zaterdag, februari 24, 2007

Citaat: Max Lamberty

"De Vlaamsgezinden waren en zijn de belichaming van een idee die in alle landen haar aanhangers heeft: de idee die het NATIONALE als grondslag neemt bij de beoordeling en behandeling van de maatschappelijke vraagstukken; de idee die aan het nationaal belang, het geestelijk en stoffelijk belang van het eigen volk, de voorrang geeft boven de andere uitzichten van het maatschappelijke bestaan. Zij die zich naar deze gezichtshoek richten en, in alle landen van de wereld, nationalisten worden genoemd, offeren gaarne hun persoonlijk voordeel, hun rust, hun gezondheid, hun leven zelfs, omdat zij deze taak, de verzekering van het bestaan en van de grootheid van hun volk, beschouwen als de schoonste taak die hun in de gemeenschap kan beschoren zijn. Dat is hun roeping. Zij zijn uitverkoren om te strijden voor en te waken over de geestelijke en stoffelijke belangen van hun volk, het is hun bestemming de politieke herders van hun natie te zijn.

Zij zijn overal in de minderheid. Zij zijn overal onontbeerlijk. Zij zijn de stuwkracht zonder de welke een volk niets groots tot stand brengen kan, ja zelfs zich niet blijvend handhaven kan. Dat is de beslissende betekenis van het nationalisme in alle landen."

Max Lamberty, in De Geschiedenis van Vlaanderen, deel VI p. 266

zaterdag, februari 17, 2007

In Memoriam: Herman Van den Reeck
























In deze bijdragen willen we voor de tweede maal, na dr. August Borms, een Vlaamse martelaar herdenken. Deze keer gaat het om Herman Van den Reeck, ook wel “de eerste Vlaamse martelaar” genoemd, maar dan vergeet men de velen die in de loopgraven hun leven gaven.

Herman Van den Reeck werd geboren op 21 april 1901, hij volgde Grieks-Latijnse humaniora aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen. Zijn vader was secretaris van de Volkshogeschool. Van den Reeck gaf voordrachten over Transvaal en Zuid-Afrikaanse letterkunde voor de Vlaamsche Bond. In 1918 trad Van den Reeck toe tot de Activistische Schoolbond. Van den Reeck was zeer belezen en bestudeerde de geschiedenis van de Lage Landen en volkeren die toen voor vrijheid streden.

Ook na de eerste wereldoorlog behield Van den Reeck zijn Vlaams-maximalistisch standpunt. Van den Reeck was ook sociaal geëngageerd. De politieke en culturele ontvoogding waren voor hem onlosmakelijk verbonden met “de bevrijding van het proletariaat”. Dit gegeven is typisch voor de tijdsgeest waarin Van den Reeck zich toen bevond. Nationalisme en sociaal engagement waren gelijk aan elkaar. Het kapitalisme en de bourgeoisie werden verantwoordelijk geacht voor de oorlog. Zelfs figuren zoals Joris Van Severen, werden begeesterd door de communistische en internationalistische idealen van de Oktoberrevolutie.

Van den Reeck schaarde zich achter het “Manifest voor een christelijke Internationale” van Cornelius Boecke. Ook Van den Reeck kon, net zoals vele intellectuelen in die tijd, zich terugvinden in de idealen van de door Henri Barbusse gestichte “Internationale van de Gedachte”, de Clarté-beweging. Deze beweging streefde naar een revolutionair eenheidsfront ter bevordering van het culturele peil van de arbeidersklasse en de verspreiding van het historisch materialisme. De Clarté-groep raakte al snel verdeeld.

Grondgedachte van de (Vlaamse) Clarté-groep: “De onderdrukking van het Vlaamsche Volk is slechts een onderdeel van de internationale overheersching van de groote klasse der bezitloozen ten behoeve van de grootkapitalisten en imperialisten.

Van den Reeck werd secretaris van de Vlaamse afdeling van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging. Van den Reecks denken zou gesitueerd kunnen worden tussen het avant-gardisme en het Nieuwe Orde-denken, want ondanks zijn anti-militarisme, sprak hij revolutionaire taal.
"Een opstand, zelfs al mislukt die... heeft tenminste dit voordeel bij dat de beweging wereldkundig wordt en dat het nationaal gevoel van het volk er wakker door gehouden wordt, wat wel door eenige slachtoffers mag gekocht worden... Alles voor Vlaanderen, ook ons leven en onze vrijheid. De romantische periode van onzen strijd is voorbij, we staan voor de eerste daad. Vlaanderen! 't Is de tijd!"


Op 11 juli 1920 werd in Antwerpen een Guldensporenviering georganiseerd. Het was een betoging van alle Vlaamse strekkingen. De menigte van 30.000 Vlaamsgezinden trok op naar de Grote Markt. De Vlaamse vlaggen werden door de politie in beslag genomen. Burgemeester De Vos van Antwerpen voelde zich ziek, schepen Strauss had het bevel over de politietroepen. Er ontstond oproer. Een politie-inspecteur loste een schot. Herman van den Reeck werd geraakt. Van den Reeck werd eerst verplicht een verklaring te ondertekenen waarin hij de schuld op zich neemt. Door de te late verzorging sterft hij. Op 17 juli 1920 woonde een enorme menigte de rouwstoet bij. Verscheidene Vlaamse dichters, waaronder Wies Moens en Paul Van Ostaijen, schreven een hommage aan hem.


Het graf van Herman Van den Reeck op de begraafplaats Schoonselhof te Antwerpen



Uit De Tocht (1920), Wies Moens


Aan Herman Van den Reeck,

Gevallen voor de zaak op 11 juli 1920


In mijn stille, witte cel
is het bericht van uw dood als een nieuw parool
dat scherpe lippen fluisteren in den nacht.
(Die het wachtwoord ontvangt,
hij zet zijn leven tot een bolwerk er om heen.)

Ik heb u nooit gezien,
ik heb u nooit gekend.
Maar dit weet ik:
dat zo wij ooit elkaar hadden ontmoet,
broeder, reeds na den eersten groet,
onze handen werden ineengelegd
en een bond gesloten !

Men zegt
dat een kleine, plompe kogel
in je longen drong:
een blokje lood
dat ’n halve seconde door de lucht gierde
als de angstgil van een zwaluw,
en door je jonge vlees
in je longen drong,
astrant en brutaal
als een beschonken huisbaas.

Men zegt
dat je jonge, krachtige longen
vol bloed werden gestort:
een rode zee van bloed waarin de kreten van je hart,
die waren ‘lijk stormvogels,
jammerlijk verdronken!

Broeder,

nu jij als een schone, vriendelijke heilige
op de baar ligt, wat zal ik je geven?
Al het fijnste goud van mijn leven
is bleek en mat
in den glans van je aureool;
vals blinkt mijn vers
in het licht
van dat glorieuze gedicht
dat jij met je bloed schreef op de straatkeien!
En mijn deel in het lijden
is zo gering, zo niet.
Broeder, ik sta hier zo arm:
ik kan niet eens wenen,
want ik ben zo verhard en zo dof geworden
in dezen tredmolen

Maar ik kan nog knielen, broeder,
en mea culpa slaan:
om mijn verwatenheid
en om mijn zwakheid,
om mijn opstand
en om mijn ongeduld.
Broeder, je bloed delgt mijne schuld !

Die in zonde tot je komen,
àllen –de bangen, de lomen
en d’ onverschilligen mee-
zij keren in reinheid,
geslagen met genade
door den roden bliksem van jouw dood.

donderdag, februari 15, 2007

Decadentie? Waar?

Bepaalde verplichtingen zorgden ervoor dat een deel van de redactie van Klauwaert vorige dinsdag in het theater belandde. De kaarten werden op goed geluk gekocht en we belandden in een stadsschouwburg van een grijze, middelgrote stad met bijhorende socialistische burgemeester.

Met de nodige scepsis betraden wij deze “cultuurtempel”. Het stuk dat ons voorgeschoteld werd was “Platform”, geschreven door een zekere Houellebecq en gebracht door NTGent, een toneelgroep die subsidies krijgt van vier instanties: de Vlaamse gemeenschap, de provincie Oost-Vlaanderen, de stad Gent en de Nationale Loterij.

Maar goed, terug naar onze aankomst in “de Foyer”. In deze rookvrije ruimte kon het ongetwijfeld trouwe theaterpubliek zich al niet bedwingen een sigaret op te steken, maar tot daar aan toe. In de zaal bevonden zich waarschijnlijk vele prominenten uit het lokale cultuurleven, alsook personeelsleden van het naburige college uit onze grijze stad. Met andere woorden, het publiek dat men op een regenachtige dinsdagavond terug kan vinden in het theater.
De voorstelling begint. De scène bestaat uit een platform, bedekt met afval. Acteurs in ondergoed betreden de scène.

Over de inhoud van het stuk kan ik kort zijn, als men het niet had over de wantoestanden van het kapitalisme en het westen, was men wel bezig één of andere erotische –of moet ik zeggen pornografische- scène te beschrijven. Voor één keer klopte het gezegde “Hoe vettiger, hoe prettiger” niet. Men smeet er nog een allochtoon tegenaan om lekker politiek correct te doen en het feestje was compleet. Enkele mensen verlieten de zaal. Waarom het grotendeels oudere publiek niet in grotere getale opstapte is ons een raadsel, of zijn zij misschien dat trouwe theaterpubliek dat dit soort uitspattingen van onze “cultuur” gewend is? Men deed er op het einde nog een schepje bovenop: één van de acteurs vond het nodig om zijn lid te laten zien… Het publiek betaalt om exhibitionisme te zien? De drie Duitse woorden liggen ons allen op de tong: Untergang des Abendlandes?

