder onderbreking, dankzij mijn ouders, deelgenomen aan de IJzerbedevaart, en daar ben ik ze tot op de dag van vandaag oprecht dankbaar voor. Al van jongs af zet ik me in voor het welslagen van de bedevaart, voor de vredesfietseling en voor de aanwezigheid van scouts op de bedevaart. Al meer dan 20 jaar volg ik de regieverga-deringen en werk ik daarin opbouwend mee. Al meer dan 20 jaar sta ik op de zaterdag voor- en zondag van de bedevaart als een zot te zwoegen om de bedevaart te laten slagen. En vanaf het ogenblik dat mijn dochter oud genoeg was om ergens toch maar iets mee te helpen heb ik haar daarvoor ingezet. Samen met wijlen Koen Baert heb ik het indertijd zelf zover gekre-gen dat de Vlaamse scouts de bedevaartweide uitkozen als duidings- en overnachtingsplaats voor een internationale wandeltocht ter gelegenheid van 75 jaar VVKSM. Meer dan 5000 internationale scouts die de bedevaartsite en de gedachte erachter leerden kennen lang voor er ook maar enige sprake was van " ten vrede ".

Ook al heeft de bedevaart, in mijn ogen, te veel van zijn ziel moeten prijsgeven, toch ben ik altijd trouw gebleven aan de afspraken, en heb ik het comité geen haarbreed in de weg gelegd. En dit alles met het vertrouwen dat dit ook een beetje mijn toren was, mijn weide, mijn bedevaart.
Maar te veel is te veel. Beweren dat mijn "blonde" dochter niet thuis hoort op een bedevaartaffiche omdat dit te veel gelijkenissen zou vertonen met de affiches van een politieke partij, dit gaat te ver. De bedevaartweide en de IJzertoren is eigendom van het comité, dat hebben we allemaal gezien in de cijfers die ons vorige zaterdag werden voorgelegd. Maar wat velen onder jullie blijken te vergeten, is waar dit allemaal vandaan komt. Ik heb niet de gezegende leeftijd om te zeggen dat dit alles mijn verdienste is, ver van. Maar jullie in het comité hebben dat recht ook niet. Dit alles is een deel van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Dit is geen bezit van een comité, dit is het algemeen bezit van de Vlaamse beweging. Dit is de verdienste van de vele Vlaamse gezinnen die ondanks alles, armoede, onbegrip, ellende, onderdrukking, repressie en verwijt e.v.a. trouw gebleven zijn aan de gedachte die uit de ideeën van de fronters is ontsproten, en die tot vandaag aan de basis ligt van onze nakende zelfstandigheid.
Dat de raad van betuur heeft beslist dat de bedevaart vanaf nu in vraag wordt gesteld en dat alle pistes wat naam, dag of uur betreft (een goed verstaander heeft maar een half woord nodig) bespreekbaar zijn doet mij in alle geval steigeren.

Het is diezelfde raad van bestuur die jaar na jaar aan de inhoud van de bedevaart heeft zitten knagen en op deze manier heel bewust mensen naar de overkant van de ijzer heeft geduwd. Dat na al die jaren we nu uit de resultaten moeten besluiten dat de bedevaart verlieslatend is, is iets wat het kleinste kind onder ons kon voorspellen. Jaar na jaar traditionele elementen uit de bedevaart schrappen, waardoor de oude getrouwen steeds meer afhaken, en dan verwon-derd zijn dat er minder aanwezigen zijn?
Nieuwe mensen voor de bedevaart trek je niet aan met een mooier affiche of een andere visie.
Bedevaarders behoudt men door de geest van het verleden en voorouders te appreciëren en niet de boeg om te gooien omdat één of andere politieke partij meer kans op subsidies geeft.
Voor mij hebben jullie afgedaan.
Ik heb jaar na jaar zitten vragen naar medewerkers uit de algemene vergadering.
Ik heb er nooit iemand van mogen ontmoeten op de dag voor, en op de bedevaart zelf.
Met een naamplaatje van het comité rondlopen op de bedevaart, als ze al aanwezig waren, is het enige wat sommigen onder jullie ooit hebben gepresteerd.

De symbolen van de Vlaamse frontsoldaten, de IJzertorensite en de bedevaartgedachte moe-ten voor iedereen in Vlaanderen toegankelijk zijn, van jong tot oud, van extremist tot softie, en ja waarom niet ook voor allochtonen, ik zal bij de eersten zijn om dit te onderschrijven. Het enige dat we van al deze mensen vragen is respect voor onze traditie, respect voor onze cultuur en ons gedachtegoed, eerbied voor onze vlag en voor ons streven naar onafhan-kelijkheid.
Wat het comité de laatste jaren aan het doen is, is een duidelijke selectie maken van wie er bij het clubje mag horen en wie niet. Van verzoening wil men al jaren niet meer horen in het comité, "ik ben nog liever onbeleefd en antwoord niet, dan met de mensen van de ijzerwake te gaan praten" zijn de woorden van onze voorzitter op een vraag tot dialoog. Waar is de slogan van "vrede vrijheid en verdraagzaamheid" in dit verhaal.

Dat de bedevaartweide niet meer vrij toegankelijk bleef, daar hebben we ons ondertussen reeds met verzoend. Iedereen, en zeker in de Vlaamse beweging, weet dat niets meer voor niets kan, en dat het onderhoud van de toren pakken geld kost en ook moet betaald worden. Daar ga je geen echte flamingant met afschrikken, maar misschien wel die verhoopte nieuwe bedevaarders of "ten vrede" gangers. Let wel, ooit loopt het vat wel ergens lek en blijft er alleen maar de site over, zonder enige subsidie of enige politieke ondersteuning want als het hen in Brussel te heet wordt trekken ze hun handen weg om hun eigen ziel te redden. Nu begrijp ik ten volle wat die verdienstelijke oud-comitéleden, zoals bijvoorbeeld Guido Moons, hebben bezield toen ze ooit hun lidmaatschap hebben opgezegd. Je mag er alvast komende bedevaart nog eens 25 trouwe bedevaarders aftrekken, ons zie je niet meer terug.

Ten slotte nog dit, ik verbied hierbij met aandrang dat een foto van mijn kinderen wordt gebruikt voor eender welk doel van het bedevaartcomité

Met Vlaamse groet,
Ward Robert


zaterdag, februari 24, 2007

Citaat: Max Lamberty

"De Vlaamsgezinden waren en zijn de belichaming van een idee die in alle landen haar aanhangers heeft: de idee die het NATIONALE als grondslag neemt bij de beoordeling en behandeling van de maatschappelijke vraagstukken; de idee die aan het nationaal belang, het geestelijk en stoffelijk belang van het eigen volk, de voorrang geeft boven de andere uitzichten van het maatschappelijke bestaan. Zij die zich naar deze gezichtshoek richten en, in alle landen van de wereld, nationalisten worden genoemd, offeren gaarne hun persoonlijk voordeel, hun rust, hun gezondheid, hun leven zelfs, omdat zij deze taak, de verzekering van het bestaan en van de grootheid van hun volk, beschouwen als de schoonste taak die hun in de gemeenschap kan beschoren zijn. Dat is hun roeping. Zij zijn uitverkoren om te strijden voor en te waken over de geestelijke en stoffelijke belangen van hun volk, het is hun bestemming de politieke herders van hun natie te zijn.

Zij zijn overal in de minderheid. Zij zijn overal onontbeerlijk. Zij zijn de stuwkracht zonder de welke een volk niets groots tot stand brengen kan, ja zelfs zich niet blijvend handhaven kan. Dat is de beslissende betekenis van het nationalisme in alle landen."

Max Lamberty, in De Geschiedenis van Vlaanderen, deel VI p. 266

zaterdag, februari 17, 2007

In Memoriam: Herman Van den Reeck
























In deze bijdragen willen we voor de tweede maal, na dr. August Borms, een Vlaamse martelaar herdenken. Deze keer gaat het om Herman Van den Reeck, ook wel “de eerste Vlaamse martelaar” genoemd, maar dan vergeet men de velen die in de loopgraven hun leven gaven.

Herman Van den Reeck werd geboren op 21 april 1901, hij volgde Grieks-Latijnse humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen. Zijn vader was secretaris van de Volkshogeschool. Van den Reeck gaf voordrachten over Transvaal en Zuid-Afrikaanse letterkunde voor de Vlaamsche Bond. In 1918 trad Van den Reeck toe tot de Activistische Schoolbond. Van den Reeck was zeer belezen en bestudeerde de geschiedenis van de Lage Landen en volkeren die toen voor vrijheid streden.

Ook na de eerste wereldoorlog behield Van den Reeck zijn Vlaams-maximalistisch standpunt. Van den Reeck was ook sociaal geëngageerd. De politieke en culturele ontvoogding waren voor hem onlosmakelijk verbonden met “de bevrijding van het proletariaat”. Dit gegeven is typisch voor de tijdsgeest waarin Van den Reeck zich toen bevond. Nationalisme en sociaal engagement waren gelijk aan elkaar. Het kapitalisme en de bourgeoisie werden verantwoordelijk geacht voor de oorlog. Zelfs figuren zoals Joris Van Severen, werden begeesterd door de communistische en internationalistische idealen van de Oktoberrevolutie.

Van den Reeck schaarde zich achter het “Manifest voor een christelijke Internationale” van Cornelius Boecke. Ook Van den Reeck kon, net zoals vele intellectuelen in die tijd, zich terugvinden in de idealen van de door Henri Barbusse gestichte “Internationale van de Gedachte”, de Clarté-beweging. Deze beweging streefde naar een revolutionair eenheidsfront ter bevordering van het culturele peil van de arbeidersklasse en de verspreiding van het historisch materialisme. De Clarté-groep raakte al snel verdeeld.

Grondgedachte van de (Vlaamse) Clarté-groep: “De onderdrukking van het Vlaamsche Volk is slechts een onderdeel van de internationale overheersching van de groote klasse der bezitloozen ten behoeve van de grootkapitalisten en imperialisten.

Van den Reeck werd secretaris van de Vlaamse afdeling van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging. Van den Reecks denken zou gesitueerd kunnen worden tussen het avant-gardisme en het Nieuwe Orde-denken, want ondanks zijn anti-militarisme, sprak hij revolutionaire taal.
"Een opstand, zelfs al mislukt die... heeft tenminste dit voordeel bij dat de beweging wereldkundig wordt en dat het nationaal gevoel van het volk er wakker door gehouden wordt, wat wel door eenige slachtoffers mag gekocht worden... Alles voor Vlaanderen, ook ons leven en onze vrijheid. De romantische periode van onzen strijd is voorbij, we staan voor de eerste daad. Vlaanderen! 't Is de tijd!"


Op 11 juli 1920 werd in Antwerpen een Guldensporenviering georganiseerd. Het was een betoging van alle Vlaamse strekkingen. De menigte van 30.000 Vlaamsgezinden trok op naar de Grote Markt. De Vlaamse vlaggen werden door de politie in beslag genomen. Burgemeester De Vos van Antwerpen voelde zich ziek, schepen Strauss had het bevel over de politietroepen. Er ontstond oproer. Een politie-inspecteur loste een schot. Herman van den Reeck werd geraakt. Van den Reeck werd eerst verplicht een verklaring te ondertekenen waarin hij de schuld op zich neemt. Door de te late verzorging sterft hij. Op 17 juli 1920 woonde een enorme menigte de rouwstoet bij. Verscheidene Vlaamse dichters, waaronder Wies Moens en Paul Van Ostaijen, schreven een hommage aan hem.


Het graf van Herman Van den Reeck op de begraafplaats Schoonselhof te Antwerpen



Uit De Tocht (1920), Wies Moens


Aan Herman Van den Reeck,

Gevallen voor de zaak op 11 juli 1920


In mijn stille, witte cel
is het bericht van uw dood als een nieuw parool
dat scherpe lippen fluisteren in den nacht.
(Die het wachtwoord ontvangt,
hij zet zijn leven tot een bolwerk er om heen.)

Ik heb u nooit gezien,
ik heb u nooit gekend.
Maar dit weet ik:
dat zo wij ooit elkaar hadden ontmoet,
broeder, reeds na den eersten groet,
onze handen werden ineengelegd
en een bond gesloten !

Men zegt
dat een kleine, plompe kogel
in je longen drong:
een blokje lood
dat ’n halve seconde door de lucht gierde
als de angstgil van een zwaluw,
en door je jonge vlees
in je longen drong,
astrant en brutaal
als een beschonken huisbaas.

Men zegt
dat je jonge, krachtige longen
vol bloed werden gestort:
een rode zee van bloed waarin de kreten van je hart,
die waren ‘lijk stormvogels,
jammerlijk verdronken!

Broeder,

nu jij als een schone, vriendelijke heilige
op de baar ligt, wat zal ik je geven?
Al het fijnste goud van mijn leven
is bleek en mat
in den glans van je aureool;
vals blinkt mijn vers
in het licht
van dat glorieuze gedicht
dat jij met je bloed schreef op de straatkeien!
En mijn deel in het lijden
is zo gering, zo niet.
Broeder, ik sta hier zo arm:
ik kan niet eens wenen,
want ik ben zo verhard en zo dof geworden
in dezen tredmolen

Maar ik kan nog knielen, broeder,
en mea culpa slaan:
om mijn verwatenheid
en om mijn zwakheid,
om mijn opstand
en om mijn ongeduld.
Broeder, je bloed delgt mijne schuld !

Die in zonde tot je komen,
àllen –de bangen, de lomen
en d’ onverschilligen mee-
zij keren in reinheid,
geslagen met genade
door den roden bliksem van jouw dood.

donderdag, februari 15, 2007

Decadentie? Waar?

Bepaalde verplichtingen zorgden ervoor dat een deel van de redactie van Klauwaert vorige dinsdag in het theater belandde. De kaarten werden op goed geluk gekocht en we belandden in een stadsschouwburg van een grijze, middelgrote stad met bijhorende socialistische burgemeester.

Met de nodige scepsis betraden wij deze “cultuurtempel”. Het stuk dat ons voorgeschoteld werd was “Platform”, geschreven door een zekere Houellebecq en gebracht door NTGent, een toneelgroep die subsidies krijgt van vier instanties: de Vlaamse gemeenschap, de provincie Oost-Vlaanderen, de stad Gent en de Nationale Loterij.

Maar goed, terug naar onze aankomst in “de Foyer”. In deze rookvrije ruimte kon het ongetwijfeld trouwe theaterpubliek zich al niet bedwingen een sigaret op te steken, maar tot daar aan toe. In de zaal bevonden zich waarschijnlijk vele prominenten uit het lokale cultuurleven, alsook personeelsleden van het naburige college uit onze grijze stad. Met andere woorden, het publiek dat men op een regenachtige dinsdagavond terug kan vinden in het theater.
De voorstelling begint. De scène bestaat uit een platform, bedekt met afval. Acteurs in ondergoed betreden de scène.

Over de inhoud van het stuk kan ik kort zijn, als men het niet had over de wantoestanden van het kapitalisme en het westen, was men wel bezig één of andere erotische –of moet ik zeggen pornografische- scène te beschrijven. Voor één keer klopte het gezegde “Hoe vettiger, hoe prettiger” niet. Men smeet er nog een allochtoon tegenaan om lekker politiek correct te doen en het feestje was compleet. Enkele mensen verlieten de zaal. Waarom het grotendeels oudere publiek niet in grotere getale opstapte is ons een raadsel, of zijn zij misschien dat trouwe theaterpubliek dat dit soort uitspattingen van onze “cultuur” gewend is? Men deed er op het einde nog een schepje bovenop: één van de acteurs vond het nodig om zijn lid te laten zien… Het publiek betaalt om exhibitionisme te zien? De drie Duitse woorden liggen ons allen op de tong: Untergang des Abendlandes?