Wij pleiten zeker niet voor een verbod op dit soort voorstellingen, maar zijn ontgoocheld over het feit dat dit soort uitspattingen van onze maatschappij –ik durf niet meer cultuur zeggen- volle zalen trekt. De twee hoofdpersonages zouden het failliet van de westerse beschaving moeten belichamen, maar tegelijkertijd is heel de voorstelling, alle subsidies voor deze toneelgroep, het loon dat een acteur krijgt om zijn lid te laten zien, dé belichaming van het failliet van onze samenleving.
O ironie.

Er is wel meer nodig om een groep redacteurs van Klauwaert te shockeren, maar het bezorgde ons toch een negativistische stemming over het cultureel welvaartspeil dat ons volk heeft bereikt. Men zou voor minder cynisch worden.


maandag, februari 05, 2007

In Memoriam: Edgard Delvo


Edgard Delvo wordt op 20 juni 1905 geboren in een Gents socialistisch arbeidersgezin. De intelligente Edgard gaat op 15 jarige leeftijd de normaalschool volgen. In 1924 wordt hij corrector in de socialistische Volksdrukkerij. Daar kwam Delvo voor het eerst tot het inzicht dat, alhoewel het socialisme zich beriep op de marxistische leer (door klassenstrijd het kapitalisme vernietigen en de arbeider ontvoogden door de dictatuur van het proletariaat), het socialisme er in de praktijk eerder op gericht was om door reformisme een arbeiderskapitalisme tot stand te brengen, en van de arbeiders minderwaardige burgermannetjes te maken. Er gaapte dus een brede kloof tussen de socialistische theorie en de praktijk. Tevens kwam hij tot het besluit dat de marxistische theo­rieën niet overeenstemden met de sociale werkelijkheid zoals hij die nu zelf in een socialis­tisch bedrijf kon ervaren. In 1925 haalt hij een acte van bibliothecaris, en wordt daarna vrij student aan de Gentse universiteit, waar hij psychologie, pedagogie, sociale en economische wetenschap volgt. In 1930 huwt hij met de onderwijzeres Joanna Rammeloo; ze krijgen 4 kinderen, waarvan 3 vroeg overlijden.

Delvo neemt de leiding van de Gentse AJ (arbeidersjeugd) die –anders dan de officiële Socialistische Jonge Wacht- veel meer cultureel bezig is. De AJ inspireerde zich op de Duitse Wandervögel, en legde de nadruk op het zelfstandige jeugdleven, de culturele ontplooiing van haar leden, de socialistische gemeenschapsbeleving en de natuurbeleving. Tegelijk is Delvo actief in de partij, als secretaris van BWP-Voetweg: hij leert er spreken en meetings geven. Hij komt ook in contact met Hendrik de Man, en leest zijn “Socialisme aan het Marxisme voorbij”. In 1928 wordt Delvo secretaris van de “centrale voor Arbeiders onder leiding van De Man, 6 jaar later wordt hij er secretaris-generaal, samen met de Waal Max Busert. Tegelijk met de machtstoename van Hendrik de Man, nam het geloof in het marxisme bij Delvo af. Hendrik de Man bood hem nieuwe perspectieven voor de motivering van zijn socialisme. Zowel De Man als Delvo betoonden vanaf hun geestelijke ommekeer belangstelling voor het nationalisme. Bij De Man resulteerde dit in 1931 in de uitgave van de brochure Nationalisme en Socialisme, waarin hij tot een positieve waardering kwam van wat hij het vrijheidsnationalisme noemde, een begrip dat we min of meer als synoniem voor ons volksnationalisme kunnen opvatten. Enigszins in tegenstelling tot zijn leermeester De Man, die later in staatsnationalistisch vaarwater terecht zou komen, zou Delvo dit inzicht in de daaropvolgende jaren consequent verder uitdiepen, wat hem uiteindelijk tot de slotsom bracht dat iedere waarachtige socialistische gezindheid onaf­scheidbaar verbonden moest zijn met een volksnationaal bewust­zijn (en omgekeerd), beide convergerend in één streef­doel: de volksgemeenschap.

De Man vormt een commissie om een “economisch plan voor België te ontwerpen”: een dam tegen communisme en nationaal-socialisme door de economische chaos en de klassenstrijd te beëindigen en tevens een aantrekkelijk alternatief voor de middenstand te bieden. In 1939 wordt De Man partijvoorzitter: Delvo werkt meteen met hem mee. Hij heeft in de jaren contacten met sociaalvoelende katholieken als Jacques Maritain en Tillich maar ook met ondermeer Joris van Severen, Victor Leemans en Lode Claes. In de meidagen van 1940 vlucht Edgard Delvo zoals velen doelloos naar Frankrijk. Bij zijn terugkeer in juni, gaat hij al snel in op de oproep van Staf De Clercq voor de vorming van een “Volksbeweging”. Hij spreekt op tal van volksvergaderingen om het nationaal-solidaristisch programma van de beweging te verdedigen. In oktober 1940 treedt hij toe tot de Raad van Leiding van het V.N.V. Tot het eind van de bezetting zal hij wekelijks een artikel in het V.N.V.-blad ‘Volk en Staat’ schrijven. Zijn collaboratie is er beslist geen om er materieel beter van te worden; hij verdient een bescheiden wedde en is ervan overtuigd dat Vlaanderen na de oorlog loon naar inzet zal krijgen.


Het logo van het VNV






Eind 1940 krijgt hij de leiding van de afdeling ‘vorming en stijl’, twee begrippen waar hij uitermate veel belang aan hecht. Als in juli 1941 zijn vriend Raymond Tollenaere naar het Oostfront gaat, wordt Delvo – die ook vrijwilliger was, maar van Staf de Clercq bevel kreeg in Vlaanderen te blijven, ook tijdelijk propagandaleider. Dan wordt hij gevraagd de leiding te nemen van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders, een eenheidsvakvereniging waar Delvo zich voornamelijk bezighoudt met cultuur, sport en ontspanning. Zijn hoofdidee blijft: de sociale collaborateurs zien de schepping van een “Nieuwe Wereld” met nieuwe gedachten en maatstaven: solidariteit over de “klassen” en de grenzen heen, menselijk waardigheid, respect voor de arbeid. De arbeidersemancipatie moest worden verwezenlijkt door de arbeider een eigenwaarde en een eigenwaardigheid te verlenen. Het kwam er dus op aan om een nieuw mensenslag te doen ontstaan, dat niet de burgerlijke deugden, maar wel eigen waarden en normen, een eigen cultuur zou ontwikkelen als grondslag van een socialistische maatschappij. Socialisme was dus niet zuiver een materiële aangelegenheid (biefstukkensocialisme), maar in essentie een ethische, culturele, geestelijke bekommernis.

In juli 1944 schrijft hij zijn opvattingen neer in ‘Sociale collaboratie’, een boek dat pas in 1975 zal verschijnen. In september gaat Delvo naar Duitsland waar hij meteen wordt opgenomen in de “Raad van Leiding” een Vlaamse (schim-)regering in ballingschap; hij zet zich vooral in voor de materiële en morele belangen van de talrijke Vlaamse arbeiders. Na het mislukte Ardennenoffensief gaat de Raad uiteen en Delvo trekt naar Oostenrijk. Er komen jaren van grote armoede, honger, zich telkens weer verplaatsen doorheen heel West-Duitsland en hopen uit de handen van de bezetters te blijven. Delvo overleeft door het uitvoeren van onderbetaalde karweitjes. Eerst vanaf 1952 vindt hij behoorlijk werk in een bouwbedrijf. Intussen kreeg Delvo’s gezin ook zware klappen: hun huis werd geplunderd, zijn vrouw als onderwijzeres ontslagen. Eerst in 1965 kon mevrouw Delvo naar Duitsland komen wonen; in de jaren ’50 en ’60 waren dan nog Delvo’s 2 zonen overleden. Hij tracht jarenlang het doodvonnis bij verstek, dat hij van de Krijgsraad had opgelopen te doen wijzigen; dat lukt pas in 1969, (20 jaar hechtenis) maar de Belgische nationaliteit blijft hem ontnomen. Eindelijk kan hij in 1974 naar Dilbeek terugkeren, de publicatie van zijn ‘Sociale collaboratie’ brengt hem terug in de belangstelling. Hij blijft onvermoeibaar schrijven en geeft in 1978 zijn mémoires uit: “De mens wikt…” Dan volgt nog in 1983 “Democratie in stormtij, herinneringen aan de jaren ‘30”. In 1979 wil Delvo met een eigen initiatief de amnestiestrijd ondersteunen: hij denkt aan een eigen lijst bij de Europese verkiezingen, waarop hij de enige kandidaat zou zijn. Hij verzamelt de 5 nodige parlementaire handtekeningen, maar zijn lijst wordt afgewezen omdat hij ‘statenloos en dus onverkiesbaar’ is. Hij had daarna geen politieke activiteiten meer, ging hier een daar nog spreken en plande nog een aantal boeken; maar door zijn zeer verzwakt gezichtsvermogen kwam hij daar niet meer aan toe. Hij overleed op 27 augustus 1999 in het ziekenhuis van Jette. Aan zijn ideaal, het ‘ethisch socialisme’ bleef hij zijn leven lang trouw.