Wij pleiten zeker niet voor een verbod op dit soort voorstellingen, maar zijn ontgoocheld over het feit dat dit soort uitspattingen van onze maatschappij –ik durf niet meer cultuur zeggen- volle zalen trekt. De twee hoofdpersonages zouden het failliet van de westerse beschaving moeten belichamen, maar tegelijkertijd is heel de voorstelling, alle subsidies voor deze toneelgroep, het loon dat een acteur krijgt om zijn lid te laten zien, dé belichaming van het failliet van onze samenleving.
O ironie.

Er is wel meer nodig om een groep redacteurs van Klauwaert te shockeren, maar het bezorgde ons toch een negativistische stemming over het cultureel welvaartspeil dat ons volk heeft bereikt. Men zou voor minder cynisch worden.


maandag, februari 05, 2007

In Memoriam: Edgard Delvo


Edgard Delvo wordt op 20 juni 1905 geboren in een Gents socialistisch arbeidersgezin. De intelligente Edgard gaat op 15 jarige leeftijd de normaalschool volgen. In 1924 wordt hij corrector in de socialistische Volksdrukkerij. Daar kwam Delvo voor het eerst tot het inzicht dat, alhoewel het socialisme zich beriep op de marxistische leer (door klassenstrijd het kapitalisme vernietigen en de arbeider ontvoogden door de dictatuur van het proletariaat), het socialisme er in de praktijk eerder op gericht was om door reformisme een arbeiderskapitalisme tot stand te brengen, en van de arbeiders minderwaardige burgermannetjes te maken. Er gaapte dus een brede kloof tussen de socialistische theorie en de praktijk. Tevens kwam hij tot het besluit dat de marxistische theo­rieën niet overeenstemden met de sociale werkelijkheid zoals hij die nu zelf in een socialis­tisch bedrijf kon ervaren. In 1925 haalt hij een acte van bibliothecaris, en wordt daarna vrij student aan de Gentse universiteit, waar hij psychologie, pedagogie, sociale en economische wetenschap volgt. In 1930 huwt hij met de onderwijzeres Joanna Rammeloo; ze krijgen 4 kinderen, waarvan 3 vroeg overlijden.

Delvo neemt de leiding van de Gentse AJ (arbeidersjeugd) die –anders dan de officiële Socialistische Jonge Wacht- veel meer cultureel bezig is. De AJ inspireerde zich op de Duitse Wandervögel, en legde de nadruk op het zelfstandige jeugdleven, de culturele ontplooiing van haar leden, de socialistische gemeenschapsbeleving en de natuurbeleving. Tegelijk is Delvo actief in de partij, als secretaris van BWP-Voetweg: hij leert er spreken en meetings geven. Hij komt ook in contact met Hendrik de Man, en leest zijn “Socialisme aan het Marxisme voorbij”. In 1928 wordt Delvo secretaris van de “centrale voor Arbeiders onder leiding van De Man, 6 jaar later wordt hij er secretaris-generaal, samen met de Waal Max Busert. Tegelijk met de machtstoename van Hendrik de Man, nam het geloof in het marxisme bij Delvo af. Hendrik de Man bood hem nieuwe perspectieven voor de motivering van zijn socialisme. Zowel De Man als Delvo betoonden vanaf hun geestelijke ommekeer belangstelling voor het nationalisme. Bij De Man resulteerde dit in 1931 in de uitgave van de brochure Nationalisme en Socialisme, waarin hij tot een positieve waardering kwam van wat hij het vrijheidsnationalisme noemde, een begrip dat we min of meer als synoniem voor ons volksnationalisme kunnen opvatten. Enigszins in tegenstelling tot zijn leermeester De Man, die later in staatsnationalistisch vaarwater terecht zou komen, zou Delvo dit inzicht in de daaropvolgende jaren consequent verder uitdiepen, wat hem uiteindelijk tot de slotsom bracht dat iedere waarachtige socialistische gezindheid onaf­scheidbaar verbonden moest zijn met een volksnationaal bewust­zijn (en omgekeerd), beide convergerend in één streef­doel: de volksgemeenschap.

De Man vormt een commissie om een “economisch plan voor België te ontwerpen”: een dam tegen communisme en nationaal-socialisme door de economische chaos en de klassenstrijd te beëindigen en tevens een aantrekkelijk alternatief voor de middenstand te bieden. In 1939 wordt De Man partijvoorzitter: Delvo werkt meteen met hem mee. Hij heeft in de jaren contacten met sociaalvoelende katholieken als Jacques Maritain en Tillich maar ook met ondermeer Joris van Severen, Victor Leemans en Lode Claes. In de meidagen van 1940 vlucht Edgard Delvo zoals velen doelloos naar Frankrijk. Bij zijn terugkeer in juni, gaat hij al snel in op de oproep van Staf De Clercq voor de vorming van een “Volksbeweging”. Hij spreekt op tal van volksvergaderingen om het nationaal-solidaristisch programma van de beweging te verdedigen. In oktober 1940 treedt hij toe tot de Raad van Leiding van het V.N.V. Tot het eind van de bezetting zal hij wekelijks een artikel in het V.N.V.-blad ‘Volk en Staat’ schrijven. Zijn collaboratie is er beslist geen om er materieel beter van te worden; hij verdient een bescheiden wedde en is ervan overtuigd dat Vlaanderen na de oorlog loon naar inzet zal krijgen.


Het logo van het VNV






Eind 1940 krijgt hij de leiding van de afdeling ‘vorming en stijl’, twee begrippen waar hij uitermate veel belang aan hecht. Als in juli 1941 zijn vriend Raymond Tollenaere naar het Oostfront gaat, wordt Delvo – die ook vrijwilliger was, maar van Staf de Clercq bevel kreeg in Vlaanderen te blijven, ook tijdelijk propagandaleider. Dan wordt hij gevraagd de leiding te nemen van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders, een eenheidsvakvereniging waar Delvo zich voornamelijk bezighoudt met cultuur, sport en ontspanning. Zijn hoofdidee blijft: de sociale collaborateurs zien de schepping van een “Nieuwe Wereld” met nieuwe gedachten en maatstaven: solidariteit over de “klassen” en de grenzen heen, menselijk waardigheid, respect voor de arbeid. De arbeidersemancipatie moest worden verwezenlijkt door de arbeider een eigenwaarde en een eigenwaardigheid te verlenen. Het kwam er dus op aan om een nieuw mensenslag te doen ontstaan, dat niet de burgerlijke deugden, maar wel eigen waarden en normen, een eigen cultuur zou ontwikkelen als grondslag van een socialistische maatschappij. Socialisme was dus niet zuiver een materiële aangelegenheid (biefstukkensocialisme), maar in essentie een ethische, culturele, geestelijke bekommernis.

In juli 1944 schrijft hij zijn opvattingen neer in ‘Sociale collaboratie’, een boek dat pas in 1975 zal verschijnen. In september gaat Delvo naar Duitsland waar hij meteen wordt opgenomen in de “Raad van Leiding” een Vlaamse (schim-)regering in ballingschap; hij zet zich vooral in voor de materiële en morele belangen van de talrijke Vlaamse arbeiders. Na het mislukte Ardennenoffensief gaat de Raad uiteen en Delvo trekt naar Oostenrijk. Er komen jaren van grote armoede, honger, zich telkens weer verplaatsen doorheen heel West-Duitsland en hopen uit de handen van de bezetters te blijven. Delvo overleeft door het uitvoeren van onderbetaalde karweitjes. Eerst vanaf 1952 vindt hij behoorlijk werk in een bouwbedrijf. Intussen kreeg Delvo’s gezin ook zware klappen: hun huis werd geplunderd, zijn vrouw als onderwijzeres ontslagen. Eerst in 1965 kon mevrouw Delvo naar Duitsland komen wonen; in de jaren ’50 en ’60 waren dan nog Delvo’s 2 zonen overleden. Hij tracht jarenlang het doodvonnis bij verstek, dat hij van de Krijgsraad had opgelopen te doen wijzigen; dat lukt pas in 1969, (20 jaar hechtenis) maar de Belgische nationaliteit blijft hem ontnomen. Eindelijk kan hij in 1974 naar Dilbeek terugkeren, de publicatie van zijn ‘Sociale collaboratie’ brengt hem terug in de belangstelling. Hij blijft onvermoeibaar schrijven en geeft in 1978 zijn mémoires uit: “De mens wikt…” Dan volgt nog in 1983 “Democratie in stormtij, herinneringen aan de jaren ‘30”. In 1979 wil Delvo met een eigen initiatief de amnestiestrijd ondersteunen: hij denkt aan een eigen lijst bij de Europese verkiezingen, waarop hij de enige kandidaat zou zijn. Hij verzamelt de 5 nodige parlementaire handtekeningen, maar zijn lijst wordt afgewezen omdat hij ‘statenloos en dus onverkiesbaar’ is. Hij had daarna geen politieke activiteiten meer, ging hier een daar nog spreken en plande nog een aantal boeken; maar door zijn zeer verzwakt gezichtsvermogen kwam hij daar niet meer aan toe. Hij overleed op 27 augustus 1999 in het ziekenhuis van Jette. Aan zijn ideaal, het ‘ethisch socialisme’ bleef hij zijn leven lang trouw.