3 Euro per dag

Dat is de vreselijke prijs die elke Vlaming dagelijks moet betalen aan dat corrupte gewest ten zuiden van ons land. Waarom toch? Wie heeft dat in hemelsnaam beslist? Dat geld, beste Vlamingen, is de enige echte binding die wij, Vlamingen met Wallonië hebben. Dan denk ik waarom zouden we dat geld niet aan onze noorderburen schenken, die praten toch nog tenminste Nederlands. Het wordt tijd dat deze klucht die België genaamd is, ophoudt te bestaan. Te veel regeringen die daardoor niet efficiënt kunnen werken, zaken als Brussel-Halle-Vilvoorde, de pure naleving van de grondwet wordt al een probleem. Ook veel corruptie, mogelijkheid tot megaschandalen in Wallonië, zie Charleroi, met onder andere Vlaams geld. En natuurlijk te kunstmatig, want wees eerlijk, beste Vlaming, wat heb je meer gemeen met een Waal dan met een Nederlander buiten dezelfde identiteitskaart? De kwestie spreekt voor zich, leve Vlaanderen onafhankelijk! Of toch niet? Jawel, ten minste voor een kwart van de bevolking dat logisch nadenkt. Maar ja dan is er natuurlijk nog een absoluut dwaze drie vierde meerderheid die wegens verschillende redenen bewust of onbewust de welvaart van Vlaanderen ondermijnt.


De belangrijkste bewuste reden is reeds langer dan vandaag bekend die is ZUIVER OPPORTUNISME. Prachtig persoonlijk voorbeeld hiervan is Herman De Croo, de Vlaamse opportunist bij uitstek, heeft liever goede banden met het koningshuis, voor uiteenlopende financiële redenen. Onder andere rijk cliënteel te ronselen voor zijn advocatenkantoor en zag hierdoor vroeger zelfs een trouwkans voor één van zijn kinderen, dat is spijtig genoeg voor Herman en zijn opportunisme nooit doorgegaan. Hij plaatst dus zijn eigen belang boven het belang van iedereen, zoals vele anderen weliswaar. Zijn belangrijkste argument tegen de Vlaamse onafhankelijkheid : hij vindt Vlaanderen ja toch iets te klein. Malta heeft een oppervlakte van 320 km² en doet het prima ONAFHANKELIJK in de Europese Unie, Vlaanderen is 13500 km² groot. Van een drogreden gesproken. Deze man heeft duidelijk geen argumenten. Ook denk ik bij dit opportunisme aan de vele arbeiders die denken volgens het volgende model : ik word beschermd door de socialistische vakbond dus ik stem op de socialisten. Als men dan op een lijst van het Vlaams Belang durft te staan, en tegelijk lid van het ACV zijn, dan word men mooi opzijgezet. Vaarwel dan syndicale bescherming.


De belangrijkste onbewuste reden is natuurlijk de hersenspoeling door de vandaag gevestigde linkse of liever slinkse pers die zogenaamd politiek correct denkt. Deze onbetrouwbaar en enorm gecensureerde pers tracht sinds jaar en dag het Vlaams nationalisme en alles wat met extreemrechts te maken heeft te stigmatiseren. Ik geef een voorbeeld: enkele weken voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006
komt ineens in het nieuws dat een extreemrechtse bende Bloed Bodem Eer en Trouw
van plan is aanslagen te plegen. Er zijn getuigenissen van politiemensen die meewerkten
aan het onderzoek die vertelden : waarom komt dit juist nu in de pers, het onderzoek is nog volop bezig. In de Hollandse pers spreekt men dat er nauwelijks een dreiging was. Wat een prachtige verkiezingsstunt van Verhofstadt, dit doet mij denken aan de dioxinecrisis, die werd ook ontdekt vlak voor de toenmalige verkiezingen en deze haalde toen de CVP na een regeerperiode van meerdere decennia van de macht. Deze keer viseerde hij de extreemrechtse hoek. Het is duidelijk, onze pers wordt incorrect gebruikt door de politiek.
Maar goed, ik ga verder. Het is juist door deze stigmatisatie dat een grote meerderheid van de bevolking huivert van alles wat te maken heeft met extreemrechts en het door de media daaraan gekoppelde Vlaams nationalisme. Het doet hen denken aan SS’ers die trouw met de Vlaamse vlag zwaaien aan de ijzertoren. En zo ook aan de vele doden die gemaakt zijn door extreemrechts in de Tweede Wereldoorlog. Vele van die mensen denken bij het horen van Vlaams nationalisme niet aan onze zuiderbuur die hen dagelijks voor 3 euro afzet. Zonder enige gegronde reden. Daarom stemmen zij natuurlijk niet op Vlaams nationalistische partijen zoals NVA of het Vlaams Belang. Die nog eens allebei rechts zijn, dat kan toch niet waar zijn zeker! Rechts en Vlaams nationalistisch. SS en ijzertoren, extreem. Trouwens, zo’n belachelijke vergelijking staande weten te houden bij een groot deel van de publieke opinie, straf werk, slinkse pers.

Feit is zolang men bewust of onbewust niet voor de Vlaamse onafhankelijkheid kiest, blijf je je eigen welvaart ondermijnen. De reden Vlaanderen is te klein heb ik al weerlegd. Een andere reden, Vlaanderen zou economisch nadeel ondervinden, werd al weerlegd door de Warande, een Vlaamse kring die werd opgericht door het Vlaamse bedrijfsleven en de Vlaamse overheid. Een betrouwbare bron dus. Ik zie geen reden meer tegen de Vlaamse onafhankelijkheid. Echt niet. Ik roep alle Vlaamse partijen op te ijveren voor de Vlaamse onafhankelijkheid.

Mijn boodschap aan alle Vlaamse kiezers: Stem alleen op partijen die de Vlaamse onafhankelijkheid in hun partijprogramma hebben staan. Als je stemt voor de Vlaamse onafhankelijkheid stem je niet extreem, maar realistisch.



dinsdag, januari 30, 2007

Actie tegen de klimaatsverandering.

Op 1 februari doen we ALLE LICHTEN UIT van 19u55 tot 20.00u !

Zend dit bericht door naar zoveel mogelijk mensen !


Laat ons alle lichten doven, zodat de (politieke) besluitvormers beseffen dat er iets mis is.

Op 1 februari doen we ALLE LICHTEN UIT van 19u55 tot 20.00u !
Zend dit bericht door naar zoveel mogelijk mensen!
Laat ons alle lichten doven, zodat de (politieke) besluitvormers beseffen dat er iets mis is.

DRINGEND : actie tegen de klimaatsverandering.

Neem op 1 februari 2007 deel aan de grootste mobilisatie van de burgers tegen de klimaatsverandering!

L'Alliance pour la Planète (groepering van milieuverenigingen) doet een oproep tot al de burgers ; "gun de planeet 5 minuten rust": iedereen wordt verzocht alle lichten te doven op 1 februari as, van 19u55 tot 20.00u. Het gaat er niet om enkel die dag gedurende 5 minuten energie te besparen, maar wel om de aandacht van de burgers, de media en tevens de politieke besluitvormers te vestigen op de energieverspilling en op de noodzaak om dringend iets te ondernemen ! Gedurende 5 minuutjes zal de planeet kunnen uitrusten : dat duurt echt niet lang en het kost niets. En het zal de politici en kandidaten voor de parlementaire verkiezingen van juni 2007 duidelijk maken dat de klimaatverandering een onderwerp uitmaakt dat weegt in het politieke debat. En waarom op 1 februari 2007? Omdat die dag in Parijs het nieuwe rapport van de klimatologische experten van de Verenigde Naties uitkomt. En dat gebeurt bij onze buren; wij kunnen dus onmogelijk deze kans laten voorbijgaan en moeten bijgevolg de schijnwerpers richten op de dringende aard van 's werelds klimatologische situatie. Als we allen deelnemen zal deze actie werkelijk een mediatieke én politieke invloed hebben, en dit enkele maanden vóór de verkiezingen!

Laat dit bericht zoveel mogelijk circuleren, stuur het zoveel mogelijk door, ook naar lokale politici, vermeld het in Newsletters, op je Internet site....


donderdag, januari 25, 2007

Driewerf hoera voor prins Filip van België


Haha! Onze redactie grijnst bij de recentste uitlatingen van de kroonprins der Belgen, Filip de Taaie! Deze gevleugelde woorden sprak Filip van Saksen-Coburg op de jaarlijkse nieuwjaarsviering voor de gestelde lichamen uit tegenover Yves Desmet, hoofdredacteur van De Morgen, toch niet bepaald de meest flamingantische krant...
"U ziet mij niet graag, maar dat zal mij niet verhinderen om mijn missie te volbrengen"

Flup is nu blijkbaar ook een zendeling met een missie geworden. Hij ging verder tegen Pol Van Den Driessche, hoofdredacteur van Royalty, die ondanks zijn functie gekend is als een republikein en ooit nog VU'er en lid van het VNSU (Vlaams-nationale Studentenunie) was, terwijl Mathilde aan zijn mouw trok om hem in te tomen: "Ik begrijp niet waarom u mij de hand drukt en vriendelijk bent. En dat u op een ander moment kritiek op mij geeft". Van Den Driessche reageerde daarop met: "Het spijt me, maar dat is persvrijheid".
Van Den Driessche zei dat het gesprek van vriendelijk naar minder vriendelijk liep. Volgens hem stak de prins geregeld zijn vinger omhoog en zei hij dreigende woorden.

"Ik druk u nog eenmaal de hand, maar als u nog negatieve verhalen over het paleis blijft vertellen, bent u niet meer welkom op het paleis. U zal mij niet afbrengen van mijn missie", aldus de prins tegen Van Den Driessche.

De hertog van Brabant heeft het hoog in zijn bol, hij is van de ideale, schuchtere schoonzoon en trouwe vader geëvolueerd naar een waar despoot. Hij is duidelijk klaar voor de Belgische troon. Geef hem zijn troon waar hij recht op heeft, dan kan nonkel Baudouin gerust zijn. Hij beseft het misschien zelf niet, maar hij helpt onze zaak enorm. Hij krijgt tegenkanting van héél de politieke wereld. Als hij op deze manier de troon zou kunnen bestijgen, staat het land op zijn kop en dringt zich een nieuwe koningskwestie op.

En ware Belgen weten dat de revolutie dan niet veraf is.





Nonkel Baudouin juicht vanuit zijn besproken plaatsje in de hemel neefje Flup toe.

woensdag, januari 24, 2007

Doe die leeuw weg dat ik hem niet meer zie - Cachez ce lion que je ne saurai voir


Van onze Zuid-Vlaamse vrienden van de Michiel De Swaenekring (http://www.mdsk.net/).


Plusieurs supporters du club de football du Lille Olympique Sporting Club (L.O.S.C.) ont contacté la rédaction ces derniers jours et raconté les faits suivants : ce mercredi 13 septembre, alors que le L.O.S.C. se déplace, accompagné de 700 fans, dans la banlieue flamande francisée de Bruxelles, à Anderlecht, pour le compte de la Ligue des Champions, réunissant les meilleurs clubs européens, le club local exigea qu’aucun drapeau flamand (fut-il pourvu de langue et griffes rouges) ne pénétra dans l’enceinte anderlechtoise. Apparemment avertis au préalable de l’interdiction, les membres du groupe de supporters Dogues Virage Est (D.V.E.) avaient confectionné une banderole à l’intention de leurs joueurs sur laquelle on pouvait lire : « Pas de drapeau, mais 700 coeurs flamands battent pour vous ».

Peine perdue, les forces de l’ordre confisquèrent cette dernière, provoquant l’ire des supporters lillois. On peut légitimement s’interroger sur la nature d’une telle interdiction faite aux supporters loscistes qui arborent leur emblème régional depuis toujours. D’autant plus que la volonté des fans lillois n’était assurément pas de provoquer leurs homologues anderlechtois.

Par bonheur, il n’avait pas été prévu de paires de ciseaux pour découper les lions flamands arborés sur écharpes et t-shirts, ni de scalpel pour inciser les tatouages ! Quant à l’imbécilité de telles mesures (rappelons tout de même que le Vlaamse Leeuw est un drapeau officiel en Belgique), gageons qu’elle ne facilitera en rien le rapprochement entre Flamands et Wallons, deux peuples de même culture néerlandaise mais parlant deux langues différentes, à qui les jacobins Belges formés à bonne école au centre de formation (non pas footballistique mais idéologique celui-là !) français ont appris à se haïr mutuellement. Pour le match retour, les membres des associations de supporters Dogues Virage Est et Rijsel Spirit ont d’ores et déjà prévenu : certainement plus qu’à l’accoutumée, il y aura du jaune et noir dans les tribunes lilloises !

Nederlandse vertaling:

Zo’n 700 supporters van de Rijselse voetbalclub L.O.S.Q. (Lille OLympique Sporting Club) hebben voor de ontmoeting van de Champions League op 13 sept. met hun voetbalploeg de verplaatsing gemaakt naar de Vlaamse rand van het verfranste Brussel om er partij te geven aan Anderlecht. De locale club verbood echter de toegang tot het stadion van alle leeuwenvlaggen. Het deed er niet toe of het nu een vlag was met of zonder rode tong en/of klauwen. Er mochten geen leeuwenvlaggen in het Anderlechtstadion. Waarschijnlijk op voorhand getipt voor dit verbod, hadden de leden van de supportersvereniging Dogues Virages Est (D.V.E.), een spandoek gemaakt om hun ploeg aan te moedigen met de tekst “Geen vlaggen, maar wel 700 Vlaamse harten die voor jullie kloppen”.
Verloren moeite echter want de ordediensten namen het spandoek in beslag en haalden zich hiermee de woede van de Rijselse supporters op de hals. Men kan zich hierbij de vraag stellen wat de bedoeling was van deze handelwijze ten overstaan van de Rijselsupporters als men weet dat die zich al sedert jaar en dag uitdossen met dit symbool van hun regio. Bovendien was het helemaal niet de bedoeling van de L.O.S.C.isten om de supporters van tegenpartij Anderlecht te provoceren.
Nog maar goed dat er geen scharen aanwezig waren want anders had men nog kunnen de leeuwen van sjerpen en T-shirts uitsnijden of kon met een scalpel de tatouages van lichaamsdelen verwijderen. Met deze onnozele maatregel (de Vlaamse Leeuw is de officiële vlag in België) durf ik wedden dat dit de toenadering tussen Vlamingen en Walen, twee volkeren van dezelfde Nederlandse cultuur maar elk een verschillende taal sprekend, niet bevordert. Belgische Jacobijnen, geschoold in centra met Franse leermeesters, (niet op voetbalvlak maar wel ideologisch) hebben er geleerd wederzijds te haten. Voor de terugmatch zijn de supportersverenigingen van Dogues Virage Est en Rijsel Spirit reeds meer dan voorbereid : meer dan ooit tevoren zal er zwart en geel te zien zijn rond het terrein en op de tribunes van Rijsel.


Weer maar eens het bewijs dat het Belgische voetbal en het arrogante Anderlecht in het bijzonder een belgicistisch bastion is.

Provocaties aan de Vlaamse grens

Vlaanderen is Libanon niet, maar toch gebeuren er ook aan onze grens provocaties.

Di Rupo, Waals-socialistisch despoot, besloot in de lijn van de zeepbelpolitiek –het opwerpen van fijne ideetjes zonder inhoud- uit te kramen dat de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde misschien geruild zou kunnen worden met de aanhechting van de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode aan het Brussels hoofdstedelijk gewest.


Deze uitbreiding zou concreet inhouden dat Vlaams grondgebied officieel “nog tweetaliger” wordt (Rode is al een faciliteitengemeente). Deze faciliteitengemeente is al jaren een communautair strijdpunt. De verfransing door Brusselse rijken die rustig willen wonen en ook de inwijking van eurocraten, om dezelfde reden, is een groot probleem in de Vlaamse rand. Vandaag -24 januari 2007- verklaarde Verhofstadt dat een verdere staatshervorming niet alleen wenselijk, maar ook en zelfs noodzakelijk is. Stemmingmakerij?

Laat ons hopen dat de Vlamingen eensgezind genoeg zijn om zich aan de communautaire ronde tafel niet te laten overbluffen door het Waalse front en zich niet laten meeslepen door emoties of door aan de Belgische staat verknochte partijcoryfeeën van de oude garde. Ik denk daarbij spontaan aan B Plus’er Wilfried Martens, Willy De Clercq, Herman De Croo en consorten.

Een nuttige communautaire ronde dringt zich op. Wanneer meer Vlaamse zelfstandigheid niet door reformisme, via het gezond verstand en de rede verkregen kan worden, zal België zichzelf wel eens éénsklaps kunnen opblazen.
Om te eindigen, nog een klassieker:

Volk, word staat !



Belgisch kandidaat-premier, Elio Di Rupo, of toch niet?


dinsdag, januari 23, 2007

In het Klauwaert-archief: Proclamation of the Irish Republic


Het oprichten van de Ierse republiek verliep niet zonder slag of stoot. Na eeuwen van verzet en mislukte opstanden tegen de Britse bezetter, werd in 1916 het Ierse ongenoegen zo groot dat het tot een nieuwe opstand kwam tegen Groot-Brittannië, dat toen volop verwikkeld was in de eerste wereldoorlog.

Op paasmaandag 24 april van het jaar 1916 werd dus zoals gezegd tot een nieuwe opstand overgegaan. De troepen van het socialistische Irish Citizen Army van James Connolly en het grotere "Irish Volunteers" van Padraig Pearse bezetten "The General Post Office" en verschansten zich aldaar om de strijd tegen de Britse troepen vanaf daar te voeren. De naar schatting 1250 Ierse vrijwilligers waren kansloos tegen het Britse leger, maar de toon was gezet. De zeven belangrijkste leiders ondertekenden "The Proclamation of the Irish Republic" en legden daarmee de grondslag voor de latere Ierse Vrijstaat. De zeven leiders werden geëxecuteerd.
De opstand werd neergeslagen. Er werden 3000 gevangenen genomen. De Ierse publieke opinie veranderde drastisch vanwege de brutale executie van de leiders.



Michael Collins




De strijd ging verder en groeide. In 1921 werd de Ierse Vrijstaat uitgeroepen, met als president de laffe Eamon de Valéra, die de militair-tactisch geniale, maar diplomatische onkundige Michael Collins als gezant naar Londen had gezonden om de onderhandelingen met de Britten in 1921 te leiden hoewel hij wist dat het hoogst haalbare de Ierse Vrijstaat zonder Ulster was. Door het niet behalen van volledige onafhankelijkheid en afscheuring van Ierland, kwam Collins terug als verliezer uit Londen. Dit ontaarde in een verscheurende, bloederige burgeroorlog. Collins werd vermoord door sympathisanten van de Valera.