3 Euro per dag

Dat is de vreselijke prijs die elke Vlaming dagelijks moet betalen aan dat corrupte gewest ten zuiden van ons land. Waarom toch? Wie heeft dat in hemelsnaam beslist? Dat geld, beste Vlamingen, is de enige echte binding die wij, Vlamingen met Wallonië hebben. Dan denk ik waarom zouden we dat geld niet aan onze noorderburen schenken, die praten toch nog tenminste Nederlands. Het wordt tijd dat deze klucht die België genaamd is, ophoudt te bestaan. Te veel regeringen die daardoor niet efficiënt kunnen werken, zaken als Brussel-Halle-Vilvoorde, de pure naleving van de grondwet wordt al een probleem. Ook veel corruptie, mogelijkheid tot megaschandalen in Wallonië, zie Charleroi, met onder andere Vlaams geld. En natuurlijk te kunstmatig, want wees eerlijk, beste Vlaming, wat heb je meer gemeen met een Waal dan met een Nederlander buiten dezelfde identiteitskaart? De kwestie spreekt voor zich, leve Vlaanderen onafhankelijk! Of toch niet? Jawel, ten minste voor een kwart van de bevolking dat logisch nadenkt. Maar ja dan is er natuurlijk nog een absoluut dwaze drie vierde meerderheid die wegens verschillende redenen bewust of onbewust de welvaart van Vlaanderen ondermijnt.


De belangrijkste bewuste reden is reeds langer dan vandaag bekend die is ZUIVER OPPORTUNISME. Prachtig persoonlijk voorbeeld hiervan is Herman De Croo, de Vlaamse opportunist bij uitstek, heeft liever goede banden met het koningshuis, voor uiteenlopende financiële redenen. Onder andere rijk cliënteel te ronselen voor zijn advocatenkantoor en zag hierdoor vroeger zelfs een trouwkans voor één van zijn kinderen, dat is spijtig genoeg voor Herman en zijn opportunisme nooit doorgegaan. Hij plaatst dus zijn eigen belang boven het belang van iedereen, zoals vele anderen weliswaar. Zijn belangrijkste argument tegen de Vlaamse onafhankelijkheid : hij vindt Vlaanderen ja toch iets te klein. Malta heeft een oppervlakte van 320 km² en doet het prima ONAFHANKELIJK in de Europese Unie, Vlaanderen is 13500 km² groot. Van een drogreden gesproken. Deze man heeft duidelijk geen argumenten. Ook denk ik bij dit opportunisme aan de vele arbeiders die denken volgens het volgende model : ik word beschermd door de socialistische vakbond dus ik stem op de socialisten. Als men dan op een lijst van het Vlaams Belang durft te staan, en tegelijk lid van het ACV zijn, dan word men mooi opzijgezet. Vaarwel dan syndicale bescherming.


De belangrijkste onbewuste reden is natuurlijk de hersenspoeling door de vandaag gevestigde linkse of liever slinkse pers die zogenaamd politiek correct denkt. Deze onbetrouwbaar en enorm gecensureerde pers tracht sinds jaar en dag het Vlaams nationalisme en alles wat met extreemrechts te maken heeft te stigmatiseren. Ik geef een voorbeeld: enkele weken voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006
komt ineens in het nieuws dat een extreemrechtse bende Bloed Bodem Eer en Trouw
van plan is aanslagen te plegen. Er zijn getuigenissen van politiemensen die meewerkten
aan het onderzoek die vertelden : waarom komt dit juist nu in de pers, het onderzoek is nog volop bezig. In de Hollandse pers spreekt men dat er nauwelijks een dreiging was. Wat een prachtige verkiezingsstunt van Verhofstadt, dit doet mij denken aan de dioxinecrisis, die werd ook ontdekt vlak voor de toenmalige verkiezingen en deze haalde toen de CVP na een regeerperiode van meerdere decennia van de macht. Deze keer viseerde hij de extreemrechtse hoek. Het is duidelijk, onze pers wordt incorrect gebruikt door de politiek.
Maar goed, ik ga verder. Het is juist door deze stigmatisatie dat een grote meerderheid van de bevolking huivert van alles wat te maken heeft met extreemrechts en het door de media daaraan gekoppelde Vlaams nationalisme. Het doet hen denken aan SS’ers die trouw met de Vlaamse vlag zwaaien aan de ijzertoren. En zo ook aan de vele doden die gemaakt zijn door extreemrechts in de Tweede Wereldoorlog. Vele van die mensen denken bij het horen van Vlaams nationalisme niet aan onze zuiderbuur die hen dagelijks voor 3 euro afzet. Zonder enige gegronde reden. Daarom stemmen zij natuurlijk niet op Vlaams nationalistische partijen zoals NVA of het Vlaams Belang. Die nog eens allebei rechts zijn, dat kan toch niet waar zijn zeker! Rechts en Vlaams nationalistisch. SS en ijzertoren, extreem. Trouwens, zo’n belachelijke vergelijking staande weten te houden bij een groot deel van de publieke opinie, straf werk, slinkse pers.

Feit is zolang men bewust of onbewust niet voor de Vlaamse onafhankelijkheid kiest, blijf je je eigen welvaart ondermijnen. De reden Vlaanderen is te klein heb ik al weerlegd. Een andere reden, Vlaanderen zou economisch nadeel ondervinden, werd al weerlegd door de Warande, een Vlaamse kring die werd opgericht door het Vlaamse bedrijfsleven en de Vlaamse overheid. Een betrouwbare bron dus. Ik zie geen reden meer tegen de Vlaamse onafhankelijkheid. Echt niet. Ik roep alle Vlaamse partijen op te ijveren voor de Vlaamse onafhankelijkheid.

Mijn boodschap aan alle Vlaamse kiezers: Stem alleen op partijen die de Vlaamse onafhankelijkheid in hun partijprogramma hebben staan. Als je stemt voor de Vlaamse onafhankelijkheid stem je niet extreem, maar realistisch.



dinsdag, januari 30, 2007

Actie tegen de klimaatsverandering.

Op 1 februari doen we ALLE LICHTEN UIT van 19u55 tot 20.00u !

Zend dit bericht door naar zoveel mogelijk mensen !


Laat ons alle lichten doven, zodat de (politieke) besluitvormers beseffen dat er iets mis is.

Op 1 februari doen we ALLE LICHTEN UIT van 19u55 tot 20.00u !
Zend dit bericht door naar zoveel mogelijk mensen!
Laat ons alle lichten doven, zodat de (politieke) besluitvormers beseffen dat er iets mis is.

DRINGEND : actie tegen de klimaatsverandering.

Neem op 1 februari 2007 deel aan de grootste mobilisatie van de burgers tegen de klimaatsverandering!