Zoals gezegd legde deze onafhankelijkheidsverklaring de grondslag voor de latere Ierse Vrijstaat. De verklaring bevat drie belangrijke dimensies: de socialistische, nationalistische en een christelijke dimensie. Inderdaad, beste lezers, socialisme, nationalisme en het christelijke geloof gaan -nog steeds- hand in hand in Ierland.



POBLACHT NA H EIREANN
___________________________
THE PROVISIONAL GOVERNMENT
OF THE
IRISH REPUBLIC
TO THE PEOPLE OF IRELAND

IRISHMEN AND IRISHWOMEN: In the name of God and of the dead generations from which she receives her old tradition of nationhood, Ireland, through us, summons her children to her flag and strikes for her freedom.

Having organised and trained her manhood through her secret revolutionary organisation, the Irish Republican Brotherhood, and through her open military organisations, the Irish Volunteers and the Irish Citizen Army, having patiently perfected her discipline, having resolutely waited for the right moment to reveal itself, she now seizes that moment, and, supported by her exiled children in America and by gallant allies in Europe, but relying in the first on her own strength, she strikes in full confidence of victory.

We declare the right of the people of Ireland to the ownership of Ireland, and to the unfettered control of Irish destinies, to be sovereign and indefeasible. The long usurpation of that right by a foreign people and government has not extinguished the right, nor can it ever be extinguished except by the destruction of the Irish people. In every generation the Irish people have asserted their right to national freedom and sovereignty; six times during the last three hundred years they have asserted it to arms. Standing on that fundamental right and again asserting it in arms in the face of the world, we hereby proclaim the Irish Republic as a Sovereign Independent State, and we pledge our lives and the lives of our comrades-in-arms to the cause of its freedom, of its welfare, and of its exaltation among the nations.

The Irish Republic is entitled to, and hereby claims, the allegiance of every Irishman and Irishwoman. The Republic guarantees religious and civil liberty, equal rights and equal opportunities to all its citizens, and declares its resolve to pursue the happiness and prosperity of the whole nation and all of its parts, cherishing all of the children of the nation equally and oblivious of the differences carefully fostered by an alien government, which have divided a minority from the majority in the past.

Until our arms have brought the opportune moment for the establishment of a permanent National, representative of the whole people of Ireland and elected by the suffrages of all her men and women, the Provisional Government, hereby constituted, will administer the civil and military affairs of the Republic in trust for the people.

We place the cause of the Irish Republic under the protection of the Most High God. Whose blessing we invoke upon our arms, and we pray that no one who serves that cause will dishonour it by cowardice, in humanity, or rapine. In this supreme hour the Irish nation must, by its valour and discipline and by the readiness of its children to sacrifice themselves for the common good, prove itself worthy of the august destiny to which it is called.


Signed on Behalf of the Provisional Government.

Thomas J. Clarke,
Sean Mac Diarmada, Thomas MacDonagh,
P. H. Pearse, Eamonn Ceannt,
James Connolly, Joseph Plunkett



vrijdag, januari 12, 2007

In Memoriam: Dr. August Borms


Geen bevrijdingsstrijd zonder martelaren. In de volgende bijdragen op deze weblog zal aandacht besteed worden aan diegenen die hun leven gaven voor hun volk en idealen. Op algemeen verzoek starten we met dr. August Borms, afkomstig uit het Waasland. Wij als redactie van Klauwaert schenken speciale aandacht aan hem en nemen als het ware zelf deel aan de Bormsdevotie, omdat ook wij uit dezelfde Wase klei als Borms gekneed zijn.

August Borms werd op 14 april 1878 geboren te Sint-Niklaas. Als zoon van een arbeider die zich had opgewerkt tot de burgerij, volgde hij zijn humaniora aan het Klein-Seminarie van Sint-Niklaas. Daar werd hij lid van de Blauwvoeterie. Vanaf 1896 tot 1902 volgde hij in Leuven Germaanse filologie in Leuven. Daar richtte hij de Wase club op. Na zijn studies werkte hij als leraar, tot hij in 1903 naar Peru vertrok om daar het onderwijs te verbeteren. In 1906 keerde hij terug naar Vlaanderen. Hij hervatte zijn job als leraar. Borms reisde voor de oorlog vele Vlaamse steden om op bijeenkomsten te spreken. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, schreef hij: "Zij zullen hem niet temmen ! Alle Belgen, Vlamingen en Walen, moeten samen vechten tegen de Duitsers." Ondanks de vele beloftes bleef de Belgische regering de Vlamingen onderdrukken. Borms ging geleidelijk over in het activisme. Zijn argumenten hierbij waren dat de franskiljons de godsvrede verbroken hadden en dat de Vlamingen weer moesten strijden voor Vlaamse zelfstandigheid.

Borms richtte in 1917 de Raad van Vlaanderen op. Deze raad legitimeerde het activisme. Op 3 maart 1917 ontving de Rijkskanselier een delegatie van de Raad. Op 22 december 1917 werd de Vlaamse zelfstandigheid uitgeroepen door de Vlaamse Raad. Borms werd vervolgens door het Belgische gerecht gearresteerd, maar de Duitse bezetter stelde hem in vrijheid. Borms neemt een absoluut pro-Duitse houding aan. Borms bleef na de bezetting in België en probeerde samenwerking te stimuleren met de frontbeweging. Deze samenwerking mislukte en Borms werd in 1919 gearresteerd. Borms pleitte op zijn proces schuldig. Hij werd dan ook veroordeeld tot de zwaarste straf: de doodstraf. Deze staf werd omgezet in levenslang. Rond Borms ontstond een ware cultus. Borms kon al in 1921 vrijkomen, op voorwaarde dat hij zich niet politiek zou engageren. Borms weigerde. Borms' martelaarsschap nam mythische vormen aan. Er waren zelfs plannen om Borms met behulp van gewapende Sinn Féin-leden (Sinn Féin is een Iers-nationalistische partij) te bevrijden. Ook een pauselijk medewerker hoorde over Borms' sterke geloof en vroeg de Belgische regering om vrijlating. Toen in 1928 te Antwerpen tussentijdse verkiezingen werden gehouden, stelde de Frontpartij Borms kandidaat, tegen een liberale kandidaat. Borms werd met 83.058 stemmen tegen 44.410 verkozen. Deze verkiezing werd -uiteraard- ongeldig verklaard. De Belgische regering wou van Borms af, want de vraag om amnestie werd steeds groter. Op 17 januari 1929 werd Borms dan ook vrijgelaten. Borms nam na zijn vrijlating actief deel aan het Vlaams-nationalisme, zonder nog een leidende functie aan te nemen. Hij zou dikwijls optreden op VNV-bijeenkomsten. Hij steunde nationaal-socialisten die het VNV wouden radicaliseren. Nog voor de tweede Duitse bezetting, stond vast dat hij opnieuw zou deelnemen aan een tweede activisme.

Bij het uitbreken van de oorlog werden verschillende anti-belgische leiders, zoals Borms, weggevoerd naar Noord-Frankrijk. Hij koos opnieuw de zijde van de bezetter. Hij nam deel aan tal van manifestaties en propageerde voor het Oostfront. Bij de bevrijding vluchtte Borms naar Duitsland en ronselde daar Vlaamse vrijwilligers voor Duitse krijgsdienst om zo Vlaanderen te heroveren. Borms werd in augustus 1945 gearresteerd. In oktober werd hij al ter dood veroordeeld. Op 12 april werd Borms, verzwakt door zijn gevangenschap, vastgebonden aan een paal en neergekogeld in de kazerne van Etterbeek. Nog één maal weerklonk zijn stem als een klok, zijn laatste woorden waren: "Dietsland Houzee !". De rol van martelaar, die hij verkregen had na zijn eerste veroordeling, werd vervuld. Borms is tot op vandaag een mythe, een martelaar van ons volk.


Dietsland Houzee !



Borms door Willem Elsschot

Ik zag naar de plaats des gerichts : daar was de boosheid.
PREDIKER III : 16
Al uwe minnaars hebben u vergeten.
JEREMIA XXX : 14




Gij zijt mij vreemd geweest, vermetele oude vriend,
maar dat gij Neerlands vaan manmoedig hebt gediend
dàt weet ik niettemin zooals 't een ieder weet die nu,
in dit ons Land, zijn brood in schaamte eet.

Voor rechters-soldeniers, beroepen door de Staat,
is het u dan vergaan zooals het dapperen gaat.
En de Regent keek toe, stilzwijgend, onverstoord,
maar nam zijn pen niet op voor 't schrijven van één woord.

Uw gratie lag gereed voor 't buigen van uw nek,
voor 't beven van uw lip, voor 't eten van uw drek.
Goddank, gij hebt dat tuig misprijzend genegeerd
en noch uw dierbaar volk noch uwe naam onteerd.

Dat kon, dat wilde, of dórst men niet verstaan.
Men riep het peloton en 't peloton trad aan.
Maar dat het salvo, dat finaal is losgebrand,
ons allen heeft geraakt, dat voelt heel Vlaanderland.

En dat geen enkele stem tot u is opgegaan
toen ieder in zijn geest u voor die muur zag staan.
De Paus heeft niet geroerd, wij allen zwegen stil
als was die snoode daad des Heeren eigen wil.

Een ieder zwoer bij God: Ik heb hem niet gekend,
die oude, door de pest geslagen krukkenvent."
0 lafheid ongehoord, o niet te delgen schand,
waarvan 't infame merk ons op het voorhoofd brandt.

Nog glom een laatste sprank: Oranje's vrome telg
verheft des Zwijgers stem en schut die stoere Belg.
Uw nood, helaas, drong niet tot in de troonzaal door:
wie eenmaal is gedoemd vindt nergens meer gehoor.

Al werd uw oude romp in allerijl vermoord,
de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord.
En wat van u resteert wordt éénmaal naar de Wet
van Vlaanderens eergevoel, met staatsie bijgezet.

Voorop de Kardinaal, gedost in vol ornaat.
Herzegend en verkist zijt gij zijn kameraad.
Hij zal, na 't eersaluut liturgisch henengaan:
en zo heeft dan het Land postuum zijn plicht gedaan.

OPDRACHT:

Gij dacht, o lijdzaam volk, dat 't gruwelijk getij
der oude tyrannie voor immer was voorbij.
Weet nu dan dat uw stem door niemand wordt aanhoord,
Zoolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.



Antwerpen 1947

Willem Elsschot



woensdag, januari 10, 2007

In het Klauwaert-archief: de Pragmatieke Sanctie

In deze rubriek wordt er toelichting gegeven bij een historisch document, bepalend voor de toekomst van Vlaanderen, Dietsland of het volksnationalisme.

We beginnen met de Pragmatieke Sanctie. Karel V, keizer van het Heilig Roomse Rijk vaardigde dit document uit in november 1549 te Brussel. De Pragmatieke Sanctie bepaalde dat de Zeventien Provinciën steeds als één geheel overgeërfd zouden worden. Zij vormden samen een "Kreits" (kring) binnen het Duitse rijk, de Bourgondische Kreits. Dit wil zeggen dat de Nederlanden één en ondeelbaar waren (/zijn). We weten allemaal dat de droom van Karel V, Willem van Oranje en velen anderen met ons van economisch en cultureel sterke Nederlanden niet is uitgekomen, maar ten gronde gericht is door Hollandse hoogmoed en Vlaams particularisme, door een verschrikkelijke oorlog en inquisitie, alsook door (godsdienst)onverdraagzaamheid. (Misschien een les voor het heden?)

Waarom zou dit document aan waarde verloren hebben? Noord- en Zuid-Nederlanders zijn uit elkaar gegroeid, maar behoren tot hetzelfde volk en taalunie. Doch realisme is noodzakelijk bij de benadering van deze materie. Hogere machten dan die van het volk overschaduwen de Nederlanden. Supranationale instellingen zwaaien de plak. Een terugkeer naar de XVII Provinciën zit er voorlopig niet in. Toch kan een Vlaams-Nederlandse toenadering en samenwerking voor vooruitgang zorgen, zowel op economisch als cultureel vlak.



Voor de échte fans, volgt hier de integrale, Franse tekst van de Pragmatieke Sanctie.

"Charles, par la divine clémence Empereur de Romains toujours auguste, Roy de Germanie, de Castille, de Léon, de Grenade, d'Aragon etc. Sçavoir faisons à tous présents et advenir, que comme nous ayons tousjours soigneusement et curieusement veillé à tout ce que a concerné le bien, repos et tranquillité de nos Pays de pardeçà, et pourveu non seulement à ce que nous sembloit nécessaire pour le présent, mais aussi aux choses à l'advenir, afin que nosdits Pays fussent tant mieux régis, gouvernez et conservez en leur entier, et estant nostre intention de tousjours faire le mesme envers iceux avec touts convenables moyens qui se pourront offrir, nous avons considéré qu'il importoit grandement à nosdits Pays pour l'entière seureté et establissement d'iceux, que pour l'advenir ils demeurassent tousjours soubs un mesme Prince, pour les tenir en une masse, bien connoissant que, venans à tomber en diverses mains par droict de succession héréditaire, ce seroit l'évidante éversion et ruine d'iceux, d'autant qu'ils se trouveroient démembréz et séparéz les uns des autres, et par conséquent leurs forces effoiblies et diminuées, dont leurs voisins pourroint estre tant plus animez de les molester, à quoy seroit obvyé, moyennant que nosdits Pays fussent tousjours possedez par un seul Prince et tenus en une masse, ce que pour les respects susdits et plusieurs autres avons trouvé grandement convenir au bien de touts Pays, l'ayant ainsi fait prosperer aux Estats d'iceux et jointement leur déclarer que pour introduire ce que dessus il seroit requis de rendre uniformes les coustumes, parlans et disposans diversement du droit et (l. de) représentation, laquelle comme entendons n'auroit lieu en aucuns de nosdits Pays, si comme Flandres, Artois, Haynau et aucuns autres, et statuer pour loy et décret irrévocable, que dores-en-avant représentation auroit lieu en touts nosdits Pays, en ce que attouche la succession du Prince, requérant ausdits Estats de le vouloir consentir, à quoy iceux Estats après plusieurs assemblées et convocations sur ce tenues, chacun en son endroit, se sont unanimement et volontairement condescendus, mesmes ont fait instance devers nous, que voulussions introduire ladite loy pragmatique, sans par ce attoucher à ce que concerne la succession des particuliers subjects de pardeçà, et demeurans quant à iceux les coustumes des Pays chacun en droit soy en leur entier, pour ce est-il, que, les choses dessus dites considerées, désirant sur toutes choses pourveoir et donner ordre si avant qu'en nous est, au bien, repos et tranquillité de nosdits Pays de pardeçà et conserver iceux en une masse et qu'ils soyent inséparablement possessez par un seul prince pour les causes avant dittes, l'ayant premier fait consulter aux principaux consaulx de nosdits Pays de pardeça lesquels ont trouvé ladite pragmatique non seulement raisonnable, mais aussi utile et très-nécessaire à la Republicque de nosdits Pays, nous à grande et meure délibération, par l'advis de nostre tres-chère et très-sauvée seur, la Reyne Douagière de Hongrie, de Bohème etc. pour nous Régente et Gouvernante en nosdits Pays de pardeça, des Princes de nostre sang, chevaliers de nostre ordre, chefs, présidens et gens de nos consaulx d'estat, privé et des finances, et avons, du consentement et à la requisition desdits Estats de nosdits Pays de pardeça, de nostre certaine science, authorité et puissance absolute que nos compète ou compéter peut, tant en qualité d'empereur qu'autrement, comme estant respectivement souverain Prince et seigneur desdits Pays, ordonné, statué et décreté, ordonnons, statuons et décretons pour loy perpétuelle et irrévocable par ces présentes, que dores-en-avant en tous nosdits Pays patrimoniaux et héréditaires d'embas et de Bourgoigne, représentation en matière de succession soit de masles ou femelles, estans selon les anciennes coustumes, droit et privilèges de nosdits Pays bas, capables à succeder, ait et aura lieu en ce que touche la succession du Prince ou Princesse d'iceux Pays, tant en ligne directe que transversalle et jusques au nombre infiny, nonobstant toutes coustumes d'aucuns de nos pays à ce contraires, disposans que représentation ne doit avoir lieu: ausquelles pour les causes et considérations susdites, avons de nostre dite authorité et plénière puissance dérogué, déroguons par cesdites présentes, en ce que pourra cy après toucher la succesion du prince desdits pays. Veuillant néanmoins que les coustumes parlant dudit droit de représentation ayent lieu et demeurent en leur force et vigeur au regard de nos vassaux et subjects particuliers d'iceux pays, et qu'elles soyent entretenues et observées comme du passé, si donnons en mandement ausdits de nos consaux d'estat et privé, président et gens de nostre grand conseil, chancellier et gens de nostre conseil de Brabant, gouverneur, président et gens de nostre conseil à Luxembourg, gouverneur, chancellier et gens de nostre conseil en Gueldres, gouverneur de Limbourg, Faulquemont, Daelhem et d'autres nos pays d'Outremeuse, gouverneur, présidents et gens de nos consaulx en Flandres et Arthois, président et gens tenant nostre court de parlement à Dole, grand baillay de Haynau et gens de nostre conseil à Mons en Haynau, gouverneur et gens de nostre conseil en Hollande, gouverneur, président et gens de nostre conseil en Namur, gouverneur, président et gens de nostre conseil en Frize, gouverneur d'Overyssel et Groeninghe, gouverneur, président et gens de nostre conseil à Uytrecht, gouverneur de Lille, Douay et Orchies, présidents et gens de nos chambres des comptes à Lille, à Bruxelles, à la Haye, prévost le comte à Valenciennes, rentmestres de Bewest et Beoisterschelt en Zelande, escouteth de Malines et à tous autres nos justiciers, serviteurs, vassaux et subjects présens et advenir et chacun d'eux en son regard, que cette nostre présente ordonnance, statut, décret et pragmatique, ils entretiennent et observent et fassent entretenir et observer inviolablement et à tousjours pour loy perpétuelle et irrévocable, en procédant par ceux de nos cours souverains de pardeça et desdits de nos comtes à Lille, à Bruxelles et la Haye, à l'interienement de sesdites présentes et les faisant enregistrer pour l'entier accomplissement d'icelles au temps advenir. Car ainsi nous plaist-il et voulons estre fait. Et afin que ce soit chose ferme et stable à tousjours, nous avons signé sesdites présentes de nostre nom, et à icelles fait mettre noste seel. Donné en nostre ville de Bruxelles au mois de Novembre l'an de grace 1549, de nostre Empire le 30 et de nos Règnes de Castille et autres le 34.
Signé Charles"

Vertaling van de essentie:

"Wij, Karel, bij de gratie Gods Rooms Keizer (...) laten weten aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, dat wij geoordeeld hebben dat het van groot belang is voor onze voornoemde landen (...) dat zij in de toekomst altijd onder eenzelfde vorst zouden blijven die ze in één geheel zou houden, wetend dat hun deling tengevolge van succesies en erfenissen hun ondergang en ruïne zou betekenen. Afgescheurd en van elkaar gescheiden zouden zij ten prooi kunnen vallen aan buurstaten (...). Dit zal echter kunnen vermeden worden indien onze landen altijd in het bezit blijven van één vorst die ze als één geheel bestuurt.