L'Alliance pour la Planète (groepering van milieuverenigingen) doet een oproep tot al de burgers ; "gun de planeet 5 minuten rust": iedereen wordt verzocht alle lichten te doven op 1 februari as, van 19u55 tot 20.00u. Het gaat er niet om enkel die dag gedurende 5 minuten energie te besparen, maar wel om de aandacht van de burgers, de media en tevens de politieke besluitvormers te vestigen op de energieverspilling en op de noodzaak om dringend iets te ondernemen ! Gedurende 5 minuutjes zal de planeet kunnen uitrusten : dat duurt echt niet lang en het kost niets. En het zal de politici en kandidaten voor de parlementaire verkiezingen van juni 2007 duidelijk maken dat de klimaatverandering een onderwerp uitmaakt dat weegt in het politieke debat. En waarom op 1 februari 2007? Omdat die dag in Parijs het nieuwe rapport van de klimatologische experten van de Verenigde Naties uitkomt. En dat gebeurt bij onze buren; wij kunnen dus onmogelijk deze kans laten voorbijgaan en moeten bijgevolg de schijnwerpers richten op de dringende aard van 's werelds klimatologische situatie. Als we allen deelnemen zal deze actie werkelijk een mediatieke én politieke invloed hebben, en dit enkele maanden vóór de verkiezingen!

Laat dit bericht zoveel mogelijk circuleren, stuur het zoveel mogelijk door, ook naar lokale politici, vermeld het in Newsletters, op je Internet site....


donderdag, januari 25, 2007

Driewerf hoera voor prins Filip van België


Haha! Onze redactie grijnst bij de recentste uitlatingen van de kroonprins der Belgen, Filip de Taaie! Deze gevleugelde woorden sprak Filip van Saksen-Coburg op de jaarlijkse nieuwjaarsviering voor de gestelde lichamen uit tegenover Yves Desmet, hoofdredacteur van De Morgen, toch niet bepaald de meest flamingantische krant...
"U ziet mij niet graag, maar dat zal mij niet verhinderen om mijn missie te volbrengen"

Flup is nu blijkbaar ook een zendeling met een missie geworden. Hij ging verder tegen Pol Van Den Driessche, hoofdredacteur van Royalty, die ondanks zijn functie gekend is als een republikein en ooit nog VU'er en lid van het VNSU (Vlaams-nationale Studentenunie) was, terwijl Mathilde aan zijn mouw trok om hem in te tomen: "Ik begrijp niet waarom u mij de hand drukt en vriendelijk bent. En dat u op een ander moment kritiek op mij geeft". Van Den Driessche reageerde daarop met: "Het spijt me, maar dat is persvrijheid".
Van Den Driessche zei dat het gesprek van vriendelijk naar minder vriendelijk liep. Volgens hem stak de prins geregeld zijn vinger omhoog en zei hij dreigende woorden.

"Ik druk u nog eenmaal de hand, maar als u nog negatieve verhalen over het paleis blijft vertellen, bent u niet meer welkom op het paleis. U zal mij niet afbrengen van mijn missie", aldus de prins tegen Van Den Driessche.

De hertog van Brabant heeft het hoog in zijn bol, hij is van de ideale, schuchtere schoonzoon en trouwe vader geëvolueerd naar een waar despoot. Hij is duidelijk klaar voor de Belgische troon. Geef hem zijn troon waar hij recht op heeft, dan kan nonkel Baudouin gerust zijn. Hij beseft het misschien zelf niet, maar hij helpt onze zaak enorm. Hij krijgt tegenkanting van héél de politieke wereld. Als hij op deze manier de troon zou kunnen bestijgen, staat het land op zijn kop en dringt zich een nieuwe koningskwestie op.

En ware Belgen weten dat de revolutie dan niet veraf is.





Nonkel Baudouin juicht vanuit zijn besproken plaatsje in de hemel neefje Flup toe.

woensdag, januari 24, 2007

Doe die leeuw weg dat ik hem niet meer zie - Cachez ce lion que je ne saurai voir


Van onze Zuid-Vlaamse vrienden van de Michiel De Swaenekring (http://www.mdsk.net/).


Plusieurs supporters du club de football du Lille Olympique Sporting Club (L.O.S.C.) ont contacté la rédaction ces derniers jours et raconté les faits suivants : ce mercredi 13 septembre, alors que le L.O.S.C. se déplace, accompagné de 700 fans, dans la banlieue flamande francisée de Bruxelles, à Anderlecht, pour le compte de la Ligue des Champions, réunissant les meilleurs clubs européens, le club local exigea qu’aucun drapeau flamand (fut-il pourvu de langue et griffes rouges) ne pénétra dans l’enceinte anderlechtoise. Apparemment avertis au préalable de l’interdiction, les membres du groupe de supporters Dogues Virage Est (D.V.E.) avaient confectionné une banderole à l’intention de leurs joueurs sur laquelle on pouvait lire : « Pas de drapeau, mais 700 coeurs flamands battent pour vous ».

Peine perdue, les forces de l’ordre confisquèrent cette dernière, provoquant l’ire des supporters lillois. On peut légitimement s’interroger sur la nature d’une telle interdiction faite aux supporters loscistes qui arborent leur emblème régional depuis toujours. D’autant plus que la volonté des fans lillois n’était assurément pas de provoquer leurs homologues anderlechtois.

Par bonheur, il n’avait pas été prévu de paires de ciseaux pour découper les lions flamands arborés sur écharpes et t-shirts, ni de scalpel pour inciser les tatouages ! Quant à l’imbécilité de telles mesures (rappelons tout de même que le Vlaamse Leeuw est un drapeau officiel en Belgique), gageons qu’elle ne facilitera en rien le rapprochement entre Flamands et Wallons, deux peuples de même culture néerlandaise mais parlant deux langues différentes, à qui les jacobins Belges formés à bonne école au centre de formation (non pas footballistique mais idéologique celui-là !) français ont appris à se haïr mutuellement. Pour le match retour, les membres des associations de supporters Dogues Virage Est et Rijsel Spirit ont d’ores et déjà prévenu : certainement plus qu’à l’accoutumée, il y aura du jaune et noir dans les tribunes lilloises !

Nederlandse vertaling:

Zo’n 700 supporters van de Rijselse voetbalclub L.O.S.Q. (Lille OLympique Sporting Club) hebben voor de ontmoeting van de Champions League op 13 sept. met hun voetbalploeg de verplaatsing gemaakt naar de Vlaamse rand van het verfranste Brussel om er partij te geven aan Anderlecht. De locale club verbood echter de toegang tot het stadion van alle leeuwenvlaggen. Het deed er niet toe of het nu een vlag was met of zonder rode tong en/of klauwen. Er mochten geen leeuwenvlaggen in het Anderlechtstadion. Waarschijnlijk op voorhand getipt voor dit verbod, hadden de leden van de supportersvereniging Dogues Virages Est (D.V.E.), een spandoek gemaakt om hun ploeg aan te moedigen met de tekst “Geen vlaggen, maar wel 700 Vlaamse harten die voor jullie kloppen”.
Verloren moeite echter want de ordediensten namen het spandoek in beslag en haalden zich hiermee de woede van de Rijselse supporters op de hals. Men kan zich hierbij de vraag stellen wat de bedoeling was van deze handelwijze ten overstaan van de Rijselsupporters als men weet dat die zich al sedert jaar en dag uitdossen met dit symbool van hun regio. Bovendien was het helemaal niet de bedoeling van de L.O.S.C.isten om de supporters van tegenpartij Anderlecht te provoceren.
Nog maar goed dat er geen scharen aanwezig waren want anders had men nog kunnen de leeuwen van sjerpen en T-shirts uitsnijden of kon met een scalpel de tatouages van lichaamsdelen verwijderen. Met deze onnozele maatregel (de Vlaamse Leeuw is de officiële vlag in België) durf ik wedden dat dit de toenadering tussen Vlamingen en Walen, twee volkeren van dezelfde Nederlandse cultuur maar elk een verschillende taal sprekend, niet bevordert. Belgische Jacobijnen, geschoold in centra met Franse leermeesters, (niet op voetbalvlak maar wel ideologisch) hebben er geleerd wederzijds te haten. Voor de terugmatch zijn de supportersverenigingen van Dogues Virage Est en Rijsel Spirit reeds meer dan voorbereid : meer dan ooit tevoren zal er zwart en geel te zien zijn rond het terrein en op de tribunes van Rijsel.