Gegeven in onze stad Brussel in de maand november van het jaar Ons Heeren 1549."


zaterdag, januari 06, 2007



30 December 2006


ETA verbreekt bestand met aanslag


De Baskische afscheidingsbeweging ETA heeft met een bomaanslag vanochtend op het
vliegveld van Madrid een einde aan het zelf afgekondigde bestand gemaakt. Een bom ontplofte in een parkeergarage, waarbij 19 mensen gewond raakten. Eén persoon wordt vermist. Vlak voor de explosie was de politie door de terreurbeweging telefonisch gewaarschuwd voor de aanslag. De ETA had het bestand op 22 maart afgekondigd. Premier Zapatero stelde na de aanslag oppositieleider Rajoy op de hoogte. Die is tegen het vredesoverleg tussen de regering en de ETA. Later vandaag geeft Zapatero een persconferentie.

Bron: http://www.nos.nl

ETA (Euskadi Ta Askatasuna - Baskenland en Vrijheid) kondigde op 22 maart van het jaar 2006 een bestand af naar het voorbeeld van het staakt-het-vuren van het IRA (Irish Republican Army) in Noord-Ierland. Dit bestand hebben de Baskische volksnationalisten nu zelf verbroken door de bomaanslag. De Spaans-nationalisten vieren hoogtij: "Driewerf hoera!", de neofranquisten hebben een nieuw excuus om de onderhandelingen voor meer autonomie te blokkeren. ETA schiet in zijn eigen hand door de bomaanslag en in de hand van heel het Baskische volk. Misschien is het tijd dat de Baskische afscheidingsbeweging zin voor realiteit krijgt om door daadkracht en dialoog meer rechten voor hun volk trachten te bekomen. Wie nu wint zijn de opvolgers van generaal Franco, de Spaanse monarchie en de franquistische Partido Popular. Laat het Baskische volk zegevieren, zodat het offer van Guernica en van de jaren vol slachtoffers van zinvolle bevrijdingsstrijd niet voor niets geweest zijn. Dan zal de eik van Guernica, het symbool van het Baskische volk, weerom bot schieten en is de lente van het Baskische volk aangebroken.

Niet dat ze mij verstaan of zouden willen verstaan, maar ik wens de leiders van de ETA in 2007 strategisch en misschien zelfs diplomatisch inzicht, teneinde de bevrijding van het Baskische volk te bewerkstelligen.

Euskadi Ta Askatasuna !

N.B. Het is niet de bedoeling dat deze weblog de blog der complotten wordt, maar het valt toch niet uit te sluiten dat de aanslag niet het werk van de ETA was, dan wel van groeperingen die de ETA in het slechte daglicht willen stellen -wie weet zelfs met steun van bepaalde Spaanse krachten uit hogere kringen- ofwel van een splintergroep van de ETA.

Aansluitend bij dit onderwerp, volgende link: Vrede voor Baskenland


woensdag, december 13, 2006

Heldenhulde: Dietsch Eedverbond "De Rebellen"

In deze rubriek zullen wij hulde brengen aan de –al dan niet vergeten- helden van Vlaanderen.
Met deze bijdrage willen wij hulde brengen aan –ook in de Vlaamse beweging- vrijwel onbekende organisatie: Het Dietsch Eedverbond “De Rebellen”.

Dit geheim genootschap trad in de jaren 1958 en 1959 naar buiten met de uitgave en verspreiding van Rebellenbrieven. Er verschenen vijf gedrukte nummers met als ondertitel “Zakkrantje voor nationale beweging”. Het verbond kwam op voor radicale acties, voor het Dietse doel van de Vlaamse beweging, de eenheid van Dietsland, voor amnestie, voor een breed opgezette nationale beweging, wars van de partijpolitiek, voor de oprichting van één nationaal weekblad [1].

Deze eisen zijn tot op de dag van vandaag meer dan actueel binnen het versnipperde landschap van de Vlaamse beweging, maar was in die dagen nog actueler, wegens het steeds weer mislukken bij het oprichten van een nieuwe Vlaams-nationalistische eenheidspartij, die de Volksunie later zou worden. Het verbond handelde anoniem en verspreidde ook een oranje-wit-blauwe affiche met de tekst: “Hier en aan de overkant, daar en hier is Nederland.” De pamfletten werden verspreid rond de Nederlands-Vlaamse grens.

Met dit schrijven brengen wij hulde aan dit verbond, dat handelde uit principe en niet te koop liep met hun gedachtegoed en eventuele eer, want zij handelden anoniem.
Binnen de Vlaamse beweging is er nood aan zo’n semi-revolutionaire actie, alsook aan intellectueel leiderschap.

[1] Bron : Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Lannoo, 1973


dinsdag, december 12, 2006

De Griekse tragedie van Bart De Wever


Door Steven Samyn in De Standaard van dinsdag 12 december

Politici benadrukken graag hoe hard hun stiel wel is. In één adem wordt daar meestal aan toegevoegd: If you can't stand the heat, get out of the kitchen. Als je niet tegen de harde kantjes van de job kunt, doe dan iets anders.
Bart De Wever ontpopte zich de voorbije jaren tot het proto­type van de harde, nuchtere, no nonsense-politicus. Zater­dag werd duidelijk hoe hard de politiek zelfs voor zo iemand kan zijn.
Na twee slopende weken — hij vergeleek de periode met een rit op een rollercoaster — zag hij er iets minder imposant en zelfverzekerd uit dan nor­maal. Je moest geen woord wisselen om te weten hoe de man zich voelde. Zijn li­chaamstaai en glazige ogen spraken boekdelen.
Net zoals in een Griekse tra­gedie waarbij de acteurs ver­schillende rollen spelen, werd de N-VA-voorzitter in ver­schillende rollen gedrongen. De Wever staat bekend als een man van zijn woord. Maar hij besefte zaterdag meer dan wie ook dat hij het gegeven woord aan Jean-Marie Dedecker niet had kunnen houden.
De man van zijn woord moest dus wijken voor de partijvoorzitter die zijn plicht moet doen. „Dit ging niet over Jean-Marie. Dit ging over de verantwoordelijkheid voor 200.000 kiezers" klonk het. El­ke vezel in De Wevers lijf lijkt wel doordrongen van plichts­besef. Voorzitter zijn is geen job, maar een roeping. Griekse tragedies werden dan ook oor­spronkelijk opgevoerd op reli­gieuze festivals.
In de exodus of ontknoping van elk Grieks drama wordt het verhaal verteld van de tra­gische ondergang van de held. Die val vond zaterdag iets voor zes uur plaats, na de stemming waarbij tweederde van de partijraad voor het kartel met
CD&V koos. Toen de deuren van de partijraad opengingen en De Wever de wachtende journalisten zag binnenstor­men, wist hij ongetwijfeld wat hem te wachten stond. „Dit wordt lijden", klonk het even later.
De Wever koos niet voor een ontsnapping langs de brand-ladder of voor een discrete zij­deur. Hij verdedigde zijn keu­ze. Niet koketterend met zijn emoties, maar evenmin met de gebruikelijke branie of het cas-sante toontje waarmee hij doorgaans journalisten van antwoord dient.
De N-VA-voorzitter was niet te beroerd om de hand in eigen boezem te steken. Zelden een politicus gezien die zo door­drongen was van het besef dat hij een slechte beurt had ge­maakt en dat ook ruiterlijk toegaf. „Ik ben altijd eerlijk ge­weest. Tegen de media, tegen CD&V en tegen Dedecker", klonk het, zij het iets stiller dan normaal. Niet alleen gekakel over inhoud. De Wever maakte zonder blikken of blozen dui­delijk dat het ook over de post­jes ging. „Mandaten zijn niet vies." Met eerlijkheid is het zo­als met bescheidenheid. Al te vaak wordt het niet als een deugd beschouwd in de Wet­straat.
De N-VA-voorzitter — die gisteren door partijgenoten een dag verplichte rust voorge­schreven kreeg — is ongetwij­feld een politiek talent. Zijn ontwapenende openheid kan echter niet verhinderen dat hij zwaar beschadigd uit deze zaak komt. Om in de Wetstraat mee te spelen met de groten, vol­staat het nu eenmaal niet om talent te hebben.

zaterdag, december 02, 2006

Open brief van Bart De Wever aan de pauselijke Nuntius


Brussel, 1 november 2006
Aan Z.E. Mgr. K-J RAUBER
Apostolisch Nuntius
Franciskanenlaan 9
1150 Brussel


Excellentie,


Dit schrijven richt ik tot u nadat ik in de pers kennis nam van de woorden die paus Benedictus XVI richtte tot de heer Frank De Coninck, bij diens installatie als Belgisch ambassadeur bij de Heilige Stoel. De krantenberichten laten bij mij immers het vermoeden ontstaan dat paus Benedictus XVI op een foute manier wordt voorgelicht over de politieke evoluties in België. Ik wens hierover langs deze weg mijn bekommernis uit te drukken.
De waarschuwende woorden van de paus met betrekking tot het ‘oplaaiend nationalisme’ en het ophemelen van de koning als hoeder van de eenheid van het land, laten uitschijnen dat het streven naar meer autonomie door de paus wordt aanzien als een te bestrijden gevaar. Als voorzitter van de Nieuw-Vlaamse Alliantie vind ik het mijn taak en verantwoordelijkheid u te verzoeken dit beeld bij de paus en zijn raadgevers bij te stellen. Het streven naar meer autonomie en Vlaamse onafhankelijkheid, is volledig legitiem en voltrekt zich momenteel langs volstrekt democratische weg. Recent opinieonderzoek leert bovendien dat een ruime meerderheid van de Vlamingen thans ondubbelzinnig voorstander is van een verdere defederalisering waarbij belangrijke bevoegdheden worden overgedragen aan de deelstaten. De woorden van de paus zouden het vermoeden kunnen doen ontstaan dat de Heilige Stoel dit democratisch streven verwerpelijk vindt. U zal het met mij eens zijn dat dit als kwetsend zou kunnen ervaren worden door vele Vlamingen. Het zal u evenmin onbekend zijn dat het Vlaams streven naar (meer) autonomie niet zelden werd en wordt gesteund door gelovige christenen en religieuzen. Voor hen in het bijzonder dreigen de woorden van de paus zeer kwetsend te zijn. Het streven van de Vlaamse beweging wordt immers vooruitgestuurd door een diep menselijk respect voor het rechtvaardige, hetgeen wij menen ook sterk aanwezig te zijn in het christendom.
Naar mijn mening is de eenheid van België niet hetgeen de paus als na te streven doel dient voorop te stellen. Geen enkele staatsvorm kan immers louter uit zijn bestaan zelf een eeuwigheidswaarde putten. Staatsvormen en staatsstructuren zijn immers niet bestemd voor de eeuwigheid, maar putten slechts bestaansrecht uit de steun die zij genieten van het soevereine volk. De verschillende fases in de Belgische staatshervorming zijn steeds het resultaat geweest van een democratisch proces, bekrachtigd door een parlementaire meerderheid. Dat deze staatshervorming thans onmiskenbaar de weg van de Vlaamse staatsvorming is ingeslagen, verandert niets aan het democratisch karakter ervan. Het hoeft dan ook geen onderwerp van pauselijke bekommernis te zijn.
Excellentie, in de overtuiging op uw welwillendheid te mogen rekenen om de paus en de pauselijke omgeving correct in te lichten over het democratisch streven naar meer autonomie, dank ik u voor de aandacht die u aan dit schrijven heeft willen besteden.

Met oprechte hoogachting,

Bart De Wever
Algemeen voorzitter N-VA

De deerniswekkende capriolen van een marxistisch potentaat-partijvoorzitter uit Oostende

U kent wellicht de denkwijze van het Marxisme-Leninisme: de these, antithese en synthese, de Marxistische dialectiek genoemd.
Deze denkwijze wordt perfect beheerst door de kameraad uit Oostende, tevens partijvoorzitter van een partij die zich "anders" noemt, voormalig? communist, laten we hem gemakkelijkheidshalve Jo noemen.
Jo heeft zijn licht laten schijnen over de kwestie van de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) en past er de Marxistische dialectiek op toe. Iedereen kent de these: BHV moet onverwijld worden gesplitst zonder dat er een prijs door de Vlamingen moet worden betaald. Waarom moet BHV worden gesplitst? Eenvoudig samengevat: om te verhinderen dat nog langer Franstalige politici in Vlaanderen zouden kunnen verkozen worden of in Vlaanderen stemmen zouden kunnen vergaren. Een kwestie van elementaire rechtvaardigheid. Zelfs het hoogste rechtscollege in dit land zegt dat BHV moet worden gesplitst! Het is de simpele toepassing van de Belgische grondwet niet meer niet minder dus een prijs betalen hoeft niet, maar ja Wallonië wil niet .... En de Vlaamse politici hebben niet voldoende haar op hun tanden om de wet te laten toepassen, typisch Belgisch waarbij de Vlamingen tot tweederangsburgers worden gedegradeerd. Enkele dagen geleden poneerde Jo zijn stelling: "De kwestie van de splitsing van BHV is mijn probleem niet, het is het probleem van de Franstaligen en zij moeten het oplossen": zijn antithese! Vergis u niet beste lezer de gevolgen van zo'n defaitistische houding zijn catastrofaal voor Vlaanderen en leiden onvermijdelijk tot de volgende synthese: de andere Vlaamse politieke partijen blijven, overigens terecht, de onmiddellijke splitsing eisen en Vlaanderen zal dit wellicht verkrijgen maar zal een ongelooflijk hoge prijs aan de Franstaligen moeten betalen. De schade Die Jo zo aanrjcht aan de Vlaamse eenheid, en hij is slim genoeg om het te weten, is zo immens dat in zijn plaats beschaamd zou zijn om me nog Vlaming te durven noemen. Maar ja, Jo heeft een verborgen agenda. Zijn lot is onlosmakelijk verbonden met het lot van de Franstalige PS. De tot op het bot corrupte PS is Jo's levensverzekering. Samen in de regering voor altijd want de PS is onmisbaar om tot een federale regering te komen! Bovendien heeft Jo geen tijd voor BHV omdat hij teveel werk heeft met de begroting. U leest het goed beste, Jo is de werkelijke minister van begroting, achter de schermen wel is waar. De prikkeldame die op deze ministerstoel zit is geen knip voor haar neus waard en heeft enkel een hoog babegehalte, goed voor entertainment en shows op de bevriende zenders, meer niet. Een tijdje geleden verklaarde ze zelf: "Ik ben niet zo goed in rekenen "... stel u voor dit is een minister van begroting, moet er nog zand zijn? De laatste begroting is trouwens volledig op drijfzand gebouwd, in plaats van een overschot is er een gigantisch verborgen tekort, toegedekt door de trukendoos van eenmalige maatregelen en verkoop van overheidseigendommen. Die overheidsgebouwen moeten dan voor enorme sommen worden gehuurd, wat het gevreesde sneeuwbaleffect creëert, waarbij de lasten worden doorgeschoven naar volgende generaties. Zelfs het rekenhof heeft fundamentele kritiek op de laatste federale begroting!
Maar alle voor de rest gaat alles goed in dit onzalige land he?
Jo, je kunt op je twee oren slapen hoor,een volgende adellijke titel is voor jou weg gelegd. Misschien kun je dan een adder of slang in je wapenschild plaatsen.

Jan Zonder Land


donderdag, november 30, 2006

Tu quoque, Daniël?

Uit “ ’t Pallieterke” van woensdag 11 oktober 2006

We kennen Daan de Smet als de celebrant en/of predikant in Bormsmissen te Merksem en Sint-Niklaas, de stad waar Dr. August Borms geboren is. Heel veel afgestudeerden van het Sint-Niklase Sint-jozef-Klein-Seminarie herinneren zich E.H. Daniël de Smet ook als superior van dat college, waar niet weinigen hun Vlaamsgezindheid hebben opgedaan. Wie schetst de verbazing - soms zelfs verbijstering - van sommige oud-leerlingen toen zij vorige week in een kiespamflet van socialist Freddy Willockx een nauwelijks verholen stemadvies moesten aantreffen van "Daniël De Smet, Ereburger"?


Daniël De Smet, tot ereburger van de stad Sint-Niklaas benoemd door Freddy Willockx, doet zijn reputatie weinig eer aan…

Het klonk zo: "De hele bevolking is hem (Freddy Willockx, socialist) bijzonder veel erkentelijkheid verschuldigd en rekent op hem voor de toekomst". Afgezien van de vraag of de gewezen superior de bevolking bevraagd heeft over haar mening over Willockx, geeft het te denken dat een Eerwaarde Heer zich meent te moeten verlagen tot gangmaker van een logeman die alles wat uitgeproken Vlaamsgezind is, rauw lust.
Wat is dat voor een Kerk in Vlaanderen, waarvan de kardinaal een groot deel van de Vlamingen voor wilden uitscheldt, een bisschop gaat betogen voor vreemdelingen die onwettig in dit land rondhangen en kerken bezetten en waarvan een door iedereen
gewaardeerde geestelijke zich voorde verkiezingskar laat spannen van één partij en dan nog wel een socialistische die spuugt op de nagedachtenis van Dr. Borms? Of waarin een grand vicaire heel kleintjes kan zijn...

’t Pallieterke, weekblad voor mensen met een goed hart en een slecht karakter

't Pallieterke is een satirisch weekblad van Vlaamsgezinde en rechts conservatieve strekking. Het is niet partijpolitiek gebonden en non-conformistisch. 't Pallieterke prijst zichzelf aan als "weekblad voor mensen met een goed hart en een slecht karakter". Het motto luidt "Wat niet vrolijk gezegd kan worden is de waarheid niet". De naam "t Pallieterke" verwijst naar het vooroorlogse tijdschrift Pallieter uitgegeven door Filip De Pillecyn, wat op zijn beurt weer is afgeleid van de figuur Pallieter uit de gelijknamige roman van Felix Timmermans.
http://www.pallieterke.info/

Alles op deze webstek mag overgenomen worden mits duidelijke bronvermelding. De redactie van Klauwaert