Weer maar eens het bewijs dat het Belgische voetbal en het arrogante Anderlecht in het bijzonder een belgicistisch bastion is.

Provocaties aan de Vlaamse grens

Vlaanderen is Libanon niet, maar toch gebeuren er ook aan onze grens provocaties.

Di Rupo, Waals-socialistisch despoot, besloot in de lijn van de zeepbelpolitiek –het opwerpen van fijne ideetjes zonder inhoud- uit te kramen dat de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde misschien geruild zou kunnen worden met de aanhechting van de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode aan het Brussels hoofdstedelijk gewest.


Deze uitbreiding zou concreet inhouden dat Vlaams grondgebied officieel “nog tweetaliger” wordt (Rode is al een faciliteitengemeente). Deze faciliteitengemeente is al jaren een communautair strijdpunt. De verfransing door Brusselse rijken die rustig willen wonen en ook de inwijking van eurocraten, om dezelfde reden, is een groot probleem in de Vlaamse rand. Vandaag -24 januari 2007- verklaarde Verhofstadt dat een verdere staatshervorming niet alleen wenselijk, maar ook en zelfs noodzakelijk is. Stemmingmakerij?

Laat ons hopen dat de Vlamingen eensgezind genoeg zijn om zich aan de communautaire ronde tafel niet te laten overbluffen door het Waalse front en zich niet laten meeslepen door emoties of door aan de Belgische staat verknochte partijcoryfeeën van de oude garde. Ik denk daarbij spontaan aan B Plus’er Wilfried Martens, Willy De Clercq, Herman De Croo en consorten.

Een nuttige communautaire ronde dringt zich op. Wanneer meer Vlaamse zelfstandigheid niet door reformisme, via het gezond verstand en de rede verkregen kan worden, zal België zichzelf wel eens éénsklaps kunnen opblazen.
Om te eindigen, nog een klassieker:

Volk, word staat !



Belgisch kandidaat-premier, Elio Di Rupo, of toch niet?


dinsdag, januari 23, 2007

In het Klauwaert-archief: Proclamation of the Irish Republic


Het oprichten van de Ierse republiek verliep niet zonder slag of stoot. Na eeuwen van verzet en mislukte opstanden tegen de Britse bezetter, werd in 1916 het Ierse ongenoegen zo groot dat het tot een nieuwe opstand kwam tegen Groot-Brittannië, dat toen volop verwikkeld was in de eerste wereldoorlog.

Op paasmaandag 24 april van het jaar 1916 werd dus zoals gezegd tot een nieuwe opstand overgegaan. De troepen van het socialistische Irish Citizen Army van James Connolly en het grotere "Irish Volunteers" van Padraig Pearse bezetten "The General Post Office" en verschansten zich aldaar om de strijd tegen de Britse troepen vanaf daar te voeren. De naar schatting 1250 Ierse vrijwilligers waren kansloos tegen het Britse leger, maar de toon was gezet. De zeven belangrijkste leiders ondertekenden "The Proclamation of the Irish Republic" en legden daarmee de grondslag voor de latere Ierse Vrijstaat. De zeven leiders werden geëxecuteerd.
De opstand werd neergeslagen. Er werden 3000 gevangenen genomen. De Ierse publieke opinie veranderde drastisch vanwege de brutale executie van de leiders.



Michael Collins




De strijd ging verder en groeide. In 1921 werd de Ierse Vrijstaat uitgeroepen, met als president de laffe Eamon de Valéra, die de militair-tactisch geniale, maar diplomatische onkundige Michael Collins als gezant naar Londen had gezonden om de onderhandelingen met de Britten in 1921 te leiden hoewel hij wist dat het hoogst haalbare de Ierse Vrijstaat zonder Ulster was. Door het niet behalen van volledige onafhankelijkheid en afscheuring van Ierland, kwam Collins terug als verliezer uit Londen. Dit ontaarde in een verscheurende, bloederige burgeroorlog. Collins werd vermoord door sympathisanten van de Valera.

Zoals gezegd legde deze onafhankelijkheidsverklaring de grondslag voor de latere Ierse Vrijstaat. De verklaring bevat drie belangrijke dimensies: de socialistische, nationalistische en een christelijke dimensie. Inderdaad, beste lezers, socialisme, nationalisme en het christelijke geloof gaan -nog steeds- hand in hand in Ierland.



POBLACHT NA H EIREANN
___________________________
THE PROVISIONAL GOVERNMENT
OF THE
IRISH REPUBLIC
TO THE PEOPLE OF IRELAND

IRISHMEN AND IRISHWOMEN: In the name of God and of the dead generations from which she receives her old tradition of nationhood, Ireland, through us, summons her children to her flag and strikes for her freedom.

Having organised and trained her manhood through her secret revolutionary organisation, the Irish Republican Brotherhood, and through her open military organisations, the Irish Volunteers and the Irish Citizen Army, having patiently perfected her discipline, having resolutely waited for the right moment to reveal itself, she now seizes that moment, and, supported by her exiled children in America and by gallant allies in Europe, but relying in the first on her own strength, she strikes in full confidence of victory.

We declare the right of the people of Ireland to the ownership of Ireland, and to the unfettered control of Irish destinies, to be sovereign and indefeasible. The long usurpation of that right by a foreign people and government has not extinguished the right, nor can it ever be extinguished except by the destruction of the Irish people. In every generation the Irish people have asserted their right to national freedom and sovereignty; six times during the last three hundred years they have asserted it to arms. Standing on that fundamental right and again asserting it in arms in the face of the world, we hereby proclaim the Irish Republic as a Sovereign Independent State, and we pledge our lives and the lives of our comrades-in-arms to the cause of its freedom, of its welfare, and of its exaltation among the nations.

The Irish Republic is entitled to, and hereby claims, the allegiance of every Irishman and Irishwoman. The Republic guarantees religious and civil liberty, equal rights and equal opportunities to all its citizens, and declares its resolve to pursue the happiness and prosperity of the whole nation and all of its parts, cherishing all of the children of the nation equally and oblivious of the differences carefully fostered by an alien government, which have divided a minority from the majority in the past.

Until our arms have brought the opportune moment for the establishment of a permanent National, representative of the whole people of Ireland and elected by the suffrages of all her men and women, the Provisional Government, hereby constituted, will administer the civil and military affairs of the Republic in trust for the people.

We place the cause of the Irish Republic under the protection of the Most High God. Whose blessing we invoke upon our arms, and we pray that no one who serves that cause will dishonour it by cowardice, in humanity, or rapine. In this supreme hour the Irish nation must, by its valour and discipline and by the readiness of its children to sacrifice themselves for the common good, prove itself worthy of the august destiny to which it is called.


Signed on Behalf of the Provisional Government.

Thomas J. Clarke,
Sean Mac Diarmada, Thomas MacDonagh,
P. H. Pearse, Eamonn Ceannt,
James Connolly, Joseph Plunkett



vrijdag, januari 12, 2007

In Memoriam: Dr. August Borms


Geen bevrijdingsstrijd zonder martelaren. In de volgende bijdragen op deze weblog zal aandacht besteed worden aan diegenen die hun leven gaven voor hun volk en idealen. Op algemeen verzoek starten we met dr. August Borms, afkomstig uit het Waasland. Wij als redactie van Klauwaert schenken speciale aandacht aan hem en nemen als het ware zelf deel aan de Bormsdevotie, omdat ook wij uit dezelfde Wase klei als Borms gekneed zijn.

August Borms werd op 14 april 1878 geboren te Sint-Niklaas. Als zoon van een arbeider die zich had opgewerkt tot de burgerij, volgde hij zijn humaniora aan het Klein-Seminarie van Sint-Niklaas. Daar werd hij lid van de Blauwvoeterie. Vanaf 1896 tot 1902 volgde hij in Leuven Germaanse filologie in Leuven. Daar richtte hij de Wase club op. Na zijn studies werkte hij als leraar, tot hij in 1903 naar Peru vertrok om daar het onderwijs te verbeteren. In 1906 keerde hij terug naar Vlaanderen. Hij hervatte zijn job als leraar. Borms reisde voor de oorlog vele Vlaamse steden om op bijeenkomsten te spreken. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, schreef hij: "Zij zullen hem niet temmen ! Alle Belgen, Vlamingen en Walen, moeten samen vechten tegen de Duitsers." Ondanks de vele beloftes bleef de Belgische regering de Vlamingen onderdrukken. Borms ging geleidelijk over in het activisme. Zijn argumenten hierbij waren dat de franskiljons de godsvrede verbroken hadden en dat de Vlamingen weer moesten strijden voor Vlaamse zelfstandigheid.

Borms richtte in 1917 de Raad van Vlaanderen op. Deze raad legitimeerde het activisme. Op 3 maart 1917 ontving de Rijkskanselier een delegatie van de Raad. Op 22 december 1917 werd de Vlaamse zelfstandigheid uitgeroepen door de Vlaamse Raad. Borms werd vervolgens door het Belgische gerecht gearresteerd, maar de Duitse bezetter stelde hem in vrijheid. Borms neemt een absoluut pro-Duitse houding aan. Borms bleef na de bezetting in België en probeerde samenwerking te stimuleren met de frontbeweging. Deze samenwerking mislukte en Borms werd in 1919 gearresteerd. Borms pleitte op zijn proces schuldig. Hij werd dan ook veroordeeld tot de zwaarste straf: de doodstraf. Deze staf werd omgezet in levenslang. Rond Borms ontstond een ware cultus. Borms kon al in 1921 vrijkomen, op voorwaarde dat hij zich niet politiek zou engageren. Borms weigerde. Borms' martelaarsschap nam mythische vormen aan. Er waren zelfs plannen om Borms met behulp van gewapende Sinn Féin-leden (Sinn Féin is een Iers-nationalistische partij) te bevrijden. Ook een pauselijk medewerker hoorde over Borms' sterke geloof en vroeg de Belgische regering om vrijlating. Toen in 1928 te Antwerpen tussentijdse verkiezingen werden gehouden, stelde de Frontpartij Borms kandidaat, tegen een liberale kandidaat. Borms werd met 83.058 stemmen tegen 44.410 verkozen. Deze verkiezing werd -uiteraard- ongeldig verklaard. De Belgische regering wou van Borms af, want de vraag om amnestie werd steeds groter. Op 17 januari 1929 werd Borms dan ook vrijgelaten. Borms nam na zijn vrijlating actief deel aan het Vlaams-nationalisme, zonder nog een leidende functie aan te nemen. Hij zou dikwijls optreden op VNV-bijeenkomsten. Hij steunde nationaal-socialisten die het VNV wouden radicaliseren. Nog voor de tweede Duitse bezetting, stond vast dat hij opnieuw zou deelnemen aan een tweede activisme.

Bij het uitbreken van de oorlog werden verschillende anti-belgische leiders, zoals Borms, weggevoerd naar Noord-Frankrijk. Hij koos opnieuw de zijde van de bezetter. Hij nam deel aan tal van manifestaties en propageerde voor het Oostfront. Bij de bevrijding vluchtte Borms naar Duitsland en ronselde daar Vlaamse vrijwilligers voor Duitse krijgsdienst om zo Vlaanderen te heroveren. Borms werd in augustus 1945 gearresteerd. In oktober werd hij al ter dood veroordeeld. Op 12 april werd Borms, verzwakt door zijn gevangenschap, vastgebonden aan een paal en neergekogeld in de kazerne van Etterbeek. Nog één maal weerklonk zijn stem als een klok, zijn laatste woorden waren: "Dietsland Houzee !". De rol van martelaar, die hij verkregen had na zijn eerste veroordeling, werd vervuld. Borms is tot op vandaag een mythe, een martelaar van ons volk.


Dietsland Houzee !



Borms door Willem Elsschot

Ik zag naar de plaats des gerichts : daar was de boosheid.
PREDIKER III : 16
Al uwe minnaars hebben u vergeten.
JEREMIA XXX : 14




Gij zijt mij vreemd geweest, vermetele oude vriend,
maar dat gij Neerlands vaan manmoedig hebt gediend
dàt weet ik niettemin zooals 't een ieder weet die nu,
in dit ons Land, zijn brood in schaamte eet.

Voor rechters-soldeniers, beroepen door de Staat,
is het u dan vergaan zooals het dapperen gaat.
En de Regent keek toe, stilzwijgend, onverstoord,
maar nam zijn pen niet op voor 't schrijven van één woord.

Uw gratie lag gereed voor 't buigen van uw nek,
voor 't beven van uw lip, voor 't eten van uw drek.
Goddank, gij hebt dat tuig misprijzend genegeerd
en noch uw dierbaar volk noch uwe naam onteerd.

Dat kon, dat wilde, of dórst men niet verstaan.
Men riep het peloton en 't peloton trad aan.
Maar dat het salvo, dat finaal is losgebrand,
ons allen heeft geraakt, dat voelt heel Vlaanderland.

En dat geen enkele stem tot u is opgegaan
toen ieder in zijn geest u voor die muur zag staan.
De Paus heeft niet geroerd, wij allen zwegen stil
als was die snoode daad des Heeren eigen wil.

Een ieder zwoer bij God: Ik heb hem niet gekend,
die oude, door de pest geslagen krukkenvent."
0 lafheid ongehoord, o niet te delgen schand,
waarvan 't infame merk ons op het voorhoofd brandt.

Nog glom een laatste sprank: Oranje's vrome telg
verheft des Zwijgers stem en schut die stoere Belg.
Uw nood, helaas, drong niet tot in de troonzaal door:
wie eenmaal is gedoemd vindt nergens meer gehoor.

Al werd uw oude romp in allerijl vermoord,
de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord.
En wat van u resteert wordt éénmaal naar de Wet
van Vlaanderens eergevoel, met staatsie bijgezet.

Voorop de Kardinaal, gedost in vol ornaat.
Herzegend en verkist zijt gij zijn kameraad.
Hij zal, na 't eersaluut liturgisch henengaan:
en zo heeft dan het Land postuum zijn plicht gedaan.

OPDRACHT:

Gij dacht, o lijdzaam volk, dat 't gruwelijk getij
der oude tyrannie voor immer was voorbij.
Weet nu dan dat uw stem door niemand wordt aanhoord,
Zoolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.



Antwerpen 1947

Willem Elsschot



woensdag, januari 10, 2007

In het Klauwaert-archief: de Pragmatieke Sanctie

In deze rubriek wordt er toelichting gegeven bij een historisch document, bepalend voor de toekomst van Vlaanderen, Dietsland of het volksnationalisme.

We beginnen met de Pragmatieke Sanctie. Karel V, keizer van het Heilig Roomse Rijk vaardigde dit document uit in november 1549 te Brussel. De Pragmatieke Sanctie bepaalde dat de Zeventien Provinciën steeds als één geheel overgeërfd zouden worden. Zij vormden samen een "Kreits" (kring) binnen het Duitse rijk, de Bourgondische Kreits. Dit wil zeggen dat de Nederlanden één en ondeelbaar waren (/zijn). We weten allemaal dat de droom van Karel V, Willem van Oranje en velen anderen met ons van economisch en cultureel sterke Nederlanden niet is uitgekomen, maar ten gronde gericht is door Hollandse hoogmoed en Vlaams particularisme, door een verschrikkelijke oorlog en inquisitie, alsook door (godsdienst)onverdraagzaamheid. (Misschien een les voor het heden?)

Waarom zou dit document aan waarde verloren hebben? Noord- en Zuid-Nederlanders zijn uit elkaar gegroeid, maar behoren tot hetzelfde volk en taalunie. Doch realisme is noodzakelijk bij de benadering van deze materie. Hogere machten dan die van het volk overschaduwen de Nederlanden. Supranationale instellingen zwaaien de plak. Een terugkeer naar de XVII Provinciën zit er voorlopig niet in. Toch kan een Vlaams-Nederlandse toenadering en samenwerking voor vooruitgang zorgen, zowel op economisch als cultureel vlak.



Voor de échte fans, volgt hier de integrale, Franse tekst van de Pragmatieke Sanctie.

"Charles, par la divine clémence Empereur de Romains toujours auguste, Roy de Germanie, de Castille, de Léon, de Grenade, d'Aragon etc. Sçavoir faisons à tous présents et advenir, que comme nous ayons tousjours soigneusement et curieusement veillé à tout ce que a concerné le bien, repos et tranquillité de nos Pays de pardeçà, et pourveu non seulement à ce que nous sembloit nécessaire pour le présent, mais aussi aux choses à l'advenir, afin que nosdits Pays fussent tant mieux régis, gouvernez et conservez en leur entier, et estant nostre intention de tousjours faire le mesme envers iceux avec touts convenables moyens qui se pourront offrir, nous avons considéré qu'il importoit grandement à nosdits Pays pour l'entière seureté et establissement d'iceux, que pour l'advenir ils demeurassent tousjours soubs un mesme Prince, pour les tenir en une masse, bien connoissant que, venans à tomber en diverses mains par droict de succession héréditaire, ce seroit l'évidante éversion et ruine d'iceux, d'autant qu'ils se trouveroient démembréz et séparéz les uns des autres, et par conséquent leurs forces effoiblies et diminuées, dont leurs voisins pourroint estre tant plus animez de les molester, à quoy seroit obvyé, moyennant que nosdits Pays fussent tousjours possedez par un seul Prince et tenus en une masse, ce que pour les respects susdits et plusieurs autres avons trouvé grandement convenir au bien de touts Pays, l'ayant ainsi fait prosperer aux Estats d'iceux et jointement leur déclarer que pour introduire ce que dessus il seroit requis de rendre uniformes les coustumes, parlans et disposans diversement du droit et (l. de) représentation, laquelle comme entendons n'auroit lieu en aucuns de nosdits Pays, si comme Flandres, Artois, Haynau et aucuns autres, et statuer pour loy et décret irrévocable, que dores-en-avant représentation auroit lieu en touts nosdits Pays, en ce que attouche la succession du Prince, requérant ausdits Estats de le vouloir consentir, à quoy iceux Estats après plusieurs assemblées et convocations sur ce tenues, chacun en son endroit, se sont unanimement et volontairement condescendus, mesmes ont fait instance devers nous, que voulussions introduire ladite loy pragmatique, sans par ce attoucher à ce que concerne la succession des particuliers subjects de pardeçà, et demeurans quant à iceux les coustumes des Pays chacun en droit soy en leur entier, pour ce est-il, que, les choses dessus dites considerées, désirant sur toutes choses pourveoir et donner ordre si avant qu'en nous est, au bien, repos et tranquillité de nosdits Pays de pardeçà et conserver iceux en une masse et qu'ils soyent inséparablement possessez par un seul prince pour les causes avant dittes, l'ayant premier fait consulter aux principaux consaulx de nosdits Pays de pardeça lesquels ont trouvé ladite pragmatique non seulement raisonnable, mais aussi utile et très-nécessaire à la Republicque de nosdits Pays, nous à grande et meure délibération, par l'advis de nostre tres-chère et très-sauvée seur, la Reyne Douagière de Hongrie, de Bohème etc. pour nous Régente et Gouvernante en nosdits Pays de pardeça, des Princes de nostre sang, chevaliers de nostre ordre, chefs, présidens et gens de nos consaulx d'estat, privé et des finances, et avons, du consentement et à la requisition desdits Estats de nosdits Pays de pardeça, de nostre certaine science, authorité et puissance absolute que nos compète ou compéter peut, tant en qualité d'empereur qu'autrement, comme estant respectivement souverain Prince et seigneur desdits Pays, ordonné, statué et décreté, ordonnons, statuons et décretons pour loy perpétuelle et irrévocable par ces présentes, que dores-en-avant en tous nosdits Pays patrimoniaux et héréditaires d'embas et de Bourgoigne, représentation en matière de succession soit de masles ou femelles, estans selon les anciennes coustumes, droit et privilèges de nosdits Pays bas, capables à succeder, ait et aura lieu en ce que touche la succession du Prince ou Princesse d'iceux Pays, tant en ligne directe que transversalle et jusques au nombre infiny, nonobstant toutes coustumes d'aucuns de nos pays à ce contraires, disposans que représentation ne doit avoir lieu: ausquelles pour les causes et considérations susdites, avons de nostre dite authorité et plénière puissance dérogué, déroguons par cesdites présentes, en ce que pourra cy après toucher la succesion du prince desdits pays. Veuillant néanmoins que les coustumes parlant dudit droit de représentation ayent lieu et demeurent en leur force et vigeur au regard de nos vassaux et subjects particuliers d'iceux pays, et qu'elles soyent entretenues et observées comme du passé, si donnons en mandement ausdits de nos consaux d'estat et privé, président et gens de nostre grand conseil, chancellier et gens de nostre conseil de Brabant, gouverneur, président et gens de nostre conseil à Luxembourg, gouverneur, chancellier et gens de nostre conseil en Gueldres, gouverneur de Limbourg, Faulquemont, Daelhem et d'autres nos pays d'Outremeuse, gouverneur, présidents et gens de nos consaulx en Flandres et Arthois, président et gens tenant nostre court de parlement à Dole, grand baillay de Haynau et gens de nostre conseil à Mons en Haynau, gouverneur et gens de nostre conseil en Hollande, gouverneur, président et gens de nostre conseil en Namur, gouverneur, président et gens de nostre conseil en Frize, gouverneur d'Overyssel et Groeninghe, gouverneur, président et gens de nostre conseil à Uytrecht, gouverneur de Lille, Douay et Orchies, présidents et gens de nos chambres des comptes à Lille, à Bruxelles, à la Haye, prévost le comte à Valenciennes, rentmestres de Bewest et Beoisterschelt en Zelande, escouteth de Malines et à tous autres nos justiciers, serviteurs, vassaux et subjects présens et advenir et chacun d'eux en son regard, que cette nostre présente ordonnance, statut, décret et pragmatique, ils entretiennent et observent et fassent entretenir et observer inviolablement et à tousjours pour loy perpétuelle et irrévocable, en procédant par ceux de nos cours souverains de pardeça et desdits de nos comtes à Lille, à Bruxelles et la Haye, à l'interienement de sesdites présentes et les faisant enregistrer pour l'entier accomplissement d'icelles au temps advenir. Car ainsi nous plaist-il et voulons estre fait. Et afin que ce soit chose ferme et stable à tousjours, nous avons signé sesdites présentes de nostre nom, et à icelles fait mettre noste seel. Donné en nostre ville de Bruxelles au mois de Novembre l'an de grace 1549, de nostre Empire le 30 et de nos Règnes de Castille et autres le 34.
Signé Charles"

Vertaling van de essentie:

"Wij, Karel, bij de gratie Gods Rooms Keizer (...) laten weten aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, dat wij geoordeeld hebben dat het van groot belang is voor onze voornoemde landen (...) dat zij in de toekomst altijd onder eenzelfde vorst zouden blijven die ze in één geheel zou houden, wetend dat hun deling tengevolge van succesies en erfenissen hun ondergang en ruïne zou betekenen. Afgescheurd en van elkaar gescheiden zouden zij ten prooi kunnen vallen aan buurstaten (...). Dit zal echter kunnen vermeden worden indien onze landen altijd in het bezit blijven van één vorst die ze als één geheel bestuurt.

Gegeven in onze stad Brussel in de maand november van het jaar Ons Heeren 1549."


Alles op deze webstek mag overgenomen worden mits duidelijke bronvermelding. De redactie van Klauwaert